← België

Arrest 155471 - - 23/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.471 Rolnummer: A. 144615/XII-3997 Zaak: Arrest 155471 - - 23/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-01 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 10:41 Fiche Arrest nr 155.471 van 23 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.471 van 23 februari 2006 in de zaak A. 144.615/XII-

  1. In zake : Maurits DEVOS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Van Marcke, kantoor houdende te Anzegem, Kerkstraat 1 tegen : de GEMEENTE AVELGEM, die woonplaat kiest bij advocaten J. Colpaert en I. De Tandt, kantoor houdende te Avelgem, Doorniksesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maurits Devos op 28 november 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 17 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van Avelgem waarbij hij vervallen wordt verklaard van het recht tot het innemen van een vaste standplaats op de wekelijkse zaterdagmarkt; Gelet op het arrest nr. 126.049 van 4 december 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 6 januari 2004 ingediend door de verwerende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 24 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-3997-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. De Clercq, die loco advocaat C. Van Marcke verschijnt voor verzoeker, en van advocaat F. Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker houder is van standplaats nr. 17 op de wekelijkse zaterdagmarkt te Avelgem; dat op 17 november 2003 het college van burgemeester en schepenen van Avelgem beslist dat zijn recht tot het innemen van een vaste standplaats vervallen is; dat wordt gemotiveerd dat de marktleider heeft vastgesteld dat betrokkene gedurende vier opeenvolgende weken zijn standplaats niet heeft ingenomen, dat volgens artikel 12.1.
  3. van het algemeen politiereglement dan het recht op het innemen van de vaste standplaats automatisch vervalt behalve in gevallen van overmacht, en dat verzoeker de marktleider niet heeft verwittigd van zijn afwezigheid; Overwegende dat verzoeker in een derde middel doet gelden niet gehoord te zijn alvorens de bestreden beslissing werd genomen; dat hij toelicht dat verwerende partij “zich tevreden [heeft] gesteld met slechts een mondelinge verklaring van de marktleider om het recht op een vaste standplaats van verzoekende partij vervallen te verklaren, zonder hierover het standpunt van verzoekende partij in te winnen” en dat “de marktleider wel degelijk op de hoogte werd gebracht van de wettige redenen van afwezigheid van verzoekende partij”; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat zij beschikte over een schríftelijke verklaring van de marktleider, dat zij geenszins verplicht was verzoeker te horen, dat verzoeker “goed” op de hoogte was van de mogelijke sanctie XII-3997-2/5 die aan zijn afwezigheid op de zaterdagmarkt gekoppeld kon worden, dat hij immers kennis had van het algemeen politiereglement en mondeling verwittigd werd, dat hij over zijn afwezigheden met het bestuur kon zijn gaan praten “vooraleer er 4 waren”, “in plaats van te verwachten dat verwerende partij het [algemeen politiereglement] niet zou toepassen”, dat de gemeente het algemeen politiereglement “verplicht” moet toepassen; Overwegende dat verzoeker repliceert dat verwerende partij niet met zekerheid kon stellen dat er geen sprake was van overmacht in zijnen hoofde, dat hij niet mondeling is verwittigd geworden, noch kon vermoeden dat hem een ernstige sanctie boven het hoofd hing, dat de sanctie “zelfs in gevallen van veelvuldige afwezigheden van andere marktkramers nog nooit in het verleden werd toegepast”, dat hem dan ook niet kwalijk kan worden genomen dat hij niet op de beslissing heeft geanticipeerd “gezien het een totaal onverwachtse en ongerechtvaardigde beslissing betreft”; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen met de bestreden beslissing verzoeker zijn vaste standplaats op de zaterdagmarkt ontneemt omdat hij in gebreke zou zijn gebleven de standplaats gedurende vier opeenvolgende marktdagen te bezetten; dat krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur het college er in principe toe gehouden is, alvorens een dergelijke beslissing te nemen, de betrokkene in de gelegenheid te stellen nuttig zijn zienswijze naar voor te brengen; dat daaraan niet voldaan is; Overwegende dat verwerende partij, ter vergoelijking daarvan, in essentie beweert dat zij geen andere keuze had dan het algemeen politiereglement toe te passen en dat verzoeker maar eigener beweging zijn standpunt moest hebben kenbaar gemaakt; Overwegende dat artikel 12.1.
  4. van het algemeen politiereglement onder meer voorschrijft : . “Na vier opeenvolgende marktdagen afwezig te zijn vervalt automatisch het recht op het innemen van de vaste standplaats, behalve in gevallen van overmacht zoals ziekte, overlijden, ongevallen e.d.m. De marktleider dient zo spoedig mogelijk in kennis gesteld te worden”; XII-3997-3/5 Overwegende dat hieruit volgt dat de sanctie van het automatisch verval slechts geldt indien de afwezigheid niet verantwoord wordt door “overmacht”; dat de afwezigheid en de reden van “overmacht” weliswaar zo spoedig mogelijk aan de marktleider moeten worden meegedeeld, maar uit niets blijkt dat het verzuim ter zake in voorkomend geval zelf reeds het automatisch verval dient mee te brengen; Overwegende dat verwerende partij in de gegeven omstandig- heden niet terecht van mening kon zijn dat zij er op grond van het algemeen politiereglement zonder meer toe verplicht was om verzoeker van zijn standplaats vervallen te verklaren, en namelijk zonder hem voordien de gelegenheid te hebben geboden de redenen van “overmacht” te doen gelden die zijn afwezigheid naar zijn mening konden rechtvaardigen - en die hij blijkens zijn brief van 25 november 2003 aan de gemeente, ook effectief had; dat verwerende partij geenszins voor vaststaande feiten stond die haar niet toelieten anders te handelen dat zij gedaan heeft; Overwegende dat verwerende partij de zaken op hun kop zet door verzoeker tegen te werpen dat hij de bestreden beslissing moest hebben zien aankomen en zijn standpunt maar uit eigen beweging naar voor had moeten brengen; dat haar stelling des te minder opgaat waar blijkt dat het college samen met verzoeker ook ene E.V. van zijn standplaats vervallen verklaart, zij het pas na een afwezigheid gedurende tien opeenvolgende weken; dat dit het door verzoekster bekritiseerde “totaal onverwachtse” karakter van de bestreden beslissing alleen maar bevestigt; Overwegende dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  5. Vernietigd wordt de beslissing van 17 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van Avelgem waarbij Maurits Devos vervallen wordt verklaard van het recht tot het innemen van een vaste standplaats op de wekelijkse zaterdagmarkt. XII-3997-4/5 Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3997-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.471 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.