id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.479 Rolnummer: A. 164547/X-12394 Zaak: Arrest 155479 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 10:46 Fiche Arrest nr 155.479 van 23 februari 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.479 van 23 februari 2006 in de zaak A. 164.547/X-12.
- In zake : Johan VERSCHUREN, die woonplaats kiest bij Advocaten L. DEHOND, Ch. VAN CASTEREN, K. DENOO en W. DIERICK, kantoor houdende te 3200 AARSCHOT, Gijmelsesteenweg 81 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te 9255 BUGGENHOUT, Provincialebaan
- tussenkomende partij : de naamloze vennootschap AQUAFIN, die woonplaats kiest bij Advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan VERSCHUREN op 25 juli 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 9 mei 2005 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, L e e f m i l i e u e n N a t u u r , w a a r b ij d e o p r ic ht in g v a n e e n rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Aarschot en de gemeente Begijnendijk van openbaar nut wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.394-1/5 Gelet op de beschikking van 11 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. ARNAUTS die loco Advocaten L. DEHOND, Ch. VAN CASTEREN en W. DIERICK verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat S. BEECKMAN die loco Advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat K. PHLIPS die loco Advocaten B. ASCHERICKX en I. COOREMAN verschijnt voor de tussenkomende partij: Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de naamloze vennootschap AQUAFIN met een verzoekschrift van 10 augustus 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Eneregie, Leefmilieu en Natuur bij het bestreden besluit van 9 mei 2005 de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Aarschot en de gemeente Begijnendijk van openbaar nut heeft verklaard; dat de verzoeker niet aangeeft van welke percelen waarop het bestreden besluit betrekking heeft, hij eigenaar of gebruiker zou zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-12.394-2/5 Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor d e Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoeker, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft dat volgens hem de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan berokkenen, in de vordering tot schorsing uiteenzet wat volgt : "Indien er geen schorsing in casu volgt en de litigieuze inrichting hangende de annulatieprocedure wordt gebouwd en in werking wordt gesteld, dan lijden mens en omgeving intussen een ernstig nadeel. De milieuhinder in de ruime zin van het woord die het gevolg zal zijn van de voorgenomen exploitatie is globaal genomen dan ook te beschouwen als een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan niet alleen gevonden worden in de irreversibele effecten voor het leefmilieu in het algemeen maar ligt uiteraard ook en niet in het minst besloten in het door verzoekende partij effectief té ondergane moeilijk te herstellen ernstig nadeel, mocht de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (Ministerieel besluit dd. 09-05-05 : openbaar nut verklaring qua de bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur) een feit worden, quod non. Zoals bovenvermeld reeds aangehaald, zo geen schorsing zou volgen, en de litigieuze inrichting hangende de annulatieprocedure zou gebouwd en in werking gesteld worden, lijdt verzoekende partij sowieso een ernstig nadeel hetwelk irreversibel is, zodat het ook een moeilijk te herstellen nadeel uitmaakt. Verzoekende partij brengt in haar middelen onderstaand reeds de terechte argumentatie naar voren dat minstens haar vordering tot schorsing reeds als volkomen gerechtvaardigd dient gekwalificeerd te worden . Verzoekende partij levert in haar middelen volkomen terecht kritiek op de inhoud van de motieven, die in de bestreden beslissing (Ministerieel Besluit dd. 09-05-05) als blijkbaar voor waar en vaststaand worden gehanteerd, hetgeen uiteraard door verzoekende partij wordt tegengesproken. Overigens dient vastgesteld dat de grieven, zoals geformuleerd door verzoekende partij, zelfs onbesproken gelaten werden voortgaande op de inhoud van het bestreden Ministerieel Besluit. X-12.394-3/5 Hierbij verwijst verzoekende partij naar de door haar naar voor gebrachte bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek (gemeente Begijnendijk) maar tevens naar de door haar inmiddels bij deze terecht uitgebrachte kritiek op het MER-rapport. Het resultaat van dit MER-rapport wordt blijkbaar zonder meer door het Ministerieel Besluit ingevolgd. Het tracé wordt niet gewijzigd en blijft conform met het tracé voorgesteld in het MER, zoals door het bestreden Ministerieel Besluit pag. 05 bovenaan wordt bevestigd."; Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak moet vinden in het aangevochten besluit; dat het bestreden ministerieel besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinstallatie tot voorwerp heeft en geenszins de vergunning inhoudt voor de bouw en de exploitatie van de geplande collector; dat de verzoeker niet concreet uiteenzet waarin het door hem "effectief te ondergane moeilijk te herstellen ernstig nadeel" bestaat indien de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een feit zou worden; dat hij evenmin uiteenzet welke "de irreversibele effecten voor het leefmilieu in het algemeen" zijn, en op welke wijze deze hem persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen; dat voorts de eventuele ernst van de middelen niet dienstig kan worden ingeroepen om het moeilijk te herstellen nadeel te staven aangezien krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en de voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, twee afzonderlijke voorwaarden zijn die los van elkaar vervuld dienen te zijn om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat verzoekers uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.394-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de naamloze vennootschap AQUAFIN in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.394-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.479 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.257 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div