id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.904 Rolnummer: Zaak: Arrest 155904 - - 06/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-15 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 11:56 Fiche Arrest nr 155.904 van 6 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 155.904 van 6 maart 2006 in de zaken A. 156.814/XIV-20.948 156.816/XIV-20.
- In zake : I. XXX, II. XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaten M. DECRAMER & J.-M. VANSTAEN, kantoor houdende te 8940 WERVIK, Nieuwstraat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 22 oktober 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 september 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gezien het verzoekschrift dat E. E. M., van Angolese nationaliteit, op 22 oktober 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 september 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelin- gen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd haar als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikkingen van 28 oktober 2004 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikkingen van 13 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 februari 2006; XIV-20.948-1/6 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. VAN LOMMEL die, loco Advocaten M. DECRAMER & J.-M. VANSTAEN verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de procedure. Overwegende dat XXX en XXX elk in een afzonderlijk verzoekschrift de vernietiging vragen van de beslissing waarbij hen de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling wordt geweigerd; dat de beslissing die ten aanzien van XXX werd genomen steunt op de niet-erkenning van XXX., haar echtgenoot; dat, in het belang van een goede rechtsbedeling, het aangewezen is beide beroepen wegens verknochtheid samen te behandelen en te berechten;
- Over de gegrondheid van de beroepen. 2.
- Wat het beroep van XXX betreft: 2.1.
- Overwegende dat verzoeker als eerste middel aanvoert: “a) Schending Art 57/22 Vreemdelingenwet
- Overeenkomstig artikel 57/22 van de Vreemdelingenwet worden de beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen met redenen omkleed met vermelding van de omstandigheden van de zaak.
- De Vaste Beroepscommissie oordeelt, in casu, zonder meer dat de motivering van de beslissing van het Commissariaat - Generaal van de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) noch in het beroepsschrift, noch ter zitting wordt weerlegd. Het CGVS meende dat uit de documenten in het visumdossier essentiële vaststel- lingen konden worden afgeleid: Het feit dal u op legale wijze uw land heeft verlaten, aangezien uit uw visumaan- vraag blijkt dat u in het bezit was van een geldig paspoort met een visum voor Portugal, ondermijnt volledig uw vrees ten aanzien van de Angolese autoriteiten. Verzoeker wijst erop dat de situatie in Angola geenszins kan vergeleken worden met de situatie in België. Verzoeker wijst erop dat in Angola de corruptie welig tiert. Alles kan er met geld worden geregeld. Verzoeker kan enkel stellen dat hij een derde de opdracht gaf om een visum te verkrijgen, waarin deze wonderwel in slaagde. Voor de Vaste Beroepscommissie herhaalde verzoeker dat er veel corruptie is in Afrika, dat in Afrika alles mogelijk is. De Vaste Beroepscommissie oordeelde dat de verklaringen niet van die aard zijn dat zij de geloofwaardigheid konden herstellen. Verzoeker ziet niet in waarom deze verklaringen zijn geloofwaardigheid niet kan herstellen. Uit de jaarlijkse corruptieranglijst van de niet-gouvernementele XIV-20.948-2/6 organisatie Transparency International (TI) blijkt dat Angola één van de meest corrupte landen van de wereld is: Dramatisch is de situatie in Bangladesh, Nigeria en Haïti. Die landen zijn volgens de lijst de corruptste landen ter wereld"De corruptie is daar plaatselijk en blijvend, net als in Paraguay, Birma, Tadzjikistan, Georgië, Kameroen, Azerbeidzjan, Angola, Kenia en Indonesië", zegt TI. Die landen hebben volgens de organisatie dringend nood aan hulp uit de geïndustrialiseerde landen om er de corruptie uit te roeien. (http://aps.vlaanderen.be/statistiek/nieuws/intemationaal/2003-10_corruptie.htm) Verzoeker meent dan ook dat de geloofwaardigheid van zijn relaas ten onrechte, zonder meer, in twijfel werd getrokken. Verzoeker herneemt dan ook volledig zijn argumentatie: Verzoeker kan zich niet akkoord verklaren met de vaststelling van het CGVS dat hij niet voldoet aan de criteria die werden vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag (Conventie van Genève van 28 juli 1951) en hij niet als Vluchteling kan worden erkend. Verzoeker erkent dat er voor hem een visumaanvraag werd ingediend en verkregen bij de Portugese ambassade te Luanda. Verzoeker erkent eveneens dat er voor hem een visumaanvraag werd ingediend en verkregen bij het Ministère des affaires étrangères - République Française in Luanda. Het CGVS meent dat uit de documenten in het visumdossier essentiële vaststelling- en kunnen worden afgeleid. Het feit dal u op legale wijze uw land heeft verlaten, aangezien uit uw visumaan- vraag blijkt dat u in het bezit was van een geldig paspoort met een visum voor Frankrijk, ondermijnt volledig uw vrees ten aanzien van de Angolese autoriteiten. Verzoeker wijst erop dat de situatie in Angola geenszins kan vergeleken worden met de situatie in België. Verzoeker wijst erop dat in Angola de corruptie welig tiert. Alles kan er met geld worden geregeld Verzoeker kan enkel stellen dat hij een derde de opdracht gaf om een visum te verkrijgen, waarin deze wonderwel in slaagde. Bovendien, en niet in het minst, dient te worden vastgesteld dat uw visumaanvraag door u werd ondertekend op 19 februari 2002, terwijl u verklaarde op dit moment opgesloten te zijn in de gevangenis van Yabi. Verzoeker ontkent ten stelligste dat hij dit document heeft ondertekendVerzoeker blijft erbij dat hij op dat moment in de gevangenis van Yabi was opgesloten. Verzoeker kan hierover enkel verklaren dat hij een derde de opdracht gaf een visum aan te vragen. Waarschijnlijk ondertekende die derde dan ook het document op het moment dat verzoeker in de gevangenis verbleef.. Er kan overigens ernstig getwijfeld worden aan uw beroepsactiviteiten als taxichauffeur, wat betrekking heeft op de kern van uw asielrelaas, aangezien uit uw visumdossier blijkt dat u in juli 2000 werkzaam was als diensthoofd van de public relations in het bedrijf "Tsaca -Sociedade Commercial en u in februari 2002 werkte als boekhouder in het bedrijf Casa Mbunga Limitada Verzoeker volhardt in zijn asielrelaas. Verzoeker heeft nooit gelogen over zijn beroepsactiviteiten. Verzoeker is zich ervan bewust dat dit de kern raakt van zijn asielrelaas. Verzoeker kan enkel stellen dat hij werkzaam was als chauffeur waarbij hij regelmatig passagiers vervoerde van Tchiowa naar Massabi en naar dorpen in de regio van Mayombe. Wat de beroepsactiviteiten vermeld in de visumaanvraag, kan verzoeker stellen dat hij nooit deze beroepsactiviteiten heeft uitgeoefend Verzoeker meent dat deze beroepsactiviteiten werden geveinsd ten einde de visumaanvraag te verkrijgen. Verzoeker verwijst voor het overige naar hetgeen hij hierboven heeft gesteld over het verkrijgen van deze visa. Tenslotte liet u voor de Belgische instanties onvermeld dat u reeds meermaals in een Schengenland zou verbleven hebben. Verzoeker kan in dit verband verklaren dat hij in het verleden 1 week in Portugal heeft verbleven in november
- Daarenboven is het weinig waarschijnlijk dat u, zoals u verklaarde voor de Belgische asielinstanties, totaal onwetend was over het lot van uw echtgenote. Verzoeker volhardt in zijn verklaring dat hij samen met zijn echtgenote geslagen, geboeid en overgebracht werd naar het gemeentelijk politiebureau. Daar werd hij gescheiden van zijn vrouw en heeft vernam dan lange tijd geen nieuws meer van zijn vrouw. XIV-20.948-3/6 Verzoeker wijst in dit kader op een brief die door de raadsman van zijn echtgenote in tempore non suspecto werd verstuurd naar de Dienst Vreemdelingenzaken (stuk 1). Toen verzoeker vernam dat zijn vrouw in België verbleef heeft hij alle stappen ondernomen om zijn vrouw terug te vinden, hetgeen uiteindelijk ook gelukt is. Verzoeker wijst er tevens op dat de geboorte van het kind dateert van na het interview op het CGVS. Verzoeker volhardt dat de vervolgingsfeiten, waarvan hij en zijn echtgenote slachtoffer waren, voor hem en zijn echtgenote de concrete aanleiding waren om zijn land van herkomst te verlaten. Bovendien blijkt uit uw verklaringen dat u uw asielaanvraag steunt op dezelfde motieven als deze door XXX werden aangevoerd In het kader van het onderzoek ten gronde van uw echtgenote werd een beslissing tot weigering van erkenning in de hoedanigheid van vluchteling genomen. Zodoende kan in uw hoofdé evenmin een "vrees voor vervolging" in de zin van de Vluchtelingenconventie worden weerhou- den. Verzoeker kan zich niet vinden in deze argumentatie. Daar dit argument in dezelfde bewoording werd opgenomen in de beslissing van zijn echtgenote. Dit argument van het CGVS is weinig zeggend en berust op een cirkelredenering. Verzoeker stelt evenwel vast dat de VBC zijn aangehaalde argumenten geenszins weerlegd, doch enkel stelt dat de motivering van het CGVS noch in het beroep- schrift noch ter zitting worden weerlegd. Het is duidelijk dat er in casu sprake is van schending van art. 57/22 Vreemdelingenwet, nu nergens wordt geantwoord op het door verzoeker aangehaalde verweer.
- De VBC stelt dat verzoeker geen aannemelijke verklaring heeft over hoe hij probleemloos door de luchthavenscontroles zijn geraakt. Verzoeker was hier voor de VBC heel duidelijk. Een tussenpersoon had voor hem alles geregeld en loodste hem zonder problemen voorbij de luchthavencontroles. Deze tussenpersoon had immers gezorgd voor de nodige papieren.”; 2.1.1.
- Overwegende dat in het verzoekschrift in concreto en voldoende precies moet worden verduidelijkt welke verweermiddelen door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zijn genegeerd; dat verzoeker in zijn middel weliswaar letterlijk de argumentatie van zijn beroepschrift aan dit rechtscollege kopieert, maar nalaat aan te geven welke verweermiddelen hierin dan wel door hem werden ontwikkeld en door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen werden genegeerd; dat het geenszins de taak is van de Raad van State na te gaan welke verweermiddelen in de geciteerde tekst kunnen worden onderkend; dat blijkens de motivering van de bestreden beslissing de aanvraag van verzoeker wordt verworpen omdat -zoals genoegzaam wordt toegelicht- hij de motivering van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen niet weerlegt en zijn verklaringen ter zitting niet van aard zijn zijn geloofwaardigheid te herstellen; dat het uitsluitend aan de feitenrechter toekomt om te oordelen of de verwijzing naar de corruptie in Angola de geloofwaardigheid van verzoekers verklaringen met betrekking tot het visum kan herstellen en of hij een aannemelijke verklaring heeft gegeven over hoe hij probleemloos door de luchthavencontroles te Zaventem is geraakt; dat deze beoordelingen niet door de Raad van State, optredend als administratieve cassatierechter, kunnen worden overgedaan; dat hij enkel kan vaststellen dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen genoegzaam motiveert waarom zij geen geloof hecht aan verzoekers verklaringen, met name omdat zijn verklaring “zich dit (een reis naar Portugal om eindejaarsboodschappen te doen) als taxichauffeur te kunnen veroorloven omdat een taxichauffeur in Cabinda 750 US-dollar per XIV-20.948-4/6 dag verdient” niet geloofwaardig is en “hij overigens in gebreke blijft aan te tonen -en de Commissie ziet niet in- wie anders dan hijzelf belang had bij de kwestieuze visumaanvraag; dat immers aldus zijn uitreis probleemloos kon gebeuren; dat hij geen tegenaanwijzing bijbrengt vermits hij geen enkel verifieerbaar element omtrent zijn reisweg bijbrengt”; dat het eerste middel, in de mate dat het ontvankelijk is, niet gegrond is; 2.1.2.
- Overwegende dat verzoeker als tweede middel aanvoert: “b)Schending van art. 6 EVRM
- Verzoeker werpt op dat artikel 6 E.V.R.M. werd geschonden. In gevolge van art. 6 E.V.R.M. heeft verzoeker bij het vaststellen van haar burgerlijke rechten en verplichtingen recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.
- Dit is in casu niet geschied. Verzoeker benadrukt dat de vertaling van het interview voor de VBC niet volledig correct was. Deze fout kan enkel te wijten zijn aan een verkeerde vertaling door de tolk.
- De VBC stelt dat het ongeloofwaardig is dat verzoeker als taxichauffeur in Cabinda 750 US-dollar per dag zou verdienen. Verzoeker heeft dit geenszins verklaard voor de VBC. Verzoeker had gesteld dat hij dit bedrag per week verdiende. Deze verklaring is dan ook geenszins ongeloofwaardig, doch ingegeven door een verkeerde vertaling. Door deze vertaalfout kwam de geloofwaardigheid van verzoeker in het gedrang. De VBC kreeg aldus onterecht de indruk dat verzoeker ongeloofwaardige verklaringen aflegde, quod non.”; 2.1.2.
- Overwegende dat de verklaring van verzoeker ter zitting dat hij als taxi- chauffeur in Cabinda 750 US-dollar per dag verdiende, opgenomen is in een authentieke akte, te weten de geschreven beslissing van een administratief rechtscollege, en dan ook geacht moet worden met de werkelijkheid overeen te stemmen; dat het tweede middel niet gegrond is; 2.
- Wat het beroep vanXXX betreft: 2.2.
- Overwegende dat verzoekster dezelfde middelen aanvoert als haar echtgenoot; 2.2.2.
- Overwegende dat, wat het eerste middel betreft, niet wordt betwist dat verzoekster haar asielaanvraag heeft verbonden aan de asielaanvraag van haar echtgenoot; dat de te haren opzichte genomen beslissing dan ook voldoende gemotiveerd is door de verwijzing naar de niet-erkenning van haar echtgenoot als vluchteling; dat indien het beroep van haar echtgenoot wordt verworpen, de te zijnen opzichte genomen beslissing definitief wordt en niet langer de onwettigheid ervan kan worden aangevoerd; 2.2.2.
- Overwegende dat het tweede middel om dezelfde reden als voor haar echtgenoot moet worden verworpen;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake XIV-20.948-5/6 geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de beroepen tot nietigverklaring worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De zaken nummers A. 156.814/XIV-20.948 en 156.816/XIV-20.949 worden gevoegd. Artikel
- De beroepen worden verworpen. Artikel
- De kosten van de beroepen, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-20.948-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.