id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.350 Rolnummer: A. 65337/X-7015 Zaak: Arrest 155350 - - 21/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 10:20 Fiche Arrest nr 155.350 van 21 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.350 van 21 februari 2006 in de zaak A. 65.337/X-
- In zake : de besloten vennootschap BEBO BEHEER, die woonplaats kiest bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen :
- de gemeente SCHILDE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Kapucinessenstraat 19,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de besloten vennootschap BEBO BEHEER op 29 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 16 februari 1995 van de gemeenteraad van Schilde waarbij de goedkeuring van het wegentracé voor een verkaveling te Schilde, aan Den Aard, op percelen kadastraal bekend sectie A, nrs. 434/v-t-s-p2-r2 en 441/v2 wordt geweigerd; Gelet op het arrest nr. 69.685 van 19 november 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 7 januari 1998 ingediend door de besloten vennootschap BEBO BEHEER; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-7015-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 15 april 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS. Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. DE PRETER die loco Advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat F. SEBREGHTS die loco Advocaat A. MEEUSEN verschijnt voor de eerste verwerende partij en die eveneens loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat namens drie eigenaars, waaronder de verzoek- ster, een aanvraag is ingediend, ontvangen op 15 februari 1994, strekkende tot het verkrijgen van een verkavelingsvergunning met betrekking tot een terrein gelegen te Schilde aan de straat genaamd Den Aard, kadastraal gekend onder sectie A, nrs. 434/v-t-s-p2-r2 en 441/v2 ; dat de aanvraag strekt tot het verdelen van het terrein in 25 kavels voor open bebouwing; Overwegende dat de gemachtigde ambtenaar op 21 oktober 2004 een gunstig advies heeft gegeven voor de kavels 1A tot 3A, en een ongunstig advies voor de kavels 4 tot 25; dat het ongunstig advies is gesteund op het feit dat voor de betrokken kavels in de aanleg van een straat wordt voorzien en dat het tracé daarvan X-7015-2/6 niet is goedgekeurd door de gemeenteraad; dat het college van burgemeester en schepenen van de eerste verweerster bij een eerste besluit van 22 november 1994 de vergunning heeft verleend voor de kavels 1A tot 3A, en bij een tweede besluit van dezelfde dag de vergunning heeft geweigerd voor de kavels 4 tot 25, met verwijzing naar het advies van de gemachtigde ambtenaar; Overwegende dat de gemeenteraad van de eerste verweerster op 16 februari 1995 het wegentracé van de ontworpen weg heeft verworpen, op grond van de volgende overwegingen: "Aangezien het overige gedeelte van het eigendom volledig bebost is en de ontworpen wegenis afbreuk doet aan de goede ruimtelijke aanleg van het gebied; Gelet op de beleidsoptie van het schepencollege om verder geen residentiële verkavelingen met nieuwe wegentracés goed te keuren"; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen, door de verzoekster uitgenodigd om andermaal uitspraak te doen over de aanvraag, bij een eerste besluit van 8 augustus 1995 zijn genoemde besluit van 22 november 1994 i.v.m. de kavels 4 tot 25 heeft ingetrokken; dat het bij een tweede besluit van 8 augustus 1995 de gevraagde vergunning voor de kavels 4 tot 25 heeft geweigerd om de redenen vermeld in het genoemde advies van de gemachtigde ambtenaar van 21 oktober 1994 en in het genoemde besluit van de gemeenteraad van 16 februari 2005, en om de volgende eigen redenen: "- de ontworpen verkaveling is van aard om het natuurlijk landschap en het bosbestand aan te tasten; - de bestaande toegangswegen zijn qua breedte en verharding onvoldoende uitgerust om bijkomende verkeerslast te verwerken; - volgens de inventaris van de onbebouwde percelen zijn op het grondgebied van Schilde nog voldoende identieke residentiële kavels in woonpark voorhan- den"; Overwegende dat de verzoekster bij op 29 augustus 1995 ter post aangetekende verzoekschriften een vordering tot schorsing en het voorliggende beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld, beide tegen de genoemde beslissing van de gemeenteraad van 16 februari 1995; dat de vordering tot schorsing bij arrest nr. 69.685 van 19 november 1997 is verworpen, wegens het ontbreken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel; Overwegende dat de verzoekster ondertussen op 28 september 1995 beroep had ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en X-7015-3/6 schepenen van 8 augustus 1995 waarbij de gevraagde vergunning voor de kavels 4 tot 25 was geweigerd; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen dit beroep bij besluit van 13 juni 1996 wegens laattijdigheid niet ontvankelijk heeft verklaard; dat tegen dit laatste besluit geen beroep is ingesteld; Overwegende dat de verzoekster op 22 juli 1998 een nieuwe aanvraag tot het verkrijgen van een verkavelingsvergunning met betrekking tot hetzelfde terrein heeft ingediend; dat deze aanvraag voorziet in de verdeling van het terrein in 22 loten en in de aanleg van een nieuwe weg; dat de gemeenteraad op 17 september 1998 andermaal geweigerd heeft het tracé van de wegen goed te keuren; dat de verzoekster tegen die laatste beslissing een beroep bij de Raad van State heeft ingesteld; dat zij in dat geding geen memorie van wederantwoord heeft ingediend; dat de Raad van State bij arrest nr. 96.438 van 13 juni 2001 heeft moeten vaststellen, met toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dat de verzoekster niet meer van het vereiste belang deed blijken, en hij het beroep verworpen heeft;
- Overwegende dat de eerste verweerster een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat zij in de eerste plaats aanvoert dat "het de discretionaire macht van de gemeenteraad (is) om al dan niet goedkeuring te hechten aan een ontworpen wegentracé, zodat verzoekster van geen belang doet blijken"; dat zij voorts aanvoert dat het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 augustus 1995 tot weigering van de verkavelingsvergunning definitief is, aangezien het daartegen ingestelde beroep is verworpen bij besluit van de bestendige deputatie van 13 juni 1996, zodat de verzoekster geen belang meer heeft bij het voorliggende beroep; Overwegende dat de gemeenteraad zich op 16 februari 1995 over het tracé van de wegen heeft uitgesproken met toepassing van het toen vigerende artikel 57bis van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat naar luid van artikel 57bis, § 1, inleidende zin en 2., de gemeenteraad een besluit moet nemen over de zaak van de wegen indien de verkavelingsaanvraag in de aanleg van nieuwe verkeerswegen voorziet en indien het college van burgemeester en schepenen bevindt dat de vergunning zijnentwege kan worden verleend; dat de gemeenteraad dan een besluit moet nemen alvorens het college van burgemeester en schepenen over de vergunningsaanvraag beslist; X-7015-4/6 Overwegende dat uit die bepalingen volgt dat de beslissing van de gemeenteraad over de wegenis volledig kadert binnen de procedure voor de behandeling van de verkavelingsaanvraag; Overwegende dat de procedure voor de behandeling van de verkavelingsaanvraag te dezen is afgesloten met het besluit van de bestendige deputatie van 13 juni 1996, waarbij het beroep is verworpen dat de verzoekster heeft ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 augustus 1995 waarbij de gevraagde vergunning voor de kavels 4 tot 25 is geweigerd, overigens mede op grond van redenen die geen uitstaans hebben met de kwestie van de wegenis; dat derhalve, bij ontstentenis van een beroep tegen het genoemde besluit van de bestendige deputatie, de weigering van de gevraagde verkavelingsvergunning thans definitief is; dat, zelfs in de veronderstelling dat het bestreden besluit zou worden vernietigd, de gemeenteraad zich opnieuw zou uitspreken over de ontworpen wegenis en hij die wegenis zou goedkeuren, zulks niet tot gevolg zou hebben dat ook het college van burgemeester en schepenen zich opnieuw over de verkavelingsvergunning als zodanig zou kunnen uitspreken; Overwegende dat de verzoekster derhalve geen belang meer heeft bij haar beroep tot vernietiging van het bestreden besluit; dat de exceptie in zoverre gegrond is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, X-7015-5/6 J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-7015-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.350 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.69.685 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.