id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.117 Rolnummer: A. 81438/X-8582 Zaak: Arrest 156117 - - 09/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 12:47 Fiche Arrest nr 156.117 van 9 maart 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 156.117 van 9 maart 2006 in de zaak A. 81.438/X-8582. In zake : de n.v. ONTEX, die woonplaats kiest bij Advocaten L. SWARTENBROUX en F. VAN NUFFEL, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Brederodestraat 13 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. tussenkomende partij : Bérénice SERGOYNNE, die woonplaats kiest bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ONTEX op 7 december 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 oktober 1998 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor het aanpassen van de voorwaarden van de bouwvergunning van 13 juli 1993 voor een opslagmagazijn aan de Kasteelstraat 279 te Buggenhout, kadastraal bekend Sectie B, nr. 695 y4, z4, b5, y5; Gelet op het arrest nr. 88.650 van 6 juli 2000 waarbij de verzoeken tot tussenkomst van de v.z.w. DE WIELEWAAL en Bérénice SERGOYNNE in het administratief kort geding worden ingewilligd, de debatten worden heropend, en aan het Arbitragehof de volgende prejudiciële vraag wordt gesteld : "Schendt artikel 43, § 2, zesde lid (
- a)van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het aan de gemachtigde ambtenaar de mogelijkheid X-8582-1/4 ontzegt om bij het verlenen van een gunstig advies af te wijken van de voorschriften van een gewestplan indien de aanvraag betrekking heeft op het wijzigen binnen het bestaande bouwvolume van een vergund gebouw dat nog niet werd opgericht?"; Gelet op het arrest nr. 105.298 van 28 maart 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partijen worden gelegd; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 6 mei 2002 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 23 juli 2002 ingediend door Bérénice SERGOYNNE; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2002 die de tussenkomst van Bérénice SERGOYNNE toelaat; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij en de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de beschikking van 7 juli 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 19 juli 2004; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-8582-2/4 Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel 1. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-8582-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen maart 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-8582-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.117 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.650 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.105.298 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div