id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.163 Rolnummer: A. 163921/X-12368 Zaak: Arrest 156163 - - 10/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 13:03 Fiche Arrest nr 156.163 van 10 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.163 van 10 maart 2006 in de zaak A. 163.921/X-12.
- In zake :
- Peter GOMMERS, wonende te 2390 WESTMALLE, De Schaggelen 24,
- Roger KLOECK, wonende te 2390 WESTMALLE, De Schaggelen 22,
- Wim VERMEYLEN, wonende te 2390 WESTMALLE, Zoerselbaan 30 tegen :
- de gemeente MALLE,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AXIMO, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter GOMMERS, Roger KLOECK en Wim VERMEYLEN op 4 juli 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 3 mei 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AXIMO voor het bouwen van een woonerf met 8 woningen, berging en private wegenis in mede-eigendom op een perceel gelegen te Malle, De Schaggelen 57, kadastraal bekend sectie B, nr. 163 e; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-12.368-1/10 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van de derde verzoekende partij, van Advocaat P. BRUYNS die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat Ch. DAEL die loco Advocaat J. CLAES verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat L. PROOT die loco Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AXIMO met een verzoekschrift van 25 juli 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de eerste en de tweede verzoeker ter terechtzitting niet aanwezig en er ook niet vertegenwoordigd waren; dat om deze reden de vordering tot schorsing in hunnen hoofde overeenkomstig artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State wordt afgewezen; Overwegende dat de BVBA AXIMO in de loop van het jaar 2002 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle een princiepsvraag heeft ingediend met betrekking tot de oprichting van een woonerf met gemeenschappelijke en private infrastructuur, evenals wegenis op een perceel gelegen te Malle, De Schaggelen 57, kadastraal bekend sectie B, nr. 163 e; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 X-12.368-2/10 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout is gelegen in woongebied; dat het niet is gelegen binnen het gebied van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat aanvankelijk werd gevraagd om 10 woningen te mogen bouwen, met name door twee huizenrijen langs weerszijde van de private ontsluitingsweg op te richten; dat dit ontwerp op 12 oktober 2002 informeel aan het gemeentebestuur werd voorgesteld; dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: GECORO) op 6 november 2002 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat derde verzoekende partij op 7 november 2002 bij het gemeentebestuur een bezwaarschrift heeft ingediend; dat op 25 november 2002 een petitie werd overhandigd aan het gemeentebestuur; dat door het gemeentebestuur werd beslist om de buurtbewoners te informeren en een inspraakvergadering te organiseren; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle op 16 januari 2003 aan de BVBA AXIMO heeft meegedeeld principieel akkoord te gaan met het voorgestelde project; dat de BVBA AXIMO op 6 maart 2003 een bouwaanvraag heeft ingediend bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle voor het bouwen van een woonerf met 10 woningen, berging en private wegenis in mede-eigendom; dat derde verzoekende partij opnieuw tegen het project heeft gereageerd, waarna de BVBA AXIMO op 28 juli 2003 voor een nieuwe bespreking bij het schepencollege werd ontboden en waar werd voorgesteld om het project te reduceren tot 8 woningen; dat de BVBA AXIMO haar bouwaanvraag van 6 maart 2003 heeft ingetrokken en een aangepast ontwerp heeft voorgesteld; dat het bouwproject werd beperkt tot 8 woningen, met name 3 vrijstaande woningen langs de noordelijke zijde van de ontsluitingsweg en een aangesloten huizenrij bestaande uit 5 woningen langs de zuidelijke zijde ervan de ontsluitingsweg; dat het college op 14 oktober 2003 heeft beslist principieel akkoord te kunnen gaan met het aangepaste ontwerp; dat de BVBA AXIMO op 14 januari 2004 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een woonerf met 8 woningen, berging en private wegenis in mede-eigendom op voormeld perceel; dat naar aanleiding van het openbaar onderzoek 13 bezwaarschriften werden ingediend; dat de GECORO op 7 april 2004 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat de gemachtigde ambtenaar op 14 april 2005 eveneens een gunstig advies heeft uitgebracht; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle bij besluit van 3 mei 2005 de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; X-12.368-3/10 Overwegende dat de tussenkomende partij een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt; Overwegende dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat in die omstandigheden een onderzoek van de opgeworpen exceptie zich thans niet opdringt; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, gestelde voorwaarde betreft,in het verzoekschrift tot schorsing wordt aangevoerd wat volgt : "III. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Wij menen dat dit project onder de noemer 'moeilijk te herstellen ernstig nadeel' valt. Bijgaande foto's en video bewijzen dat er wel degelijk een waterproblematiek is. Onze uiteenzetting staaft dat. Wij vinden dat zowel de gemeente als stedenbouw niet zorgvuldig te werk zijn gegaan. Er is geen fundamenteel antwoord gekomen op onze bezwaren, ze zijn niet opgelost. Het beginsel van de zorgvuldigheid is geschonden. Niemand lijkt precies te weten X-12.368-4/10 wat de oorzaak is van de wateroverlast, noch Aquafin (riolering), noch de provincie Antwerpen (Dienst Waterbeleid), noch de gemeente. De watertoets is dus niet op een grondige manier gebeurd. Wat indien het project toch wordt uitgevoerd? Wat indien de wateroverlast blijft, of verergert? Wie is dan verantwoordelijk voor de geleden schade? Essentiële vragen blijven onbeantwoord. Moet de overheid, in casu de gemeente, niet zorgen voor een goed beleid terzake? Waarom heeft men zo koortsachtig naar een oplossing lopen zoeken voor de wateroverlast? Toch omdat er een blijkbaar een probleem is. Waarom bewandelt de gemeente de omgekeerde weg, waarom niet eerst alles in orde brengen in een gebied dat als risicozone staat geboekstaafd en toch nog wordt verzwaard? Er is dus een probleem met water, de bijgevoegde foto's en de video bewijzen zoveel. Het probleem zal ongetwijfeld toenemen indien het project wordt uitgevoerd. De bewoners zijn bang voor wateroverlast, Peter GOMMERS staat nachts op bij hevige regenval. Andere mensen verhuizen. Een initieel lid van het buurtcomité is vertrokken, hij heeft het zekere voor het onzekere gekozen. En kan de gemeente een antwoord geven op de consequenties van deze verzwaring? Neen. Ze weet dat de riolering in de Schaggelen niet deugt. En toch. Waarom géén verdere computersimulaties, bijvoorbeeld. Waarom de riolering in het betrokken gebied niet eerst in orde brengen? Heeft ze dan alles netjes afgewogen? Neen. Waarom mag Aximo zomaar aan de bewoners van de servitudeweg voorbij gaan? Een projectontwikkelaar beslist zonder meer de erfdienstbaarheidweg te gebruiken. Zonder de betrokken partijen te consulteren. Is dat niet ietwat grof? Men veroorzaakt een bewegingsprobleem en wentelt het op de eigenaars van de servitudeweg af. Men legt ongevraagd een verkeersrotonde naast de woning van Wim VERMEYLEN op een plaats waar het rustig was. En ook hier, waarom maant de gemeente Aximo niet aan deze zaak eerst in orde te brengen vooraleer het project naar Stedenbouw gaat? Het mag dan een burgerrechterlijke en géén stedenbouwkundige zaak zijn, is het niet ietwat makkelijk zich achter terminologie te verbergen? En, in het algemeen vinden wij dat de overheid moet opletten met het begrip 'wooninbreiding'. Hier is goed beheer nodig. Als het begrip in zijn totaliteit wordt ingevuld, blijft er voor de bewoners van de kernen geen groen meer over, tenzij artificieel aangebrachte buffering. Het is toch al te gek, dat de betreffende bouwfIrma uitpakt met de groene omgeving waarvan haast niets zal overblijven. Hier verdwijnt 5000m2 groen landschap. Hier verdwijnt rust door de overmatige omvang van het project. Bij Wim VERMEYLEN wordt een weg vlak naast zijn tuin aangelegd, de structuur van zijn, omgeving vervalt volledig. Hoe gaat men bijvoorbeeld dit nadeel herstellen?"; Overwegende dat de eerste verwerende partij antwoordt dat verzoekers niet aantonen dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondervinden ten gevolge van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, dat de beweerde negatieve impact van het project op de waterhuishouding niet wordt bewezen door objectieve elementen, dat de waterproblematiek met dit project niet zal worden opgelost, maar evenmin zal worden verergerd, dat verzoekers er veeleer van lijken uit te gaan dat de door de bestreden beslissing opgelegde voorwaarden niet zullen worden nageleefd, dat dit uitgangspunt louter hypothetisch is, dat verzoekers ten onrechte aanspraak maken op het behoud van hetgeen zij noemen "5000 m2 groen X-12.368-5/10 landschap", dat het een braakliggend perceel betreft van bijna 5000 m2 in private eigendom, dat het is gelegen in woongebied aansluitend bij de dorpskern van Westmalle, dat dit perceel stedenbouwkundig is bestemd om te worden gebruikt voor bewoning, dat het feit dat verzoekers dit privaat perceel in het verleden blijkbaar hebben gebruikt als publiek domein hieraan geen afbreuk doet, dat verzoekers geen subjectieve rechten hebben op het behoud van -weliswaar groene- braakliggende gronden midden in woongebied, dat het voorliggende project in afdoende mate zorgt voor een maximaal behoud van groenzones door aanplanting van nieuwe bomen, alsmede door de aanleg van een gemeenschappelijke speelruimte voor de kinderen die de ganse buurt ten goede zal komen, dat een verdichting van de woonkernen tot gevolg heeft dat braakliggende percelen worden aangewend voor bebouwing en dat zulks geen argument is om te kunnen spreken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat het normale hinder betreft die iedere burger moet kunnen verdragen en die verzoekers redelijkerwijze konden verwachten toen zij zich midden in een woongebied vestigden; Overwegende dat de tweede verwerende partij stelt dat de omschrijving en uitwerking van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoekende partijen beperkt blijft tot een aantal algemene stellingen en beweringen, dat hetgeen zij beweren op geen enkel ogenblik wordt geconcretiseerd, dat zij zeer algemeen en oppervlakkig blijven, dat verzoekers niet aantonen dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondervinden ten gevolge van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, dat verzoekers via de huidige procedure een oplossing trachten te verkrijgen voor de bestaande wateroverlast binnen hun wijk, dat de waterproblematiek door dit project niet zal worden opgelost, maar evenmin verergerd, dat niet kan worden ingezien hoe verzoekers zich ernstig kunnen verzetten tegen een bijkomend bouwproject in hun buurt gelegen in woongebied en welke daar concreet de voor hen onaanvaardbare gevolgen zouden van kunnen zijn, dat het een normale hinder betreft die iedere burger moet kunnen verdragen en die zij redelijkerwijze konden verwachten toen zij zich vestigden midden in een woongebied vlakbij de dorpskern van Westmalle; Overwegende dat de tussenkomende partij stelt dat vooreerst dient te worden aangestipt dat geen enkel concreet gegeven naar voor wordt gebracht in verband met de woonplaats van de verzoekende partijen zodat ook niet kan worden ingeschat hoe het woonerfproject zich verhoudt ten opzichte van hun woonomgeving, dat de derde verzoekende partij naast het geplande woonerf woont, X-12.368-6/10 dat hij zich niet kan beroepen op de problematiek van wateroverlast aangezien zijn eigendom hoger ligt dan het bouwterrein, dat de wateroverlast niet in rechtstreeks verband staat met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, dat het causaal verband tussen het beweerde nadeel en het bestreden besluit ontbreekt, dat de vergunningverlenende overheid zeer veel aandacht heeft besteed en onderzoek heeft gedaan naar de waterproblematiek, dat een reeks bijzondere voorwaarden werden opgelegd op grond waarvan alle overheden hebben besloten en aangenomen dat het woonerf niet tot wateroverlast aanleiding zal geven, dat het nadeel onbewezen is en puur hypothetisch, dat het feit dat de bouwheer geen contact heeft opgenomen omtrent het gebruik van de servitudeweg op zichzelf beschouwd geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is, dat het bouwdossier en de aanvraagplannen getuigen van een voldoende duidelijke voorstelling van zaken, dat de verzoekende partijen uitgebreid werden geraadpleegd en geïnformeerd door het gemeentebestuur, dat zij met kennis van zaken hun bezwaren en opmerkingen kenbaar hebben kunnen maken, dat er geen sprake is van een bewegingsprobleem dat op de eigenaars van de servitudeweg zal worden afgewenteld, dat de servitudeweg expliciet niet toegankelijk werd gemaakt voor autoverkeer, zodat van een verzwaring van de erfdienstbaarheid geen sprake kan zijn, dat de servitudeweg wordt afgesloten met een slagboom die enkel in noodgevallen mag worden gebruikt, dat het bewegingsprobleem verder niet wordt toegelicht of verduidelijkt, dat evenmin een verkeersrotonde wordt aangelegd ter hoogte van de woning van de derde verzoekende partij, dat ten behoeve van de bewoners van het woonerf enkel een traditionele draaicirkel in de weg is voorzien, dat die draaicirkel zich op 11 m van de woning van de derde verzoekende partij bevindt en aan het zicht zal worden onttrokken door de aanleg van een groenbuffer en een zichtscherm, dat geen doorgaand autoverkeer mogelijk is, dat de verzoekende partijen niet verduidelijken hoe zij door de aanwezigheid van een draaicirkel in hun rustig woongenot zouden worden verstoord, dat de stelling dat 5000 m2 groen landschap dreigt te verdwijnen niet kan worden aangenomen, dat bijzonder veel aandacht is besteed aan een groene inkadering van het bouwproject zodat het beweerde groene karakter van de omgeving zal blijven bestaan, dat meer groen wordt aangeplant dan nu aanwezig is, dat verzoekende partijen ten onrechte een absoluut bouwverbod claimen op de betrokken grond, dat het nochtans volwaardige bouwgrond is in het centrum van Westmalle; Overwegende dat uit de uiteenzetting van verzoeker blijkt dat het nadeel dat hij aanvoert bestaat uit de vrees dat de wateroverlast die nu reeds in de bestaande verkaveling voorkomt en waarvan de oorzaak nog niet blijkt te zijn X-12.368-7/10 gevonden, nog zal verergeren indien het vergunde project wordt uitgevoerd; dat in de motivering van het bestreden besluit hieromtrent wordt gesteld wat volgt : "Gelet op het decreet betreffende het algemeen waterbeleid d.d. 18 juli 2003, inzonderheid artikel B. Het project is niet gelegen in een risicozone voor overstromingen, doch tussen de aanvraag en de Schaggelebeek is de wijk De Schaggelen wel in een dergelijke zone gelegen. Navraag bij Aquafin nv wijst uit dat de riolering in De Schaggelen voldoende gedimensioneerd is om het regen- en afvalwater af te voeren. Een cameraonderzoek van de riolering op 8 september 2004 wees op lokale knelpunten, o.a. bij verkeerd aangesloten huisaansluitingen. Doch deze knelpunten kunnen niet van die aard zijn dat zij de wateroverlast veroorzaken. Om een bijkomende verzwaring van overstromingsproblematiek te vermijden moet voorzien worden in opvang, infiltratie, buffering en herbruik van regenwater. De aanvraag voorziet in een gescheiden rioleringsstelsel tot aan de rooilijn van De Schaggelen. Bij elke woning wordt een septische put voorzien. Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woningen moet echter rechtstreeks geloosd worden in de openbare riolering, zoals bepaald in de gemeentelijke verordening van 27 september 1999 betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater en zonder toedoen van een septische put. De aanvraag voorziet in een regenwaterput van 5.000 liter per woning met recuperatiesysteem. De inhoud van de hemelwatertank dient echter 6.000 liter voor woning 1,2 en 3, 7000 L voor woning 4, 5 en 7 en 8.000 L voor woning 6 en 8, te bedragen om te voldoen aan de gemeentelijke verordening betreffende de installatie van hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen bij woningen. Dit regenwater dient herbruikt te worden voor al het sanitair en eventueel de wasmachines om te voldoen aan de gemeentelijke verordening betreffende de installatie van hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen bij woningen. In toepassing van de code van de goede praktijk dient het hemelwater geïnfiltreerd te worden; bij een infiltratieonmogelijkheid kan het water met toepassing van een afvoerbegrenzer, vertraagd afgevoerd worden met een maximale afvoersnelheid van 5 liter per seconde per hectare. De aanvraag voorziet in de opvang van het regenwater van de woningen, carports en wegenis naar een regenwaterbekken. Dit bufferbekken heeft een capaciteit van 24 m³ tussen de niveaus 9,75 en 9,25 (bodem 8,75). In casu aan een bebouwde en verharde oppervlakte van in totaliteit ca. 1.750 m² is een buffervolume van 44 m³ noodzakelijk, gelet op de wateroverlast in de nabije omgeving. De aanvraag voldoet hier niet aan. Het bufferbekken moet met 20 m³ uitgebreid worden tot 44 m³. Het buffervolume kan vertraagd worden afgevoerd naar de gemengde riolering in De Schaggelen met toepassing van een afvoerbegrenzer met een maximale afvoersnelheid van 5 liter per seconde per hectare bebouwde en verharde oppervlakte of in casu maximaal 0,875 liter/seconde. Het schepencollege is van oordeel dat met deze voorwaarden tegemoet wordt gekomen aan het decreet betreffende het algemeen waterbeleid d,d. 18 juli 2003, het advies van de GECORO en de opmerkingen van de ingekomen bezwaarschriften betreffende de waterproblematiek"; dat verzoeker het standpunt van het college van burgemeester en schepenen weliswaar in vraag stelt, maar in gebreke blijft concrete gegevens bij te brengen ter staving van zijn bewering dat ondanks de voormelde door het college van burgemeester en schepenen opgelegde voorwaarden, het probleem van de X-12.368-8/10 wateroverlast "ongetwijfeld (zal) toenemen" indien het project wordt uitgevoerd; dat het nadeel in zoverre niet aannemelijk wordt gemaakt; Overwegende dat het feit dat de bouwheer geen contact heeft opgenomen met "de bewoners" van de servitudeweg om deze te gebruiken op zichzelf geen ernstig nadeel uitmaakt; dat verzoeker voorts niet concreet uiteenzet welk ernstig en bovendien moeilijk te herstellen nadeel hij zal ondergaan ingevolge het gebruik van de betrokken servitudeweg overeenkomstig de in de vergunning opgelegde voorwaarden, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat deze dient te worden afgesloten met slagboom; dat hetzelfde dient te worden vastgesteld met betrekking tot het nadeel dat zou voortvloeien uit de aanleg van een "verkeersrotonde" naast zijn woning; Overwegende dat de uiteenzetting in het verzoekschrift tot schorsing geen afdoende, concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk kunnen maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan berokkenen; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA AXIMO in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12.368-9/10 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2006, door : de H.. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.368-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.163 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.