← België

Arrest 156197 - - 10/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.197 Rolnummer: A. 126698/XIV-11684 Zaak: Arrest 156197 - - 10/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-21 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 13:07 Fiche Arrest nr 156.197 van 10 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.197 van 10 maart 2006 in de zaak A.126.698/XIV-11.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. VANCRAEYNEST, kantoor houdende te 5530 YVOIR, Place des combattants 20 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 5 januari 1973 en van Iraanse nationaliteit, op 3 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 7 augustus 2002 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 19 oktober 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde datum; Gelet op de beschikking van 23 september 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-11.684-1/4 Gelet op de beschikking van 9 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 14 december 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. VANCRAEYNEST, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
  3. De verzoekende partij komt België binnen op 29 juli 2000 en verklaart zich vluchteling op 31 juli
  4. 1.
  5. Op 19 oktober 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. Op 7 augustus 2002 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing
  7. Over de gegrondheid van de zaak. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift onder de rubriek “IN RECHTE” het volgende doet gelden: “(...) De beslissing van de Commissaris is in alle opzichten foutief.
  8. Dat onze organisatie geen naam had wil niet zeggen dat zij niet bestond.
  9. Ik heb de ideologie van onze organisatie wel uiteengezet: zij is tegen elke extremisme, zowel links als rechts als islamitisch. De Commi(s)saris heeft ten onrechte gezegd dat ik de ideologie van onze organisatie niet ken.
  10. Dat ik alleen maar een geldboete zou krijgen omwille van mijn politieke activiteiten, zoals de Commi(s)saris durft te beweren, gaat in tegen mijn verklaringen dat mijn zus voor dezelfde activiteiten door het regime werd vermoord. Bovendien kent u toch de algemene situatie van Iran, waar reeds honderdduizenden burgers door het regime zijn omgebracht. Uw land maakt zelf deel uit van de coalitie tegen het internationaal terrorisme, die Iran beschouwt als een duivels kwaad. Men kan toch niet twijfelen aan de woorden van de president van de Verenigde Staten van Amerika, George Bush. (...).”; 2.
  11. Overwegende dat de Advocaat van verzoeker ter zitting van woensdag 14 december 2005 een “toelichtende memorie na het advies van de Auditeur”, neerlegt; XIV-11.684-2/4 Overwegende dat een dergelijk stuk vooreerst niet is voorzien in het procedurereglement, zodat het uit de debatten wordt geweerd; dat vervolgens blijkt dat verzoeker in voornoemd stuk twee nieuwe middelen aanvoert, die hij kon aanvoeren toen hij zijn verzoekschriften indiende en dat de nieuwe middelen niet de Openbare Orde raken; dat bijgevolg de nieuwe middelen onontvankelijk zijn; 2.
  12. Overwegende dat de keuze van de te volgen procedure bij het Auditoraat berust en dat de opmerkingen van verzoeker betreffende de gevolgde procedure niet pertinent zijn, omdat verzoeker geen ontvankelijk middel aanvoert, vermits hij niet aanduidt welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel is geschonden door de bestreden beslissing, wat nochtans vereist is door artikel 20, tweede lid, 2/ van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het volstaat hiertoe te verwijzen naar de uiteenzetting “IN RECHTE” die onder punt 1 werd weergegeven; Overwegende dat de ingestelde vordering tot nietigverklaring onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  13. De vordering tot nietigverklaring wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-11.684-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-11.684-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.