id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.037 Rolnummer: A. 136010/VII-29617 Zaak: Arrest 155037 - - 15/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 09:41 Fiche Arrest nr 155.037 van 15 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 155.037 van 15 februari 2006 in de zaak A. 136.010/VII-29.617 In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat H. CAMERLYNCK, kantoor houdende te 8900 IEPER, Cartonstraat 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 28 april 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 14 maart 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 4 februari 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 27 maart 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 6 mei 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; VII-29.617-1/3 Gelet op de beschikking van 14 december 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 25 januari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. CAMERLYNCK, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In zijn verslag stelt de auditeur de toepassing voor van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit. Uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel. 1. De feiten. 1.1. De verzoekende partij kwam België binnen op 30 december 2002 en verklaarde zich op 31 december 2002 vluchteling. 1.2. Op 4 februari 2003 nam de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.3. Op 14 maart 2003 bevestigde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing. 2. De ontvankelijkheid. Ambtshalve moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij, geboren op 20 december 1989, als minderjarige niet over de vereiste bekwaamheid beschikt om zonder vertegenwoordiging, een annulatieberoep en een vordering tot schorsing bij de Raad van State in te stellen. Het beroep tot nietigverklaring, en de vordering tot schorsing die er een accessorium van is, zijn bijgevolg niet ontvankelijk, VII-29.617-2/3 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari tweeduizend en zes, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-29.617-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.037 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.