← België

Arrest 155618 - - 27/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.618 Rolnummer: A. 66291/X-10478 Zaak: Arrest 155618 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 11:17 Fiche Arrest nr 155.618 van 27 februari 2006 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.618 van 27 februari 2006 in de zaak A. 66.291/X-10.

  1. In zake :
  2. Edgard WOUTERS,
  3. de cv KERKOMSE STORTPLAATS, thans KERKOMSE GRONDWERKEN, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen :
  4. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg 271,
  5. de gemeente BOUTERSEM, die woonplaats kiest bij Advocaten GEYSKENS, VANDEURZEN en Vennoten, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Edgard WOUTERS en de c.v. KERKOMSE STORTPLAATS op 9 november 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 1 juni 1995 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg "Binkomstraat" genaamd van de gemeente Boutersem, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en stedenbouwkundige voorschriften, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 augustus 1995; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur A. EYLENBOSCH; X-10.478-1/6 Gelet op de beschikking van 31 juli 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P.-J. VERVOORT die loco Advocaat P. FLAMEYverschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat F. SEBREGHTS die loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat A. BEELEN die loco Advocaten GEYSKENS, VANDEURZEN en Vennoten verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen een zandgroeve uitbaten, gelegen te Boutersem (Kerkom), aan de Binkomstraat; dat het gebied waarin de zandgroeve gelegen is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 24 maart 1978 goedgekeurde gewestplan Tienen-Landen is bestemd tot ontginningsgebied met nabestemming agrarisch gebied; dat de gemeenteraad van de gemeente Boutersem bij besluit van 6 april 1995 het bijzonder plan van aanleg "Binkomstraat", bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en stedenbouwkundige voorschriften, definitief heeft aangenomen; dat bedoeld bijzonder plan van aanleg de zandgroeve volledig opneemt in deels een zone voor ontginningsgebied met agrarische nabestemming met landschappelijke waarde of nabestemming natuurgebied met wetenschappelijke waarde, deels een zone voor ontginningsgebied met nabestemming natuurgebied met wetenschappelijke waarde en deels een zone voor ontginningsgebied en zone voor tijdelijke opslag met nabestemming natuurgebied met wetenschappelijke waarde; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse X-10.478-2/6 Aangelegenheden het bijzonder plan van aanleg "Binkomstraat" bij het thans bestreden besluit van 1 juni 1995 heeft goedgekeurd; Overwegende dat beide verwerende partijen een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis aanvoeren; dat zij opwerpen dat het plan ter inzage werd gelegd in de gemeente Boutersem op datum van 27 juni 1995 en dat de bekendmaking bij uittreksel van het goedkeuringsbesluit in het Belgisch Staatsblad dateert van 26 augustus 1995, zodat het beroep dat op 9 november 1995 is ingesteld laattijdig is; Overwegende dat de verzoekende partijen antwoorden dat de verwerende partijen geen bewijs leveren dat, benevens de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, is voldaan aan de bijzondere bekendmakingsvoorwaarden opgelegd door de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, dat de eerste verwerende partij slechts een brief overlegt van AROHM van 15 juni 1995 gericht aan het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem, waarin enkel wordt vermeld dat een exemplaar van dit besluit samen met het plan en de administratieve stukken door de diensten van de gouverneur zullen worden verzonden, dat de tweede verweerster slechts verwijst naar de terinzagelegging van het goedkeuringsbesluit, dat de termijn voor het instellen van het annulatieberoep niet is beginnen te lopen; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie stellen dat het door de tweede verwerende partij neergelegde "bericht aan de bevolking van de gemeente Boutersem" niet kan aantonen wanneer het door de Vlaamse regering goedgekeurde "plan" op het gemeentehuis ter inzage werd gelegd, dat bijgevolg niet blijkt of het plan ter inzage werd gelegd op het gemeentehuis en vanaf welke datum; Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar laatste memorie niets toevoegt aan hetgeen zij reeds heeft uiteengezet; Overwegende dat de tweede verwerende partij in haar laatste memorie verwijst naar het door haar neergelegde "bericht aan de bevolking van de gemeente Boutersem" waaruit blijkt dat het goedgekeurde plan ter inzage is gelegd van 27 juni 1995 tot 27 juli 1995, dat zij eveneens verwijst naar een door haar neergelegde kopij van de brief, binnengekomen bij de gemeente Boutersem op 20 juni X-10.478-3/6 1996 en verzonden door de provincie Vlaams-Brabant, waarmee de goedgekeurde plannen, alsmede het ministerieel besluit van 1 juni 1995 aan verzoekers werden bezorgd, dat die toezending reeds was aangekondigd door de afdeling Ruimtelijke Planning van het hoofdbestuur, dat hierdoor ondubbelzinnig blijkt dat het goedgekeurde plan met de bestaande toestand en het plan met de gedetailleerde bestemming, zoals geviseerd door de minister, vanaf 27 juni 1995 ter inzage zijn gelegd op het gemeentehuis; Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de beroepen tot nietigverklaring verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen zijn bekendgemaakt of betekend, of, indien ze niet bekendgemaakt of betekend moeten worden, zestig dagen nadat de verzoeker er kennis van heeft gekregen; Overwegende dat artikel 23 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw bepaalt dat besluiten houdende goedkeuring van gemeentelijke plannen van aanleg bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt; dat artikel 21 van die wet bepaalt dat het plan voor iedereen ter inzage ligt in het gemeentehuis; Overwegende dat de beroepstermijn tegen een bijzonder plan van aanleg aldus slechts een aanvang neemt vanaf de bekendmaking bij uittreksel van het besluit tot goedkeuring in het Belgisch Staatsblad én het ter inzage leggen van het volledige bijzonder plan van aanleg ten gemeentehuize; Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat het bestreden ministerieel besluit van 1 juni 1995 in het Belgisch Staatsblad van 26 augustus 1995 bij uittreksel is bekendgemaakt; Overwegende dat voorts uit het door de tweede verwerende partij neergelegde "bericht aan de bevolking" blijkt dat "het plan en de voorschriften" ten gemeentehuize ter inzage zijn gelegd van 27 juni 1995 tot en met 27 juli 1995; dat dit stuk, in tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partijen voorhouden, niet verwijst naar de terinzagelegging van het goedkeuringsbesluit; X-10.478-4/6 Overwegende dat, benevens de bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, ook aan het door artikel 21 van de stedenbouwwet opgelegde bekendmakingsvereiste is voldaan, zodat de termijn voor het instellen van het beroep in casu is beginnen lopen vanaf de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, zijnde 26 augustus 1995; dat het beroep tot nietigverklaring is ingesteld op 9 november 1995; dat aldus meer dan zestig dagen, te rekenen vanaf voormelde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, zijn verstreken; dat het beroep na het verstrijken van de door artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalde termijn van 60 dagen is ingesteld; dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-10.478-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.478-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.618 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.