id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.014 Rolnummer: A. 138959/VII-34900 Zaak: Arrest 155014 - - 15/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 09:41 Fiche Arrest nr 155.014 van 15 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 155.014 van 15 februari 2006 in de zaak A. 138.959/VII-34.900 In zake : XXX,
- XXX,
- XXX, die woonplaats kiezen bij advocaat L. DENYS, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Paleizenstraat 154 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 11 juli 2003 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de minister van Binnenlandse Zaken van respectievelijk 1 en 2 juli 2003 houdende de onontvankelijkverklaring van een aanvraag om machtiging tot verblijf in toepassing van artikel 9, derde lid, Vreemdelingenwet, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op respectievelijk 9 en 10 juli 2003; Gelet op het arrest nr. 121.763 van 16 juli 2003 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de genoemde bestreden beslissingen wordt verworpen; Gelet op het verzoek tot voortzetting van de procedure; Gelet op de beschikking van 27 augustus 2003 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de memorie van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur R. VERCRUYSSEN, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de VII-34.900-1/5 toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partijen teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 14 december 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 25 januari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. KECHICHE, die, loco advocaat L. DENYS, verschijnt voor de verzoekende partijen en van advocaat A. DE MEU, die, loco advocaat E. MATTERNE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten. 1.
- Op 17 maart 2003 dienen de eerste en tweede verzoekende partij een tweede aanvraag in om machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 9, derde lid van de Vreemdelingenwet. Op 24 maart 2003 dient de derde verzoekende partij eveneens een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf in. 1.
- Op 1 en 2 juli 2003 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de bestreden beslissingen waarbij de aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf onontvankelijk wordt verklaard, wegens ontstentenis van de wettelijk vereiste buitengewone omstandigheden die de aanvraag in België van dergelijke machtiging kan rechtvaardigen. De bestreden beslissingen zijn als volgt gemotiveerd: Ten aanzien van de eerste en tweede verzoekende partij: "(...) Er werden geen uitzonderlijke omstandigheden aangehaald waarom de betrokkenen de aanvraag om machtiging tot verblijf niet kunnen indienen via de gewone procedure namelijk via de diplomatieke of consulaire post bevoegd voor de verblijfplaats of de plaats van oponthoud in het buitenland. VII-34.900-2/5 Na telefonisch contact met het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen op 01/07/2003 blijkt dat de niet-terugleidingsclausule van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dd. 02/02/2001 niet langer van toepassing is. De krantenartikels die de betrokkenen aanbrengen, citeren geen ernstige en aanvaardbare gronden die laten geloven in een risico van schending van de Conventie van Genève in geval van verwijdering van de betrokkenen. De vermelde problemen kunnen derhalve niet aanvaard worden als uitzonderlijke omstandigheden die het indienen van een art. 9 van de vreemdelingenwet in België verantwoorden. Dat betrokkene XXX een oproeping zou ontvangen hebben om zich op 24/09/2001 aan te melden op het politiecommissariaat van Bujanovac, verandert niets aan bovenstaande vaststelling. De betrokkene kan immers niet aantonen dat dit een bewijs is van systematische achtervolging door de lokale autoriteiten noch dat het wil zeggen dat hij geen beroep meer kan doen op de bescherming van de plaatselijke overheid. Dat de vier minderjarige kinderen hier schoollopen, vormt geen uitzonderlijke omstandigheid. Zij zijn immers niet naar België gekomen in toepassing van een voorlopige machtiging tot verblijf in het kader van hun studies. De betrokkenen kunnen gebruik maken van de schoolvakanties (maanden juli en augustus) om naar hun land van herkomst terug te keren zodat de schoolloopbaan van de kinderen niet dient onderbroken te worden. Wat de elementen met betrekking tot hun integratie betreft, deze kunnen het voorwerp uitmaken van een onderzoek op het moment dat de aanvraag conform art. 9, 2 van de wet van 15/12/1980 ingediend worden. Bijgevolg dienen betrokkenen dringend het Belgisch grondgebied te verlaten. (...).". Ten aanzien van de derde verzoekende partij: "(...) Er werden geen uitzonderlijke omstandigheden aangehaald waarom de betrokkene de aanvraag om machtiging tot verblijf niet kan indienen via de gewone procedure namelijk via de diplomatieke of consulaire post bevoegd voor de verblijfplaats of de plaats van oponthoud in het buitenland. Na telefonisch contact met het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen op 01/07/2003 blijkt dat de niet-terugleidingsclausule van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dd. 02/02/2001 niet langer van toepassing is. De krantenartikels die de betrokkene aanbrengt, citeren geen ernstige en aanvaardbare gronden die laten geloven in een risico van schending van de Conventie van Genève in geval van verwijdering van de betrokkene. De vermelde problemen kunnen derhalve niet aanvaard worden als uitzonderlijke omstandigheden die het indienen van een art. 9 van de vreemdelingenwet in België verantwoorden. Dat de vader van de betrokkene, XXX een oproeping zou ontvangen hebben om zich op 24/09/2001 aan te melden op het politiecommissariaat van Bujanovac, verandert niets aan bovenstaande vaststelling. De betrokkene kan immers niet aantonen dat dit een bewijs is van systematische achtervolging door de lokale autoriteiten noch dat het wil zeggen dat er geen beroep meer kan gedaan worden op de bescherming van de plaatselijke overheid. Dat de betrokkene hier naar school gaat, vormt geen uitzonderlijke omstandigheid. Zij is immers niet naar België gekomen in toepassing van een voorlopige machtiging tot verblijf in het kader van haar studies. De betrokkene kan gebruik maken van de schoolvakantie (maanden juli en augustus) om naar het land van herkomst terug te keren zodat haar schoolloopbaan niet dient onderbroken te worden. Wat de elementen met betrekking tot haar integratie betreft, deze kunnen het voorwerp uitmaken van een onderzoek op het moment dat de aanvraag conform art. 9, 2 van de wet van 15/12/1980 ingediend worden. Bijgevolg dient betrokkene dringend het Belgisch grondgebied te verlaten. (...).". VII-34.900-3/5
- Beoordeling. De verzoekende partijen roepen de schending in van artikel 9 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van de materiële motiveringsplicht. Zij stellen onder meer het volgende: "(...) In verband met de eerste als buitengewoon ingeroepen omstandigheid, meent tegenpartij dat deze omstandigheid niet buitengewoon is in de zin van artikel 9, 3de lid, van de vreemdelingenwet, omdat na telefonisch contact met de Commissaris-generaal op 01.07.2003 blijkt dat diens niet-terugleidingsclausule van 02.02.2001 niet langer van toepassing is. Dit motief kan om meerdere redenen niet aanvaard worden. In de eerste plaats, wanneer de motivering enkel steun vindt in de samenvatting van een telefonisch onderhoud, zoals hier het geval is, en niet op enig probaat bewijs, is er geen voldoende motivering. De Raad van State kan immers niet controleren of het ingeroepen motief juist is (RvSt., nr. 25.677 van 27 september 1985). (...).". De Raad van State kan niet nagaan of de motieven met betrekking tot de mogelijke terugkeer van de verzoekende partijen naar hun land van herkomst juist, afdoende en rechtens aanvaardbaar zijn, nu de bestreden beslissingen ter zake enkel verwijzen naar een niet controleerbaar telefonisch contact met het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. De bestreden beslissingen zijn op dat vlak niet naar behoren gemotiveerd. Het middel is gegrond. BESLUIT: Artikel
- Vernietigd worden de beslissingen van de minister van Binnenlandse Zaken van respectievelijk 1 en 2 juli 2003 houdende de onontvankelijkverklaring van een aanvraag om machtiging tot verblijf in toepassing van artikel 9, derde lid, Vreemdelingenwet. Artikel
- VII-34.900-4/5 De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari tweeduizend en zes, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-34.900-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.014 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.121.763 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div