← België

Arrest 155619 - - 27/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.619 Rolnummer: A. 100534/X-10138 Zaak: Arrest 155619 - - 27/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-14 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 11:18 Fiche Arrest nr 155.619 van 27 februari 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.619 van 27 februari 2006 in de zaak A. 100.534/X-10.

  1. In zake :
  2. Paulette VANDER MIERDE,
  3. Alfons TRUYERS, die woonplaats kiezen bij Advocaat V. ENGELEN, kantoor houdende te 3530 HOUTHALEN-HELCHTEREN, Herebaan-Oost 3/1 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Maatschappelijke Integratie, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paulette VANDER MIERDE en Alfons TRUYERS op 16 februari 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing van de Ministerraad van 15 december 2000 strekkende tot het inrichten van een open asielcentrum met een opvangcapaciteit van 750 plaatsen op het domein Hengelhoef te Houthalen-Helchteren vanaf januari 2001"; Gelet op het arrest nr. 97.476 van 5 juli 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 30 juli 2001 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur L. VERMEIRE; X-10.138-1/4 Gelet op de beschikking van 30 maart 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partijen en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 december 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. VAN RENSBERGEN die loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Ministerraad op 15 december 2000 heeft beslist tot de oprichting van bijkomende asielcentra; dat deze akte, in zoverre zij betrekking heeft op het asielcentrum te Houthalen-Helchteren, het voorwerp is van het voorliggende beroep; dat niet wordt betwist dat de verzoekende partijen naaste buren zijn van het litigieuze domein Hengelhoef; Overwegende dat ambtshalve onderzocht moet worden of de verzoekende partijen doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang; Overwegende dat de toen bevoegde Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid, belast met Gelijke Kansenbeleid en Interculturaliteit, in een brief van 27 november 2003 aan de Raad van State heeft bevestigd dat haar voorganger "naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 13 juni 2003, effectief heeft beslist de opvangcentra van Westende en Houthalen definitief te sluiten"; dat het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat met een schrijven van 5 december 2003 een afschrift van deze brief aan de verzoekende partijen heeft overgemaakt, met de vraag te laten weten of zij in het licht van dit alles menen nog X-10.138-2/4 een voldoende belang te hebben bij de vordering; dat de raadsman van de verzoekende partijen met een brief van 30 januari 2004 heeft geantwoord dat zijn "cliënten hun eis beperken tot de recuperatie van de kosten van het geding"; dat de verzoekende partijen in de gegeven omstandigheden niet meer doen blijken van het vereiste actueel belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing; Overwegende, wat de kosten van het geding betreft, dat het teloorgaan van het belang in hoofde van de verzoekende partijen voortvloeit uit een beslissing om de bestreden beslissing niet uit te voeren; dat het in deze omstandigheden past dat de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd; dat aan deze conclusie geen afbreuk wordt gedaan door het door de verwerende partij aangevoerde feit dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging werd verworpen bij arrest nr. 97.476 van 5 juli 2001 wegens het niet voldaan zijn aan de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 694,12 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-10.138-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-10.138-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.619 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.97.476 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.