id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.015 Rolnummer: A. 158423/VII-33254 Zaak: Arrest 156015 - - 08/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-15 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 12:27 Fiche Arrest nr 156.015 van 8 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 156.015 van 8 maart 2006 in de zaak A. 158.423/VII-33.254 In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat L. BEERDEN, kantoor houdende te 3870 HEERS, Steenweg 161 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 17 december 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 18 november 2004 waarbij de beslissing tot regularisatie van 27 september 2003 wordt ingetrokken; Gelet op het administratief dossier; Gezien de memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 17 januari 2006 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 22 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die, loco advocaat L. BEERDEN, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die, loco advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; VII-33.254-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten. 1.
- De verzoekende partij diende (onder de naam XXX) op 6 maart 2002 een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf op basis van artikel 9, derde lid van de wet van 15 december 1980 in. 1.
- Op 27 september 2003 werd de verzoekende partij gemachtigd tot een tijdelijk verblijf op grond van de voormelde aanvraag. 1.
- Op 2 augustus 2004 heeft het gemeentebestuur van Heers aan de Dienst Vreemdelingenzaken gemeld dat verzoeker thans identiteitsstukken voorlegt op naam van XXX, van Albanese nationaliteit, en dat hij vraagt om een naam- en nationaliteitswijziging. 1.
- Op 18 november 2004 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de beslissing tot intrekking van de beslissing tot regularisatie van 27 september 2003 genomen. Deze beslissing werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 22 november 2004 die luidt als volgt: "(...) Gelet op de machtiging tot verblijf van 27/09/2003, op grond van artikel 9§3 van de wet van 15.12.1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, verstrekt aan XXX geboren op 13/12/1969 te Zhuri - Prizren van Joegoslavische (Servië-Montenegro) nationaliteit Overwegende dat U zich op 27/09/2003 aanbood bij de dienst bevolking in het bezit van een geldig bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister op naam van Salaj, Mirand geboren te op 13/12/1969 te Zhuri -Prizren van Joegoslavische (Servië - Montenegro) nationaliteit. Overwegende dat u op die datum eveneens in het bezit was van een geldige nationaal paspoort nr Z1006305 op naam van XXX geboren te Shkoder op 13/12/1969 van Albanese nationaliteit. Overwegende dat de machtiging werd toegekend op basis van foutieve elementen, dat u hierdoor bewust de Belgische autoriteiten heeft misleid. Overwegende dat uit het voorgaande feit blijkt dat u de openbare trouw ernstig hebt geschaad. VII-33.254-2/4 Wordt de beslissing van het Bureau Regularisatie van de Dienst Vreemdelingenzaken d.d. 27/09/2003 ingetrokken. (...)". 1.
- Op 22 november 2004 werd eveneens aan verzoeker het attest van afneming ter kennis gebracht waarbij het Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister werd ingetrokken en waarin wordt vermeld dat de Dienst Vreemdelingenzaken verzocht zal worden "de regularisatieaanvraag opnieuw te evalueren, rekening houdend met de nieuwe elementen". Aan verzoeker werd het tijdelijk verblijf verlengd. 1.
- Op 16 december 2004 heeft verzoeker andermaal een aanvraag om machtiging tot verblijf op basis van artikel 9, derde lid van de wet van 15 december 1980 ingediend. 1.
- Op 11 januari 2005 heeft de minister van Binnenlandse Zakende voormelde aanvraag om machtiging tot verblijf en het openstaande verzoek van 6 maart 2002 onontvankelijk verklaard. Deze beslissing werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 20 januari 2005, samen met een bevel om het grondgebied te verlaten. Tegen voormelde beslissing en bevel heeft verzoeker een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State ingediend dat gekend is onder het nr. 160.051/VII-33.
- De beoordeling. Overeenkomstig het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” kan geen gunstig gevolg worden verleend aan het beroep van een vreemdeling die bedrog pleegt bij het indienen van een aanvraag. De verzoekende partij heeft bij haar aanvraag om machtiging tot verblijf bewust een andere identiteit en nationaliteit opgegeven. Zodoende heeft zij de autoriteiten op wiens bescherming zij beroep wil doen, misleid. Ambtshalve dient dan ook de onontvankelijkheid van het beroep te worden vastgesteld wegens het ontbreken van het wettelijk vereiste rechtmatig belang.
- De verzoekende partij heeft geen gegrond middel tot nietigverklaring aangevoerd. Derhalve wordt het beroep tot nietigverklaring verworpen, BESLUIT: Artikel
- VII-33.254-3/4 Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart tweeduizend en zes, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-33.254-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div