id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.616 Rolnummer: A. 96321/X-9834 Zaak: Arrest 155616 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 11:16 Fiche Arrest nr 155.616 van 27 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.616 van 27 februari 2006 in de zaak A. 96.321/X-
- In zake : Eugeen VAN DEN BOSSCHE, wonende te 9200 DENDERMONDE, Vlassenbroek 58 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eugeen VAN DEN BOSSCHE op 6 oktober 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 juli 2000 van de Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, houdende eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 22 april 1999 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij hem de vergunning wordt verleend tot regularisatie van het aanbrengen van een toplaag in asfalt op een bestaande laag porfier/kiezel op een terrein gelegen Vlassenbroek 70 te Dendermonde, kadastraal bekend sectie A, nr. 355 m, en anderdeels, vernietiging van voormeld besluit van 22 april 1999; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 22 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-9834-1/6 Gelet op de beschikking van 29 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 november 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. DE SUTTER die loco Advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verwerende partij haar laatste memorie niet heeft ingediend binnen de termijn bepaald bij artikel 14, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalde termijn; dat de laatste memorie met toepassing van artikel 21, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ambtshalve uit de debatten wordt geweerd;
- Overwegende dat verzoeker eigenaar is van een perceel gelegen Vlassenbroek 70 te Dendermonde, kadastraal bekend sectie A, nr. 355 m; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Dendermonde is gelegen in natuurgebied; dat het niet is gelegen binnen een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat verzoeker op 19 augustus 1998 bij het College van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde een aanvraag heeft ingediend tot regularisatie van het aanbrengen van een asfalttoplaag op een bestaande laag porfier/kiezel op voormeld terrein; dat de afdeling Natuur op 15 september 1998 een gunstig advies heeft uitgebracht, maar tevens heeft opgemerkt dat het raadzaam is, conform het integraal waterbeheer, gebruik te maken van een waterdoorlatende verharding zoals kasseistenen; dat het college van burgemeester en schepenen de aanvraag met een negatief preadvies heeft doorgestuurd naar de gemachtigde ambtenaar; dat de gemachtigde ambtenaar op 1 februari 1999 een ongunstig advies heeft uitgebracht; dat het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning bij besluit van 8 februari 1999 X-9834-2/6 heeft geweigerd; dat verzoeker op 25 februari 1999 beroep heeft ingesteld tegen voormelde weigeringsbeslissing bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie bij besluit van 22 april 1999 het beroep van verzoeker heeft ingewilligd en de regularisatievergunning heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar op 28 mei 1999 beroep heeft ingesteld bij de bevoegde minister tegen het besluit 22 april 1999 van de bestendige deputatie; dat de Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, bij het thans bestreden besluit van 19 juli 2000 het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ingewilligd en het besluit van de bestendige deputatie heeft vernietigd;
- Overwegende dat de verwerende partij met een schrijven van 15 juni 2005 aan de Raad van State meedeelt dat verzoeker sinds het bestreden besluit nog tweemaal een identieke bouwaanvraag heeft ingediend; dat de eerste aanvraag werd geweigerd door het College van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde, bij besluit van 29 juli 2003, en in hoger beroep door de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, bij besluit van 6 november 2003; dat de tweede aanvraag werd geweigerd door het college van burgemeester en schepenen, bij besluit van 25 mei 2004; dat de bestendige deputatie de vergunning bij besluit van 16 september 2004 heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar bij de bevoegde minister beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de bestendige deputatie en dat dit beroep nog hangende is; dat de verwerende partij van oordeel is dat verzoeker hierdoor verzaakt heeft aan zijn bouwaanvraag die geleid heeft tot het bestreden ministerieel besluit van 19 juli 2000 en dat het annulatieberoep dan ook zonder voorwerp is geworden; Overwegende dat het enkele feit dat de verzoeker, hangende het huidige geding bij de Raad van State soortgelijke of identieke aanvragen heeft ingediend, niet beschouwd kan worden als een verzaking aan de bouwaanvraag die in laatste instantie geleid heeft tot het bestreden besluit; dat het voorliggende beroep nog steeds een voorwerp heeft, en de verzoeker het belang bij zijn beroep niet verloren heeft; Overwegende dat de exceptie, daargelaten of ze ontvankelijk is, in elk geval ongegrond is;
- Overwegende dat het auditoraat ambtshalve een middel aanvoert, afgeleid uit de onbevoegdheid van de steller van het bestreden besluit; dat het X-9834-3/6 aanvoert dat de verzoeker bij een op 17 februari 2000 verzonden rappelbrief de minister herinnerd heeft aan zijn beroep, overeenkomstig artikel 53, § 2, vierde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat de minister vanaf dat ogenblik beschikte over een termijn van dertig dagen, bepaald bij artikel 53, § 2, vijfde lid, van het genoemde decreet, om zijn beslissing te nemen en die beslissing ter kennis van de verzoeker te brengen, dat de bestreden beslissing pas op 19 juli 2000 genomen is en pas op 7 augustus 2000 ter kennis van de verzoeker is gebracht, dat de minister derhalve zijn bevoegdheid verloren had op het ogenblik dat hij zijn beslissing genomen heeft; Overwegende dat een middel inzake de bevoegdheid van de steller van de bestreden handeling de openbare orde raakt; Overwegende dat artikel 53, § 2, vierde en vijfde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 bepaalt wat volgt : " (...) Van de beslissing van de Vlaamse regering wordt aan de partijen kennis gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. Bij gebreke kan de aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Vlaamse regering rappelleren. Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de decreten en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de verkavelingsvergunning. Is het beroep door het college of de gemachtigde ambtenaar ingesteld, dan mag de aanvrager overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de beslissing van de bestendige deputatie."; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 22 april 1999 van de bestendige deputatie houdende inwilliging van het beroep van verzoeker werd ingesteld met een ter post aangetekende brief van 28 mei 1999; dat de bevoegde minister niet heeft beslist binnen de door voormeld artikel 53, § 2, vierde lid, bepaalde termijn van 75 dagen; dat verzoeker de zaak met een ter post aangetekende brief van 17 februari 2000 aan de minister heeft gerappelleerd; X-9834-4/6 Overwegende dat het Hoofdbestuur van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen met een brief van 23 februari 2000 aan de verzoekende partij heeft meegedeeld dat haar voormelde brief niet als een rappelbrief kon worden beschouwd, vermits deze niet voldeed aan de voorschriften bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, § 2, vierde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat inmiddels evenwel voormeld besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 bij arrest nr. 86.003 van 15 maart 2000 is vernietigd; dat dit besluit aldus moet worden geacht ab initio uit de rechtsorde te zijn verdwenen; dat de verweerder niet aanvoert, en ook uit niets blijkt, dat de rappelbrief van 17 februari 2000 om enige andere reden ongeldig zou zijn; Overwegende dat de minister bij het bestreden besluit van 19 juli 2000 uitspraak heeft gedaan over het bij hem ingestelde beroep van de gemachtigde ambtenaar; dat dit besluit genomen is na het verstrijken van de termijn van dertig dagen, bepaald bij artikel 53, § 2, vijfde lid, van het genoemde decreet; dat, overeenkomstig die decreetsbepaling, de verzoeker op dat ogenblik al het recht had verworven om de in de aanvraag bedoelde werken uit te voeren, mits hij zich zou gedragen naar de beslissing van de bestendige deputatie van 22 april 1999; dat de minister, op het ogenblik dat hij het bestreden besluit heeft genomen, zijn bevoegdheid verloren had; dat het bestreden besluit geen rechtsgevolgen kan hebben; dat het omwille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer formeel vernietigd dient te worden; BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 19 juli 2000 van de Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, houdende eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 22 april 1999 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan Eugeen VAN DEN BOSSCHE de vergunning wordt verleend tot regularisatie van het aanbrengen van een toplaag in asfalt op een bestaande laag porfier/kiezel aan de Vlassenbroek 70 te Dendermonde, op een X-9834-5/6 perceel kadastraal bekend sectie A, nr. 355 m, en anderdeels, vernietiging van voormeld besluit van 22 april
- Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9834-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.616 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.