id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.199 Rolnummer: A. 125448/XIV-11338 Zaak: Arrest 156199 - - 10/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 13:07 Fiche Arrest nr 156.199 van 10 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.199 van 10 maart 2006 in de zaak A. 125.448/XIV-11.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. BUYTAERT, kantoor houdende te 9170 SINT-GILLIS-WAAS, Vosstraat 9 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 13 april 1984 en van Iraanse nationaliteit, op 14 augustus 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 15 juli 2002 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 11 juni 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 29 augustus 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, d.d. 1 februari 2005, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit, en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 1 februari 2005; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-11.338-1/3 Gelet op de beschikking van 9 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 14 december 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. KUSTERS die, loco Advocaat P. BUYTAERT, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 11 juni 2000 en verklaart zich vluchteling op 14 juni
- 1.
- Op 11 juni 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenland- se Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 15 juli 2002 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchteling- en en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing.
- Overwegende dat blijkt dat de verzoekende partij een tweede asielaanvraag heeft ingediend, die ontvankelijk werd verklaard, en waarover de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen zich op 8 juli 2004, en de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen op 24 augustus 2005, ten gronde hebben uitgesproken; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partij hierdoor niet meer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij het aanvechten van de beslissing die de eerste asielaanvraag onontvankelijk heeft verklaard;
- Overwegende dat de verzoekende partij niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- XIV-11.338-2/3 lingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-11.338-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.199 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.