id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.610 Rolnummer: A. 102315/IX-2773 Zaak: Arrest 155610 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-15 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 11:12 Fiche Arrest nr 155.610 van 27 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.610 van 27 februari 2006 in de zaak A. 102.315/IX-
- In zake : Asad Ullah KHAN, wonende te WILRIJK, Jules Moretuslei 197 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Midden- stand, die woonplaats kiest bij advocaat J. FRANSEN, kantoor houdende te OVERPELT, Burgemeester Van Lindtstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Asad Ullah KHAN op 26 maart 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 28 september 2000 van de Raad voor Economisch Onderzoek inzake vreemdelingen waarbij een negatief advies gegeven wordt over zijn aanvraag tot het verkrijgen van een beroepskaart voor vreemdelingen met het oog op de uitoefening van een kleinhandel in algemene voeding; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur G. DE BLEECKERE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 11 januari 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 februari 2006; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-2773-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. FRANSEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker, van Indische nationaliteit, op 28 januari 2000 een aanvraag ingediend heeft om een beroepskaart voor vreem- delingen te verkrijgen teneinde als zaakvoerder van een bvba een kleinhandel uit te baten; dat de Raad voor Economisch Onderzoek inzake Vreemdelingen op 28 september 2000 aan de minister van Middenstand geadviseerd heeft de beroeps- kaart te weigeren; dat die beslissing, die naar zeggen van verzoeker hem ter kennis gebracht is met een brief van 28 januari 2001, het voorwerp vormt van het onderhavig beroep; dat de gevolmachtigde van de minister op 25 januari 2001 besloten heeft de beroepskaart te weigeren; dat deze beslissing aan verzoeker ter kennis gebracht is op 16 februari 2001; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord betoogt dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de bestreden beslissing “geen eindbeslissing is maar een advies”; dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord daarop repliceert dat uit de bewoordingen van zijn verzoekschrift en de bij zijn verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat hij “duidelijk aangeeft welke beslissing nietig verklaard (moet) worden” en dat het “normdoel” bereikt is, aangezien de verwerende partij zich uiteindelijk toch tegen de nietigverklaring van de juiste administratieve beslissing verzet heeft; Overwegende dat het verzoekschrift duidelijk gericht is tegen het advies van 28 september 2000 van de Raad voor Economisch Onderzoek inzake Vreemdelingen, dat een voorbereidende handeling is die op zich de rechtstoestand van verzoeker niet gewijzigd heeft; dat het enig stuk dat bij het verzoekschrift gevoegd is dat advies is; dat het verzoekschrift zeker niet gericht is tegen het besluit van 25 januari 2001 van de gevolmachtigde van de minister van Middenstand, dat dan wel de echte eindbeslissing is die de rechtstoestand van verzoeker definitief IX-2773-2/4 bepaalt; dat, zeker nu verzoeker op het ogenblik van het indienen van zijn verzoek- schrift onmiskenbaar kennis had van de beslissing van 25 januari 2001 en dit besluit uitdrukkelijk melding maakte van de mogelijkheid om in beroep te komen bij de Raad van State, de Raad van State zijn bevoegdheid zou te buiten gaan indien hij, in weerwil van de niet mis te verstane bewoordingen van het verzoekschrift, toch zou aannemen dat het beroep gericht is tegen het eindbesluit van 25 januari 2001; Overwegende dat verzoeker, nu hij er aanvankelijk voor geopteerd heeft om, in weerwil van de duidelijke mededelingen die hem door het bestuur waren gedaan, toch enkel het advies van 28 september 2000 te bestrijden, niet vermag na de lezing van het verweer alsnog het voorwerp van zijn beroep uit te breiden; dat overigens, na de kennisneming van het auditoraatsverslag waarin gecon-cludeerd was tot de onontvankelijkheid van zijn beroep, hij ook niet ter terechtzitting verschenen is om aan de Raad van State duidelijk te maken waarom hij zich verplicht zag het advies van 28 september 2000 en niet het besluit van 25 januari 2001 tot het voorwerp van zijn beroep te maken; dat de omstandigheid dat de verwerende partij zich ten gronde verdedigd heeft tegen de nietigverklaring van het eindbesluit, het onderzoek van de ontvankelijkheid niet verhindert en dat in dit geval de verwerende partij overigens een exceptie terzake geformuleerd heeft; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk ratione materiae is; dat er reden is om de zaak af te doen volgens de procedure bepaald in artikel 93 van het algemeen procedurereglement, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-2773-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-2773-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.610 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.