← België

Arrest 155611 - - 27/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.611 Rolnummer: Zaak: Arrest 155611 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-16 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 11:12 Fiche Arrest nr 155.611 van 27 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.611 van 27 februari 2006 in de zaken A. 61.990/IX-1226 68.415/IX-

  1. In zake : Colette VANHOORNEWEDER, wonende te JABBEKE, Jabbekestraat 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Colette VANHOORNEWEDER op 23 januari 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van het selectiecomité voor de overgang, bij wege van sociale promotie, van het kader van de beroepsonderofficieren naar het kader van de aanvullingsofficieren -sessie 1994- waarbij zij niet batig gerangschikt werd evenals van de beslissingen van hetzelfde selectiecomité en van de minister van Landsverdediging om Karine HOLLEVOET als kandidaat-aanvullingsofficier te aanvaarden; (A. 61.990) Gezien het verzoekschrift dat Colette VANHOORNEWEDER op 4 april 1996 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het koninklijk besluit van 5 december 1995 waarbij Karine HOLLEVOET wordt aangesteld als aanvul- lingsofficier in de graad van Vaandrig-ter-Zee tweede klasse; (A. 68.415) Gelet op het arrest nr. 52.975 van 18 april 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten evenals de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen en het opleggen van een dwangsom in de zaak A. 61.990 wordt verworpen; Gelet op het arrest nr. 63.475 van 10 december 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit evenals IX-1226-1/6 de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen en het opleggen van een dwangsom in de zaak A. 68.415 wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. AERTGEERTS; Gelet op de beschikking van 7 september 1998 tot voeging van de zaken; Gelet op de beschikking van dezelfde dag die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 21 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die persoonlijk verschijnt, en van luitenant-kolonel militair administrateur A. DE DECKER; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat verzoekster op 3 november 1976 dienst genomen heeft bij de zeemacht; dat zij op 18 februari 1994 gevraagd heeft om -voor de derde keer- deel te nemen aan de wedstrijd van 1994 voor de overgang van het kader van de beroepsonderofficieren naar het kader van de aanvullingsofficieren; dat IX-1226-2/6 voor de diensten waarvoor zij zich kandidaat gesteld heeft één betrekking te begeven was; dat het selectiecomité op 9 september 1994 beslist heeft -het eerste bestreden besluit in de eerste zaak- dat verzoekster voor de selectieproeven 75,66 punten op 100 behaalde, wat haar een rangschikking op de tweede plaats opleverde, achter Karine HOLLEVOET die 80,91 punten op 100 behaalde; dat het selectiecomité vervolgens Karine HOLLEVOET als enige voorgesteld heeft voor de overgang naar het kader van de aanvullingsofficieren en dat de minister van Landsverdediging die voordracht op 13 februari 1995 aanvaard heeft -het tweede bestreden besluit in de eerste zaak-; dat Karine HOLLEVOET met een koninklijk besluit nr. 1004 van 5 december 1995 als aanvullingsofficier aangesteld is in de graad van Vaandrig-ter- Zee tweede klasse, met ingang op 27 juni 1995 -het voorwerp van het tweede beroep-; 2.
  3. Overwegende dat verzoekster niet geantwoord heeft op de vraag naar haar volgehouden belangstelling en haar actueel belang bij de afhandeling van het beroep; dat zij ter terechtzitting haar standpunt toegelicht heeft; dat de essentie van haar uiteenzetting is dat zij graag als officier met pensioen zou gaan en dat een vernietiging van de bestreden beslissingen haar daarbij van nutte kan zijn; 2.
  4. Overwegende dat de verwerende partij met betrekking tot het actueel belang van verzoekster uiteenzet dat, zo indertijd de maximumleeftijd voor de overgang van het kader van de beroepsonderofficieren naar de aanvullings- officieren bepaald was op 37 jaar, die leeftijd thans bepaald is op 35 jaar, dat verzoekster duidelijk niet meer aan de leeftijdsvoorwaarden voldoet om over te gaan naar het kader van de aanvullingsofficieren en dat bijgevolg de vraag rijst of zij nog wel voldoet aan de voorwaarde van het actueel belang; 2.3.
  5. Overwegende dat artikel 89, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 betreffende het statuut van de onderofficieren van het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische dienst, de leeftijdsvoorwaarde om aanvaard te worden als kandidaat-aanvullingsofficier op het ogenblik van de bestreden beslissingen vaststelde op “ten hoogste 37 jaar oud”; dat het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie en de sociale promotie naar een hogere personeelscategorie het koninklijk besluit van 25 oktober 1963 vervangen heeft; dat dit koninklijk besluit van 9 juni 1999 op 1 januari 2000 in werking getreden is en dat artikel 34, eerste lid, 2/, ervan de leeftijdsvoorwaarde waaronder een beroepsonderofficier met het oog op zijn sociale IX-1226-3/6 promotie als kandidaat-aanvullingsofficier kan worden aanvaard, bepaald heeft als volgt: “de leeftijd van 35 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het jaar van zijn aanvaarding”; dat artikel 52 van hetzelfde besluit een overgangsbepaling bevat waarbij “de maximale leeftijdslimieten” die in het kader van de sociale promotie naar een hogere personeelscategorie toepasselijk waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit “voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit” blijven gelden; 2.3.
  6. Overwegende dat verzoekster geboren is op 5 juni 1957; dat zij op 5 juni 1994, 37 jaar geworden is; dat, in geval de Raad van State de beslissing van het selectiecomité waarbij Karine HOLLEVOET als batig gerangschikt werd voor de enige vacante betrekking en de daarmee verbonden beslissing om verzoekster niet batig te rangschikken -alsook de andere bestreden beslissingen die daarop gevolgd zijn en die er hun noodzakelijke grondslag in vinden- vernietigt, het selectiecomité een nieuwe beslissing moet nemen over de voordracht van één kandidaat; dat, in de hypothese dat de selectiecommissie dan verzoekster batig zou rangschikken en haar voordragen voor de overgang naar het aanvullingskader, de minister van Landsverdediging rekening zal moeten houden met de actuele reglementering en derhalve zal moeten vaststellen dat verzoekster de actuele leeftijdsvoorwaarde, bepaald in artikel 34 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999, niet vervult; dat verzoekster geen rechtsregel aanwijst die haar het recht verleent om, met terug- werkende kracht tot 1994, in de plaats van Karine HOLLEVOET voorgedragen te worden voor de opleiding tot aanvullingsofficier en om alsnog, retroactief tot op het ogenblik dat zij nog aan de leeftijdsvoorwaarde voldeed, tot de opleiding toegelaten te worden; Overwegende dat de vernietiging van de door verzoekster bestreden beslissingen geenszins het door haar beoogde voordeel teweeg kan brengen; dat het beroep wegens het teloorgaan van het actueel belang onontvankelijk geworden is, BESLUIT: Artikel
  7. De beroepen worden verworpen. IX-1226-4/6 IX-1226-5/6 Artikel
  8. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-1226-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.611 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.