← België

Arrest 155472 - - 23/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.472 Rolnummer: A. 73177/VII-15194 Zaak: Arrest 155472 - - 23/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-08 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 10:42 Fiche Arrest nr 155.472 van 23 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.472 van 23 februari 2006 in de zaak A. 73.177/VII-15.

  1. In zake : Marc VAN CAUTER, die woonplaats kiest bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat E. VAN ACKER, kantoor houdende te GENT, Brugsesteenweg
  2. tussenkomende partij :
  3. Arnold DE SCHEPPER,
  4. Robert PELEMAN,
  5. Patrick DE SWAEF,
  6. Jan LORIE,
  7. André VAN DEN BOSSCHE,
  8. Willy DE RYCK,
  9. Laurent BOON,
  10. Jan DE WILDE,
  11. Günther BRUYLAND
  12. Juliette VAN DEN STEEN, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  13. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc VAN CAUTER op 7 februari 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 16 december 1996 waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 13 juni 1996 houdende het verlenen van de vergunning aan verzoeker om zijn pluimveebedrijf, gelegen Driepikkel 1, Erpe-Mere, te veranderen door toevoeging van een derde stal, gegrond wordt verklaard en de gevraagde vergunning wordt geweigerd; VII-15.194-1/5 Gelet op het arrest nr. 70.577 van 8 januari 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 mei 1998; Gelet op de beschikking van 25 mei 1998 die de tussenkomst van Arnold DE SCHEPPER, Robert PELEMAN, Patrick DE SWAEF, Jan LORIE, André VAN DEN BOSSCHE, Willy DE RYCK, Laurent BOON, Jan DE WILDE, Günther BRUYLAND en Juliette VAN DEN STEEN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 10 september 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 januari 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 2 februari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. LINDEMANS, die verschijnt voor verzoeker, van Advocaat G. LEYNS die, loco Advocaat E. VAN ACKER verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat K. VANBINST die, loco Advocaat P. DEVERS verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; VII-15.194-2/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad van State de gegevens van de zaak als volgt beoordeelt :
  14. De feiten Verzoeker baat te Erpe-Mere, Driepikkel 1, een kippenfokkerij uit. De inrichting ligt in agrarisch gebied, onmiddellijk grenzend aan woongebied met landelijk karakter. Op 1 juni 1988 verleent de bestendige deputatie van de provincie- raad van Oost-Vlaanderen aan Paul SCHEERLINCK een exploitatievergunning voor een termijn van vijftien jaar, voor de verderzetting van een pluimveebedrijf met 25.000 mestkippen, 2 voedersilo's van 10 ton en 9.000 liter stookolie. Een uitbreiding tot 45.000 mestkippen wordt geweigerd. Met een brief van 28 september 1990 meldt verzoeker de overname van de inrichting. Op 17 december 1995 dient verzoeker een aanvraag in voor een bouwvergunning. Op 13 augustus 1996 wordt de bouwvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen. Op 27 december 1995 dient verzoeker ook een aanvraag in voor een milieuvergunning voor de verandering van het bedrijf, door toevoeging van een kippenstal voor 3.390 dieren (waarbij het totale aantal dieren evenwel ongewijzigd op 20.155 zou blijven), voor een mestopslagplaats voor 450 m³ droge mest, en voor de opslag van 5.000 liter mazout in een bovengrondse houder. Op 13 juni 1996 wordt de milieuvergunning verleend door de bestendige deputatie. Met een brief van 16 juli 1996 wordt door 19 buurtbewoners, gezamenlijk beroep aangetekend bij de minister. Op 16 december 1996 wordt de bestreden beslissing genomen. De beroepen worden gegrond verklaard en de vergunning wordt geweigerd omwille van onaanvaardbare geur- en geluidsoverlast.
  15. De ontvankelijkheid De basisvergunning waarop de geweigerde verandering betrekking heeft, is verstreken op 1 juni
  16. Uit het feit dat de basisvergunning waarop de VII-15.194-3/5 gevraagde omvorming betrekking had verstreken is, vloeit noodzakelijkerwijze voort dat, na een gebeurlijke vernietiging door de Raad van State, de verwerende partij alleen de aanvraag zou kunnen afwijzen bij gebrek aan een voorwerp. Dit principe wordt verwoord in artikel 30, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), dat bepaalt dat de vergunning voor de verandering van een inrichting verleend wordt voor een bepaalde duur waarvan de einddatum deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden. Onder "de lopende vergunning" moet worden verstaan de basisvergunning die gold op het ogenblik van het indienen van de milieuvergunningsaanvraag voor de verandering van een inrichting en waarvan overeenkomstig artikel 5 van Vlarem I een afschrift moet worden gevoegd bij het aanvraagdossier. Verzoeker betoogt ter terechtzitting dat een mogelijke onontvan- kelijkheid het gevolg is van het langdurige procesverloop en dat zulks in strijd is met de beginselen van de rechtsstaat. Een vernietigingsarrest kan er echter niet toe leiden dat aan verzoeker alsnog de gevraagde vergunning wordt verleend. Bijgevolg beschikt verzoeker niet meer over het rechtens vereiste actueel belang bij de vernietiging, zoals de Algemene Vergadering van de afdeling Administratie van de Raad van State heeft geoordeeld in zijn arrest 69.471 van 5 november
  17. Dezelfde Algemene Vergadering heeft die zienswijze bevestigd in het arrest nr. 132.915 van 23 juni
  18. De argumenten van verzoeker wegen niet op tegen die interpretatie. Gelet op de omstandigheden van de zaak, en gelet op het feit dat het beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of ongegrond was, komt het gepast voor de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 743,70 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een tiende. VII-15.194-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-15.194-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.472 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.70.577 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.