← België

Arrest 155612 - - 27/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.612 Rolnummer: A. 76974/IX-902 Zaak: Arrest 155612 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-15 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 11:13 Fiche Arrest nr 155.612 van 27 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.612 van 27 februari 2006 in de zaak A. 76.974/IX-

  1. In zake : de NV Veevoederbedrijf NAVOBI, die woonplaats kiest bij advocaat L. SOL, kantoor houdende te TURNHOUT, Gemeentestraat 4, bus 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landbouw, thans het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Veevoederbedrijf NAVOBI op 30 december 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Proces-Verbaal, opgesteld door inspecteur-dierenarts Dr. LAMBERECHTS van het Ministerie van Middenstand en van Landbouw, bestuur voor de Dieren- gezondheid en de Kwaliteit van de Dierlijke Producten, Veterinaire Dienst, nr. SVD/01/DHO/97/704 (...)”; Gelet op het arrest nr. 126.148 van 8 december 2003 waarbij de debatten worden heropend; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 13 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 februari 2006; IX-902-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. D’HAENE die, loco advocaat L. SOL verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat Y. VASTERSAVENDTS die, loco advocaat A. VASTERSAVENDTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak uiteengezet zijn in het arrest nr. 126.148 van 8 december 2003; dat met dat arrest de debatten heropend zijn, teneinde de gegrondheid na te gaan van de middelen die verzoekster aanvoert tegen artikel 4, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 september 1997 betreffende maatregelen inzake de verhandeling van landbouwdieren ten aanzien van bepaalde stoffen of residu’s daarvan met farmacologische werking (hierna: het koninklijk besluit), om aldus te kunnen vaststellen of die reglementaire bepaling waarin het bestreden besluit zijn juridische grondslag vindt, niet overeenk- omstig artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing gehouden moet worden; dat in het tweede middel de miskenning van artikel 14 van de Grondwet wordt aangevoerd, doordat artikel 4, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit zonder daarvoor over de vereiste wettelijke basis te beschikken, een strafsanctie zou invoeren; dat het derde middel steunt op de miskenning van artikel 2 van het Strafwetboek, doordat met terugwerkende kracht een strafsanctie wordt ingevoerd;
  3. Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn aanvullend verslag over de zaak het derde middel gegrond bevonden heeft; dat hij te dien einde onder meer verwezen heeft naar het arrest nr. 134.860 van 14 september 2004 inzake WITTEVRONGEL, waarbij artikel 4, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit vernietigd werd; dat hij dan vastgesteld heeft dat de bestreden maatregel, die genomen is in toepassing van deze onwettige en reeds vernietigde reglements- bepaling, onwettig is;
  4. Overwegende dat buiten betwisting staat dat de bestreden maatregel, die het gevolg is van een positief analyseresultaat van 5 maart 1997, zijn IX-902-2/3 noodzakelijke grondslag vindt in artikel 4, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 september 1997; dat de nietigverklaring van die bepaling tot gevolg heeft dat de aangestelde van de verwerende partij op 4 november 1997 geen deugdelijke juridische basis had om aan het bedrijf van verzoekster het H-statuut op te leggen; dat, dienvolgens, het bestreden besluit wegens ontstentenis van deugdelijke rechtsgrond vernietigd moet worden; dat die ambtshalve vaststelling verder onderzoek naar de gegrondheid van de aangevoerde middelen overbodig maakt, BESLUIT: Artikel
  5. Vernietigd wordt de beslissing, vervat in het proces-verbaal nr. SVD/01/DHO/97/704, opgesteld door de aangenomen dierenarts van het ministerie van Landbouw, betreffende de toekenning van het H-statuut aan dieren van de verzoekende partij. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-902-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.612 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.73.278 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.