← België

Arrest 155632 - - 28/02/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.632 Rolnummer: A. 121935/XII-3562 Zaak: Arrest 155632 - - 28/02/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 11:27 Fiche Arrest nr 155.632 van 28 februari 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.632 van 28 februari 2006 in de zaak A. 121.935/XII-

  1. In zake : de NV DBASSOCIATES, die woonplaats kiest bij advocaat P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV DBAssociates op 31 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de verwerende partij d.d. 27/02/2002 waarbij de TV PMC bvba & Architectenbureau Ferre Verbaenen & B.C.E.C. nv & TEE nv & Advipax bvba & Eco Support bvba [...] wordt belast met het organiseren van de promotiewedstrijd, het opstellen van de nodige bestekken en de kwaliteitsbewaking, in verband met het oprichten van een centraal administratiegebouw op basis van bestek TL/2001/6034”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 16 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-3562-1/6 Gelet op de beschikking van 15 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 november 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Vermer, die loco advocaat P. De Maeyer verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Chr. Coen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : De verwerende partij schrijft een algemene offerteaanvraag uit voor de voormelde opdracht. In het toepasselijke bestek is bepaald (blz. 3 en 4) : “Selectiecriteria De kandidaat moet zijn ervaring in dergelijke opdrachten bewijzen aan de hand van referenties. Hij moet de nodige bewijzen kunnen voorleggen inzake : - Ervaring met overheidsopdrachten volgens de Belgische wetgeving, waaronder projecten van minimum 2 000 000 EUR per project, met telkens een evaluatie door de opdrachtgever; - Ervaring met vastgoedoperaties van minimum 10 000 000 EUR per project en eventueel aanverwante financieringsprojecten, met telkens een evaluatie door opdrachtgever; - Ervaring met bouwprojecten van minimum 5 000 000 EUR per project, inbegrepen de technieken met telkens een evaluatie door de opdrachtgever; - Ervaring met opmaak van resultaatsgerichte bestekken met duidelijke prestatienormen, in privé of overheidsopdrachten, met telkens een evaluatie door de opdrachtgever. De rechtspersonen worden verplicht in hun offerte de namen en de beroeps- kwalificaties te vermelden van de personen, die met het verlenen van de dienst worden belast. Indien deze personen in de loop van de opdracht dienen te worden vervangen door anderen, moet zulks vooraf ter goedkeuring aan het bestuur worden voorgelegd. XII-3562-2/6 De aanbestedende overheid kan verlangen dat de inschrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. Enkel de offertes van de inschrijvers, die niet worden uitgesloten en die aan de opgelegde selectiecriteria voldoen, komen in aanmerking voor onderzoek en gebeurlijke gunning. Gunningscriteria Bij toepassing van artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 zal de offerte worden beoordeeld volgens de hierna vermelde criteria, met de gewichten die hieronder vermeld zijn : - Methodiek voor de realisatie van de verschillende aspecten van de onderhavige opdracht, met nadruk op de prestatienormen 25 punten - Prijs van de offerte 10 punten - Samenstelling van het voorgestelde projectteam 5 punten totaal 40 punten Voor elk van de eerste drie criteria dient minimum 50% van de opgegeven punten behaald, zoniet wordt de offerte geweerd.”. Acht offertes worden ingediend, waaronder die van de verzoekende partij. Op 19 februari 2002 wordt een verslag opgesteld : de verzoekende partij wordt als tweede geklasseerd met 27,53 of 26,72 punten gecorrigeerd, na de voornoemde gekozen tijdelijke handelsvennootschap die 29,66 punten behaalt. Deze laatste behaalt op het criterium van de prijs 0,66 op
  3. Op 27 februari 2002 neemt het college van burgemeester en schepenen de bestreden toewijzingsbeslissing. Bij brief van 13 maart 2002 vraagt de verzoekende partij het gedetailleerde gunningsverslag, dat haar met brief van 3 april 2002 samen met het collegebesluit wordt toegezonden;
  4. De ontvankelijkheid. 2.1.
  5. Overwegende dat de verwerende partij in een eerste exceptie betoogt dat het beroep ten vroegste op 31 mei 2002 en dus te laat is ingesteld; dat zij daarbij betoogt dat uit de brief die de verzoekende partij op 13 maart 2002 aan de verwerende partij zond, blijkt dat de verzoekende partij toen reeds kennis had van de bestreden beslissing omdat zij “zeer duidelijk enkel het gunningsverslag opvroeg”; 2.1.
  6. Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling XII-3562-3/6 administratie van de Raad van State een beroep tot nietigverklaring verjaart zestig dagen nadat de bestreden beslissingen werden bekendgemaakt of betekend en indien deze noch bekendgemaakt op betekend dienen te worden, de termijn ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad; Overwegende dat krachtens artikel 80, §1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, een inschrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen, onverwijld van dit feit op de hoogte dient te worden gebracht en aan een dergelijke inschrijver indien hij daartoe schriftelijk verzoekt eveneens “de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht” moet worden medegedeeld; dat bij toepassing van die bepaling te dezen aan deze kennisgevingsverplichtingen pas werd voldaan bij brief van 3 april 2002; dat, gelet op die kennisgevingsplicht, de eventuele kennis van de bestreden beslissing waarover de verzoekende partij zou hebben beschikt geen relevantie heeft voor het doen ingaan van de beroepstermijn; dat het inleidend verzoekschrift tijdig is, want ingediend op 31 mei 2002 zijnde binnen de zestig dagen na de voormelde kennisge- ving van 3 april 2002 waarvan mag worden aangenomen dat ze ten vroegste op 4 april 2002 bij de verzoekende partij is toegekomen; dat de exceptie wordt verworpen; 2.
  7. Overwegende dat de verwerende partij in een tweede exceptie het belang van de verzoekende partij bij haar beroep betwist; dat die exceptie in het auditoraatsverslag wordt verworpen; dat de verwerende partij er noch in haar laatste memorie noch ter terechtzitting nog aandacht aan heeft besteed; dat in die omstandigheden moet worden aangenomen dat ze er afstand van heeft gedaan;
  8. De gegrondheid. Overwegende dat de verzoekende partij een eerste middel afleidt uit “de schending van de bepalingen van het bijzonder bestek voor het aanstellen van een studiebureau Project Centraal Administratiegebouw, bestek- nummer TL/2001/6034, inzonderheid van hoofdstuk I punt 2 Gunningswijze, titel Gunningscriteria daarvan, uit de miskenning van het adagium ‘patere legem quam ipse fecisti’, uit de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel, uit de manifeste beoordelingsvergissing, zowel in rechte, als in feite, en uit machtsoverschrijding, doordat de verwerende partij de offerte van XII-3562-4/6 de weerhouden T.V. niet heeft geweerd en haar vervolgens zelfs de opdracht heeft gegund, met kennis van het feit dat de weerhouden T.V. voor het criterium ‘prijs van de offerte’ slechts 0,66 op 10 punten heeft behaald, terwijl in het bijzonder lastenboek uitdrukkelijk staat vermeld bij de vermelding van de gunningscriteria “voor elk van de eerste drie criteria dient minimum 50% van de opgegeven punten behaald, zoniet wordt de offerte geweerd”; Overwegende dat de verwerende partij daartegen in haar memorie van antwoord betoogt dat zij in een brief van 27 mei 2002 aan de verzoekende partij, “haar zienswijze gaf omtrent de interpretatie van het bestek”; dat de verwerende partij meer bepaald er in haar brief van uitging dat de zinsnede in het bestek “voor elk van de drie criteria dient minimum 50% van de opgegeven punten behaald, zoniet wordt de offerte geweerd”, het totaal van “het punt
  9. Gunningswijze” betreft en dus ook op de selectiecriteria slaat terwijl een minimumregel van 50% voor het gunnings- criterium “prijs” absurd zou zijn, dat immers aldus een duurdere maar kwalitatief goede inschrijving wordt uitgesloten, zonder dat de andere criteria zelfs maar in aanmerking zijn genomen; dat de verwerende partij dit standpunt in haar laatste memorie herhaalt waarbij zij nog stelt dat “de drie ambtenaren die het gunnings- verslag gezamenlijk hebben opgesteld, evenwel de voorwaarde, dat voor ieder criterium minstens 50% van de punten moet worden gehaald, niet [hebben] toegepast wat betreft het criterium ‘prijs’”; Overwegende dat in het aangehaalde bestek bij de onderscheiden selectiecriteria geen punten worden vermeld, terwijl dat bij elk van de drie gunningscriteria wel het geval is en aldaar ook van een “totaal” van 40 punten gewag wordt gemaakt dat overeenkomt met het puntenaantal dat aan de drie gunnings- criteria samen wordt gegeven; dat voorts wordt gesteld, in fine van het onderdeel “2- gunningswijze” dat voor elk van de eerste drie criteria minimum 50% van de “opgegeven” punten dient te worden behaald, op straffe van het weren van de offerte; dat de “opgegeven” punten enkel de punten bij de drie gunningscriteria kunnen zijn, aangezien er geen worden opgegeven bij de selectiecriteria; dat aldus een besteksbepaling voor het prijscriterium niet is toegepast omdat de gekozen inschrijver voor de prijs niet aan die 50% regel voldeed want slechts 0,66 op 10 punten kreeg; dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat het middel gegrond is in zoverre het de verwerende partij schending van het bestek en onzorgvuldige besluitvorming bij het nemen van de bestreden beslissing verwijt; dat aldus de bestreden toewijzingsbeslissing niet op rechtmatige grondslag is genomen, XII-3562-5/6 BESLUIT: Artikel
  10. Vernietigd wordt het besluit van 27 februari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen waarbij de tijdelijke handelsvennootschap PMC bvba & Architectenbureau Ferre Verbaenen & B.C.E.C. nv & TEE nv & Advipax bvba & Eco Support bvba wordt belast met het organiseren van de promotiewedstrijd, het opstellen van de nodige bestekken en de kwaliteitsbewaking, in verband met het oprichten van een centraal administratiegebouw op grond van bestek TL/2001/
  11. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3562-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.632 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.