id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.826 Rolnummer: A. 166318/X-12510 Zaak: Arrest 155826 - - 03/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 11:46 Fiche Arrest nr 155.826 van 3 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.826 van 3 maart 2006 in de zaak A. 166.318/X-12.
- In zake : Paul VAN BOGAERT, wonende te 9120 MELSELE, Grote Baan 175 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul VAN BOGAERT op 6 september 2005 heeft ingediend om :
- de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 juli 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende verwerping van zijn beroep tegen het besluit van 9 november 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwijndrecht waarbij, enerzijds, de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een meergezinswoning, en anderzijds, de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van garages, op een terrein gelegen te Zwijndrecht, Heirbaan 85 A, kadastraal bekend sectie A, nr. 132 t/2, en bevestiging van voormeld besluit van het college van burgemeester en schepenen, en,
- "opnieuw beslissend ondergetekende verzoeker toe te laten om de garages te bouwen volgens het ingediende plan (...)"; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 9 november 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2005; X-12.510-1/3 Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van afdelingschef H. PETTENS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij het bestreden besluit van 7 juli 2005 het beroep van verzoeker heeft verworpen tegen het besluit van 9 november 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwijndrecht waarbij, enerzijds, de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een meergezinswoning, en anderzijds, de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van garages, op een terrein gelegen te Zwijndrecht, Heirbaan 85 A, kadastraal bekend sectie A, nr. 132 t/2, en voormeld besluit van het college van burgemeester en schepenen heeft bevestigd; Overwegende dat luidens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het verzoekschrift onder meer "een uiteenzetting van de feiten en middelen" dient te bevatten; dat onder "middel" in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden; Overwegende dat verzoeker in het verzoekschrift een aantal feitelijke argumenten aanvoert om aan te tonen dat de door hem gevraagde stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van de betrokken garages hem eveneens had moeten worden verleend, en dat hij vraagt de Raad van State hem toe te laten om deze garages alsnog te mogen bouwen volgens het ingediende plan; X-12.510-2/3 Overwegende dat de door verzoeker aangevoerde feitelijke argumenten er kennelijk op gericht zijn de aanvraag zelf aan een nieuw onderzoek door de Raad van State te onderwerpen; dat de Raad van State evenwel niet bevoegd is om in de plaats van de administratieve overheid de aanvraag opnieuw in zijn volheid te onderzoeken en te beoordelen en over de aanvraag te beschikken; dat zijn bevoegdheid beperkt is tot een wettigheidstoezicht op een voor hem aangevochten beslissing; dat verzoeker in zijn uiteenzetting in het verzoekschrift in gebreke blijft op een voldoende duidelijke wijze aan te geven welke rechtsregel werd overtreden en op welke wijze deze regel door het bestreden besluit werd geschonden; dat het verzoekschrift geen middel bevat als bedoeld in voormeld artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948; dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie maart 2006, door: de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.510-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.