id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.233 Rolnummer: A. 113710/IX-3141 Zaak: Arrest 155233 - - 20/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 10:09 Fiche Arrest nr 155.233 van 20 februari 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.é van 20 februari 2006 in de zaak A. 113.710/IX-
- In zake : Dirk MEUWISSEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. OPSTEIJN, kantoor houdende te LANAKEN-REKEM, Steenweg 246 bus 1A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en St. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- tussenkomende partijen :
- Joseph MEUWISSEN,
- Mia CRETSKENS, wonende te KINROOI, Vroenhof
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk MEUWISSEN op 4 december 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 oktober 2001 van de minister van Justitie waarbij zijn aanvraag om zijn naam en die van zijn dochter Hanne te veranderen van MEUWISSEN naar VAN DEN EYNDE wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 11 maart 2002 ingediend door Joseph MEUWISSEN en Mia CRETSKENS ; Gelet op de beschikking van 10 april 2002 die de tussenkomst van Joseph MEUWISSEN en Mia CRETSKENS toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van weder- antwoord; IX-3141-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 29 september 2005, die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 7 oktober 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 7 december 2005, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 4 januari 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 13 februari 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. GROUWELS, die loco advocaat C. OPTEIJN verschijnt voor verzoeker, en van advocaat L. SCHELLEKENS, die loco advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het IX-3141-2/3 auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat dit vermoeden enkel kan worden weggenomen ingeval van overmacht of van een onoverkomelijke dwaling; dat het feit dat verzoeker geen bijkomende argumenten meer wenste aan te voeren in een laatste memorie, geen dergelijk gegeven uitmaakt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig februari 2000 en zes, door : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3141-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.233 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.