id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.206 Rolnummer: A. 138869/XIV-15856 Zaak: Arrest 156206 - - 10/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-21 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 13:09 Fiche Arrest nr 156.206 van 10 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.206 van 10 maart 2006 in de zaak A. 138.869/XIV-15.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. AKIF, kantoor houdende te 4000 LUIK, Mont Saint-Martin 20 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 8 december 1976 en van Indische nationaliteit, op 8 juli 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 12 juni 2003 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 april 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 17 juni 2003; Gelet op de beschikking van 27 augustus 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 16 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 15 januari 2006 om 10.00 uur; XIV-15.856-1/3 Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. JACOBS die, loco Advocaat J. AKIF, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché G. DESNYDER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 23 februari 2003 en verklaart zich vluchteling op 27 februari
- 1.
- Op 25 april 2003 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 12 juni 2003 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing.
- Over de grond van de zaak. 2.
- Overwegende dat uit de brief d.d. 16 januari 2006 van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat het adres van verzoeker onbekend is; dat de Advocate van verzoeker met dit gegeven wordt geconfronteerd op de openbare zitting van woensdag 25 januari 2006; Overwegende dat geen enkel gegeven aan de Raad wordt verstrekt, waaruit blijkt dat verzoeker zich nog op het Belgisch grondgebied bevindt, evenmin brengt de Advocate van verzoeker een begin van bewijs aan, waaruit blijkt dat zij gemandateerd is door verzoeker om te verschijnen ter zitting en om hem te vertegenwoordigen; Overwegende dat de Advocate die ter zitting verschijnt, verklaart dat zij geen instructies heeft gekregen van de domina litis over de verblijfsituatie van verzoeker; Overwegende dat de Advocate van verzoeker op 23 december 2005 met het vaststellingbericht een vragenlijst ontving bestaande uit zes vragen, waarbij zij werd uitgenodigd om schriftelijk op deze vragen te antwoorden; dat zij deze vragen niet XIV-15.856-2/3 beantwoordt noch vóór de zitting noch op de zitting; dat de Advocate van verzoeker bijgevolg de laatste woon- of verblijfplaats van verzoeker niet kent, zodat zij niet kan doen blijken namens verzoeker van het rechtens vereiste actueel belang, zodat de ingestelde vordering onontvankelijk is; dat deze exceptie van onontvankelijkheid ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen; 2.
- Overwegende dat in ondergeschikte orde uit het enig middel van verzoeker blijkt dat hij de Raad van State verzoekt om de feitelijke appreciatie van zijn asielrelaas over te doen; dat dit niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad van State die een wettigheidscontrole uitoefent op administratieve rechtshandelingen, zodat het enig middel van verzoeker afgeleid uit de schending van de artikelen 1, A,
(2)van de Conventie van Genève en van artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), en van de formele- en de materiële motiveringsplicht, onontvankelijk is; dat ook deze exceptie ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-15.856-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div