← België

Arrest 155124 - - 16/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.124 Rolnummer: A. 166989/VII-34782 Zaak: Arrest 155124 - - 16/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-27 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 09:53 Fiche Arrest nr 155.124 van 16 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.124 van 16 februari 2006 in de zaak A. 166.989/VII-34.782. In zake : Doris DENIS, die woonplaats kiest bij Advocaat E. VAN GERVEN, kantoor houdende te LOCHRISTI, Dorp-West 73 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : de b.v.b.a. GROENBURO, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te GENT Kasteellaan 141. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Doris DENIS op 19 oktober 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 11 augustus 2005 waarbij haar beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wachtebeke van 14 december 2004 houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de b.v.b.a. GROENBURO voor het veranderen van een bedrijf voor tuinaanleg en tuinonderhoud, gelegen aan de Overslagdijk 62a te Wachtebeke, gedeeltelijk wordt ingewilligd, het beroepen besluit wordt opgeheven en aan de b.v.b.a. GROENBURO de vergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 153.194 van 27 december 2005 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. GROENBURO in het administratief kort geding wordt ingewilligd, de debatten worden heropend en de zaak opnieuw wordt vastgesteld op 26 januari 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-34.782-1/11 Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. VAN GERVEN, die verschijnt voor verzoekster, van Bestuurssecretaris-jurist G. NEIRYNCK, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat V. VEKEMAN die, loco Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat het verzoek tot tussenkomst reeds bij arrest nr. A. 153.194 van 27 december 2005 werd ingewilligd; 2. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.1. Met een aanvraag , gedagtekend op 30 november 2003 dient de b.v.b.a. GROENBURO bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wachtebeke een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een inrichting klasse 2, gelegen Overslagdijk 62a, kadastrale percelen Afd. 2, Sectie B, nrs. 899/a, 899/b, 901a en 900a. Het betreft een bedrijf voor tuinonderhoud en tuinaanleg. De volgende rubrieken worden aangevraagd : - 2.2.2.b.1 (Opslag en mechanische behandeling van niet gevaarlijke afvalstoffen uit rubriek 2.2.1.c met een opslagcapaciteit van max. 100 ton) :max. 80 m³; - 2.2.3.a.2 (Opslag en biologische behandeling van aërobe compostering van uitsluitend tuin- en plantsoenafval, met een opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 100 ton) : max. 80 m³; - 3.6.2.1 (Afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat van de in bijlage 2C bij titel I van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen bevat, met een effluent tot en met 5 m³/u); - 15.1.1 (Al dan niet overdekte ruimte waarin gestald worden 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens) : 13 voertuigen; VII-34.782-2/11 - 17.3.2.1 (Inrichtingen voor de opslag van zeer giftige, giftige en ontplofbare stoffen met een opslagcapaciteit van meer dan 10 kg tot 100 kg): 20 liter gramoxone en 1 kg vaso; - 17.3.3.1 (Opslagplaatsen voor oxyderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen met een totaal inhoudsvermogen van 200 kg tot 1.000 kg): 5 liter Basta, 20 liter Bofix, 0,5 liter Eloge, 5 liter Almoskil; - 17.3.6.1/

  1. b)(Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55/ C, maar dat 100/ C niet overtreft, met een totaal inhoudsvermogen van 100 liter tot 20.000 liter): 8.000 liter mazout; - 17.3.9.1/ (Brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, inrichtingen voor de verdeling van de in rubriek 17.3.6.1/ bedoelde vloeistoffen met maximaal 1 verdeelslang); - 17.4 (Opslagplaatsen, en/of verkooppunten van in bijlage 7 bij titel I van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 25 liter of 25 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter): minder dan 150 kg bestrijdingsmiddelen zoals Roundup, Casoron, Zapper, Kid Allees, Primus, AZ 500, ... in kleine verpakkingen; - 50 (Opslagplaatsen van strooizout van meer dan 20 ton): max. 25 ton. In haar advies merkt de afdeling Milieuvergunningen op dat enkel de rubrieken 2.2.2. b.1/, 2.2.3.a.2 en 50, klasse 2 zijn, de overige rubrieken behoren tot de klasse 3. Het zij ook genoteerd dat het hakselen van snoeihout valt onder de rubriek 2.2.2.f in plaats van de rubriek 2.2.2.b. Op 14 december 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning voor een termijn verstrijkende op 13 december 2024. 2.2. Tegen deze beslissing wordt op 6 april 2005 beroep ingediend door de heer en mevrouw R. SNOECK- D. DENIS, wonende te Wachtebeke, Overslagdijk 54, op de plaats (hoek) waar de Overslagdijk en de Lange Boomstraat samenkomen. 2.3. Nadat de vereiste adviezen zijn verleend en de termijn voor behandeling met een maand werd verlengd, beslist de verwerende partij op 11 augustus 2005 het beroep deels gegrond te verklaren en het beroepen besluit op te heffen. In navolging van het advies van de Provinciale VII-34.782-3/11 Milieuvergunningscommissie wordt de vergunning geweigerd wat betreft de opslag van 50 ton snoeihout en mechanische behandeling ervan d.m.v. een verhakselaar (rubriek 2.2.2.
  2. f)en wordt de vergunning voor het overige verleend voor een termijn verstrijkende op 13 december 2024. Dit is de bestreden beslissing; 3. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.1. Overwegende dat verzoekster het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het verzoekschrift als volgt toelicht : "De bestreden beslissing en haar tenuitvoerlegging zullen aan verzoekster moeilijk te herstellen en ernstige nadelen veroorzaken. Bij de beoordeling van deze nadelen dient rekening te worden gehouden met de bijzondere ligging van de woning van verzoekster en van BVBA Groenburo. Zoals in de feiten aangegeven zijn zowel de woning van verzoekster als de percelen waarop BVBA Groenburo haar bedrijf heeft, gelegen in Landschappelijk Waardevol Agrarisch Gebied. Verzoekster kocht de woning omwille van haar bijzondere ligging, met name op de grens met Nederland (de overkant van de Overslagdijk is Nederland) en het feit dat zij omgeven is door polders (Nl.) en meersen (B.). In de onmiddellijk(
  3. e)buurt van de woning van verzoekster bevindt zich, zoals gezegd, ook een natuurgebied (op ca. 225 m.). Het gaat dus om een bijzonder rustig gebied en om een straat die uit haar aard (de smalle en kronkelende Overslagdijk - zie foto'
  4. s)weinig verkeer kan genereren. Verzoekster en haar echtgenoot kochten deze woning omwille van de rust en de natuurwaarden die de woning omgeven. Deze rust is des te belangrijker voor verzoekster die immers invalide is en thuis verblijft vanaf oktober 1981 ingevolge een arbeidsongeval. De bestreden beslissing maakt aan deze rust een einde. Vooreerst wordt de rust verstoord door de verkeershinder die de bestreden beslissing zal veroorzaken. De bestreden beslissing voorziet immers in een stelplaats voor 13 voertuigen andere dan personenwagen(s). Deze voertuigen betreffen vrachtwagens, bestelwagens en allerhande zware landbouwvoertuigen (zie foto's). Deze uitbreiding (of nieuwe inrichting) naar 13 voertuigen zal verkeershinder veroorzaken die voornamelijk verzoekster dagdagelijks zal treffen. Zoals bij de bespreking van het belang aangehaald, is de woning van mijn verzoekster gelegen in de oksel van de Overslagdijk en de Lange Boomstraat. Zoals de provinciale milieudeskundige in zijn advies d.d. 16 juni 2005 heeft gesteld is de Lange Boomstraat de belangrijkste inrit van het bedrijf. De manier waarop het intern bedrijfsverkeer van de exploitant circuleert (...) zorgt voor zeer veel hinder. De voertuigen van het bedrijf maken constante rijbewegingen van op de zetel van BVBA Groenburo, over de Overslagdijk langs VII-34.782-4/11 de Lange Boomstraat en via de inrit in de Lange Boomstraat terug naar de zetel van het bedrijf. Het gebruik van deze circulatieroute en van de Lange Boomstraat in het bijzonder, is om verschillende redenen zeer hinderlijk. Vooreerst worden verzoekster en haar woning hierdoor als het ware omgeven door het kwestige bedrijf. Verder wordt zeer veel lawaai veroorzaakt voor verzoekster die immers net naast deze straat woont. De constante circulatie van de

(13)zware bedrijfsvoertuigen zal de rust in de Overslagdijk (...) doen verdwijnen. Bovendien davert de hele woning wanneer vrachtwagens en andere zware voertuigen via de Overslagdijk de Lange Boomstraat (...) op- en afrijden. Hierbij wordt bijvoorbeeld ook de ontvangst van radio- en televisiesignalen verstoord (zowel door de daver als door het intercomsysteem dat in de firmawagens van de exploitant ingebouwd is). Deze hinder doet zich nu al voor terwijl er nu slechts een beperkt aantal (niet vergunde) voertuigen gebruikt worden en het is duidelijk (dat) de vermelde uitbreiding van 13 voertuigen er voor zorgt dat deze hinder exponentieel toeneemt. Uit de verslagen van de provinciale milieudeskundige blijkt trouwens dat er ter plaatse zeer strenge geluidsnormen van kracht zijn. Hierbij moet ook worden opgemerkt dat de bestreden beslissing vergunning verleend voor de aërobe compostering van tuin- en plantsoenafval met een opslagcapaciteit van max. 40 ton. Deze compostering ligt op de oprit aan de Lange Boomstraat en dus op een dertigtal meter achter de woning van verzoekende partij hetgeen voor permanente geurhinder zorgt. Uit de verslagen van de provinciale milieudeskundige (stukken 5, 6 en 7) blijkt dat het aanvoeren en storten van het snoeihout op die plaats regelmatig piekgeluiden van meer dan 50dB(A) bereiken terwijl de richtwaarde voor geluid in openlucht in agrarisch gebied 40 dB(A) overdag en 35dB(A) voor de avond betreft. De provinciale milieudeskundige heeft waarden van 55dB(A) gemeten bij het storten van snoeihout, 56 dB(A) bij het dichtslaan van de laadbak en 54dB(A) bij het terugrijden op het terrein. Het is duidelijk dat gelet op zowel de aanzienlijke uitbreiding van de opslag van aërobe compostering als op de uitbreiding naar 13 voertuigen andere dan personenwagen(
  1. s)deze geluidshinder enkel maar zal toenemen. Weliswaar stellen de bijzondere milieuvoorwaarden dat de opslag van afvalstoffen (en allerhande) materialen in de nabije omgeving van de Lange Boomstraat niet langer is toegestaan doch deze bepaling blinkt uit in vaagheid en biedt eigenlijk geen enkele garantie. Verder wordt door het rijden van bedrijfsvoertuigen langs de Overslagdijk en de Lange Boomstraat de Overslagdijk constant vervuild met tuin- en ander afval. Dit blijkt trouwens uit het verslag van de bemiddelingsvergadering d.d. 1 december 2005 (stuk 4). Deze vervuiling verstoort het uitzicht en de rust van de straat. Het is duidelijk dat zowel de verkeershinder, als de geluidshinder, de geurhinder en de vervuiling inbreuken plegen op het leefklimaat van verzoekster zodat het vaststaat dat de bestreden beslissing moeilijk te herstellen en ernstige nadelen veroorzaakt"; VII-34.782-5/11 3.2. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota als volgt repliceert : "Verzoekster voert aan dat zij hinder ondervindt van de exploitatie van de bvba Groenburo. In de eerste plaats gaat het daarbij om verkeershinder, maar daarnaast worden ook de volgende hinderaspecten opgeworpen: geluidshinder, geurhinder en vervuiling van het wegdek. Echter, de verkeershinder die verzoekende partij als moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou lijden, betreft het gebruik van de openbare weg, die door iedereen kan worden gebruikt. Restricties op het gebruik van de openbare weg vallen buiten de bevoegdheid van de milieuvergunning. Dit is dan ook helemaal geen argument aangezien het vaste rechtspraak is van de Raad van State dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet voortvloeien uit de bestreden beslissing en de milieuvergunning kan hoe dan ook geen bepalingen bevatten met betrekking tot het gebruik van de openbare weg. Bovendien gaat het om loutere beweringen van de verzoekende partij. Uit het dossier blijkt namelijk dat het aantal leveringen op het bedrijf eerder beperkt is tot maximum 1 vrachtwagen per week en dat slechts zeer sporadisch, hoogstens 1 à 2 keer per jaar, grote vrachtwagens het bedrijf aandoen. De vermeende verkeershinder, (met geluidshinder) berust ook op overdrijvingen wat betreft het intern bedrijfverkeer. Gewoon door de aard van het bedrijf (tuinaanleg, tuinontwerp en tuinonderhoud) gaat het grootste deel van de activiteiten door op externe werven, waarnaar 's morgens vertrokken wordt met de bedrijfsvoertuigen en waarvan 's avonds wordt terug gekomen. De bewegingen op het bedrijfsterrein zijn slechts af en toe en zeker niet constant, zoals verzoekende partij durft te beweren. Bovendien zijn in de bestreden beslissing exploitatie-uren opgelegd : 'de exploitatie, met inbegrip van de laad- en losactiviteiten is enkel toegestaan tijdens de dagperiode, tussen 7 en 19 uur. Op zon en feestdagen is geen enkele activiteit toegestaan'. Volgens het verslag van de geluidsdeskundige waren de overschrijdingen van de geluidsnormen uitsluitend het gevolg van het verhakselen van het groenafval. De bestreden beslissing heeft hieraan verholpen door de vergunning te weigeren voor de opslag van snoeihout en de mechanische behandeling ervan door middel van een hakselaar. De overschrijding van de geluidsnomen die door de verzoekende partij worden aangehaald betreffen dus een activiteit die door het bestreden besluit werd geweigerd. De composteringsinstallatie is volgens de milieuvergunningsaanvraag voorzien in sleufsilo's. Voor zover de composthopen regelmatig gekeerd worden zodat de aërobe omstandigheden steeds gehandhaafd blijven, dient niet te worden gevreesd voor geurhinder. De vermeende vervuiling van de openbare weg werd niet door de provinciale milieudeskundige vastgesteld tijdens het plaatsbezoek. Verzoekende partij voert enkel omschrijvingen aan van vermeende hinder. Nergens wordt aangetoond dat het ervaren van de hinder een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt. Bovendien blijkt uit artikel 4 van het bestreden besluit dat in de mate dat een stedenbouwkundige vergunning nodig is, de milieuvergunning is geschorst, zolang de stedenbouwkundige vergunning niet definitief is verleend. De lezing van de overwegingen voorafgaand aan het bestreden besluit leert ons op meerdere plaatsen dat ter zake een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk is (bestemmingswijziging voor de loods, de verhardingen, de stockage in sleufsilo's en de inkuilplaats). De uitvoering van de milieuvergunning is door deze koppeling milieuvergunning-stedenbouwkundige vergunning geschorst en kan alleen al om VII-34.782-6/11 deze reden geen aanleiding geven tot het veroorzaken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel"; 3.3. Overwegende dat de tussenkomende partij, wat het aangevoerde moeilijk te herstellen nadeel betreft, volgend betoog houdt : "De tussenkomende partij merkt op dat het vermeende moeilijk te herstellen ernstig nadeel zeer algemeen geredigeerd is, terwijl het, krachtens artikel 17, §2, eerste lid van de R.v.St.-Wet en artikel 8, tweede lid, 5/ P.R.K.G., vereist is dat de verzoekende partij in concreto dient aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of reglement haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent of kan berokkenen (W. WEYMEERSCH, 'Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel', in G. DEBERSAQUES, M. VAN DAMME, S. DE CLERCQ EN G. LAENEN (eds.), 4. Rechtsbescherming door de Raad van State 15 jaar procedurele vernieuwing, Brugge, Die Keure, 2004, 162 en de daar geciteerde rechtspraak van Uw Raad). 2.1. Lawaaihinder. De verzoekende partij meent dat er lawaaihinder is, met name door de aan- en afvoer van voertuigen vanop de zetel van de tussenkomende partij, over de Overslagdijk langs de Lange Boomstraat en via de inrit in de Lange Boomstraat terug naar de zetel van het bedrijf. Bovendien zal door de aanzienlijke uitbreiding van de opslag van aërobe compostering de geluidshinder - dit ingevolge het aan- en afvoeren van snoeihout - enkel toenemen. De verzoekende partij verwijst in dat verband naar het verslag van de provinciale milieudeskundige. Belangrijk is dat de verzoekende partij één en ander verkeerdelijk met elkaar verwisselt. Zo leidt zij uit de opslag en aërobe compostering van tuin- en plantsoenafval geluidshinder af, dit terwijl uit het verslag van de provinciale milieudeskundige blijkt dat niet deze opslag, maar wel het verhakselen van snoeihout op het bedrijfsterrein een bron van geluidshinder is. Wat dit laatste betreft, dient opgemerkt dat de bestendige deputatie de vergunning voor de betrokken rubriek 2.2.2.f. 1 - nl. de opslag van snoeihout en mechanische behandeling ervan dmv een hakselaar - heeft geweigerd. Tussenkomende partij ziet dan ook niet in in welke mate het bestreden vergunningsbesluit op dit vlak aan verzoekende partij nog een nadeel zou kunnen berokkenen. Het is evident dat compostering van tuin- en plantsoenafval geen geluidshinder veroorzaakt. Verzoekende partij verwart verkeerdelijk de opslag en compostering van groenafval met de opslag en behandeling van snoeihout. Voor wat de lawaaihinder betreft die zou voortkomen uit de verkeerstrafiek afkomstig van het bedrijf en de uitbreiding van de stelplaats met 13 voertuigen, dient opgemerkt dat deze vermeende hinder zeer algemeen en vaag (...) geformuleerd is. De verzoekende partij laat na om aan de hand van concrete elementen aan te tonen hoe deze lawaaihinder haar levenskwaliteit zou schaden. Bovendien dient de vermeende lawaaihinder, afkomstig van transportbewegingen, sterk gerelativeerd te worden. Zo wordt de toegangsweg tot het bedrijf langsheen de Lange Boomstraat enkel gebruikt door het eigen personeel en leveranciers, terwijl de toegangsweg langs de Overslagdijk uitsluitend wordt gebruikt voor klanten. Het aantal leveringen op het bedrijf is eerder beperkt (max. 1 vrachtwagen per week). Slechts sporadisch (hoogstens 1 à 2 keer per jaar) doen grote vrachtwagens het bedrijf aan. De bewering dat de woning van verzoekende partij davert wanneer vrachtwagens en andere zware voertuigen via de Overslagdijk de Lange Boomstraat op- en afrijden, is dan ook schromelijk overdreven. Ook dient VII-34.782-7/11 opgemerkt dat - in tegenstelling tot hetgeen door verzoekende partij wordt beweerd - de firmawagens niet zijn uitgerust met een intercomsysteem. Van verstoring van radio- en televisiesignalen kan dan ook geen sprake zijn, minstens kan dit niet aan tussenkomende partij worden verweten. Voor wat betreft de uitbreiding van de inrichting met een stelplaats voor 13 voertuigen andere dan personenwagens, is het tussenkomende partij niet duidelijk hoe dergelijke stelplaats aanleiding zou kunnen geven tot onaanvaardbare lawaaihinder. Dit laatste betreft immers louter een stelplaats en geen herstelwerkplaats of een gebouw waar permanente, geluidsgenererende productieactiviteiten plaats vinden. Opnieuw gaat verzoekende partij voorbij aan het feit dat het hier een regularisatievergunning betreft, waarbij dient opgemerkt dat niet dergelijke regularisatie van een bestaande toestand de hinder exponentieel zal doen toenemen. Tot slot dient opgemerkt dat de woning van de verzoekende partij op ruim 65 m afstand van de inrichting van tussenkomende partij is gelegen, zodat alleen al om die reden en rekening houdende met verbod om nog snoeihout op de inrichting zelf te verhakselen, geen overmatige lawaaihinder (meer) kan worden geleden. 2.2. Verkeershinder. De verzoekende partij verwacht een exponentiële toename van de verkeershinder nu de bestreden beslissing voorziet in de uitbreiding van de inrichting met een stelplaats voor 13 voertuigen andere dan personenwagens. Zoals hoger aangehaald, betreft dit de facto evenwel geen uitbreiding, maar een regularisatie van een bestaande toestand. Tussenkomende partij formuleert dit nadeel zeer algemeen en toont geenszins aan de hand van concrete, feitelijke elementen aan hoe de verkeerssituatie en daarmee gepaarde hinder door de bestreden beslissing zou kunnen toenemen. 2.3. Geurhinder. De tussenkomende partij claimt ingevolge de aërobe compostering van tuin- en plantsoenafval met een opslagcapaciteit van max 40 ton, last te zullen hebben van geurhinder. In dat verband kan worden volstaan met een verwijzing naar het bestreden vergunningsbesluit en het advies van de provinciale milieudeskundige, waarin wordt besloten dat geen geurhinder moet(...) worden gevreesd : 'overwegende dat de composteringsinstallatie wordt voorzien in sleufsilo's, dat voor zover de composthopen regelmatig gekeerd worden zodat de aërobe omstandigheden steeds gehandhaafd blijven, er niet dient te worden gevreesd voor geurhinder'. Verzoekende partij toont het tegendeel niet aan. 2.4. Overige hinderaspecten. Ook hier dient aangestipt dat - voor wat betreft de hinder die zou worden veroorzaakt door een vuil wegdek (dit door het aan- en afrijden van bedrijfsvoertuigen) - de verzoekende partij nalaat aan te tonen hoe dit haar een MTHEN zou berokkenen. De beweerde nadelen zijn dan ook niet bewezen"; 3.4.1. Overwegende, wat de aangevoerde verkeershinder betreft, dat uit neergelegde stukken blijkt dat de woning van verzoekster is gelegen "in de oksel" waar de Lange Boomstraat en de Overslagdijk samenkomen, dat beide wegen tweevaksrijwegen zijn, bestemd voor zwaar verkeer met inbegrip van landbouwvoertuigen en dat de inrichting toegankelijk is langs beide wegen, waarbij te vermelden is dat de gebruikers van de inrit aan de Overslagdijk normaliter niet VII-34.782-8/11 langsheen de woning van verzoekster dienen te rijden; dat verzoekster niet aannemelijk maakt dat de aanwezige bedrijfsvoertuigen "constant" ter plaatse "circuleren", aangezien, gelet op de aard van de onderneming het logisch is dat een groot deel van de bedrijfsvoertuigen 's ochtends het bedrijf verlaten om na beëindiging van de dagtaak op een andere localisatie 's avonds naar het bedrijf terug te keren; dat, wat de verkeershinder betreft veroorzaakt door het op- en afrijden van vrachtwagens en andere zware voertuigen die niet tot het bedrijf behoren, de verzoekster geen concrete gegevens aanbrengt die de overweging in het bestreden besluit weerspreken dat "volgens de exploitant het aantal leveringen op het bedrijf eerder beperkt is (max. 1 vrachtwagen per week)" en dat "slechts zeer sporadisch (hoogstens 1 à 2 keer per jaar) grote vrachtwagens het bedrijf aandoen"; dat uit de aard van het bedrijf het weinig aannemelijk is dat er veelvuldig vrachtwagens en grote vrachtwagens zouden op- en afrijden; 3.4.2. Overwegende, wat de aangevoerde geluidshinder betreft die zou voortkomen uit het verkeer, het volstaat te verwijzen naar de beoordeling van de verkeershinder; dat, voorts, verzoekster verwijst naar het advies van de provinciale milieudeskundige waarin werd besloten dat er voor de activiteit van het verhakselen en de aanverwante activiteiten onaanvaardbare piekgeluiden waren; dat evenwel in het advies geen onaanvaardbare piekgeluiden zijn vermeld die afkomstig zijn van andere activiteiten dan het verhakselen van snoeihout en aanverwante activiteiten, terwijl met het bestreden besluit de aangevraagde rubriek betreffende de "opslag van max. 50 ton snoeihout en de mechanische behandeling ervan d.m.v. een verhakselaar" werd geweigerd; dat er geen aanwijzingen zijn dat er zich nog andere onaanvaardbare geluidshinder ingevolge de activiteiten van de vergunde inrichting zou voordoen; 3.4.3. Overwegende, wat de aangevoerde geurhinder betreft die volgens verzoekster afkomstig is van de composteringsactiviteit, dat zij daarbij uitgaat van de huidige ligging waar deze activiteit plaatsvindt, met name in de nabijheid van de oprit van de Lange Boomstraat, hetzij op een dertigtal meter achter haar woning; dat evenwel verzoekster eraan voorbijgaat dat met het bestreden besluit die bestaande toestand grondig wordt gewijzigd in die zin dat de opslagplaats van tuinafval wordt verplaatst en de opslag in sleufsilo's zal gebeuren, die op een 100-tal meter van de woning van verzoekster zijn gelegen; dat er zich geen reden aandient om de overweging in het bestreden besluit dat "voor zover de composthopen regelmatig gekeerd worden zodat de aërobe omstandigheden steeds gehandhaafd blijven, er niet dient te worden gevreesd voor geurhinder" in twijfel te trekken; VII-34.782-9/11 3.4.4. Overwegende, wat de aangevoerde vervuiling van het wegdek betreft, dat uit de door verzoekster neergelegde foto's blijkt dat deze vervuiling afkomstig is van het verhakselen en van het composteren en dat dit nadeel wordt toegelicht vanuit de toestand die bestond vooraleer de bestreden vergunning werd verleend; dat evenwel met die vergunning het verhakselen werd geweigerd en dat de opslaplaats voor groenafval werd verplaatst; dat dienvolgens dit nadeel niet voortvloeit uit het bestreden besluit; 3.4.5. Overwegende dat uit het betoog van de raadsman van verzoekster op de terechtzitting blijkt dat de vrees voor de aangevoerde hinder vooral is gelegen in het volgens verzoekster niet respecteren door de tussenkomende partij van de opgelegde vergunningsvoorwaarden; dat evenwel de Raad van State bij de beoordeling van het aangevoerd moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat voortvloeit uit een bestreden beslissing geen rekening kan houden met het eventueel niet naleven door een partij van de opgelegde vergunningsvoorwaarden; dat immers dergelijk nadeel niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden vergunningsbeslissing; 3.5. Overwegende dat derhalve aan de tweede voorwaarde gesteld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari tweeduizend en zes, door : VII-34.782-10/11 Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-34.782-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.124 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.153.194 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.850 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.