id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.207 Rolnummer: A. 122472/XIV-10429 Zaak: Arrest 156207 - - 10/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-04 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 13:09 Fiche Arrest nr 156.207 van 10 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.207 van 10 maart 2006 in de zaak A. 122.472/XIV-10.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. HIMPLER, kantoor houdende te 1200 BRUSSEL, Tweehuizenweg 69 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 11 januari 1963 en van Congolese nationaliteit, op 12 juni 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 3 mei 2002 om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 16 mei 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 18 juni 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, d.d. 7 november 2005, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit, en overgemaakt aan de bevoegde kamer op 8 november 2005; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-10.429-1/3 Gelet op de beschikking van 24 november 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op woensdag 11 januari 2006 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. VANDERMEERSCH die, loco Advocaat P. HIMPLER, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van onontvankelijk- heid inroept omdat het bestreden bevel een loutere uitvoeringsmaatregel is, zodat de eventuele nietigverklaring van het bestreden bevel geen wijziging kan teweeg brengen in de verblijfstoestand van verzoekster; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de asielaan- vraag van verzoekster werd afgewezen door een beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen van 28 maart 2002, die met het gezag van gewijsde is bekleed; dat tegen deze beslissing een procedure voor de Raad van State werd ingeleid op 14 mei 2002, gekend onder het algemeen rolnummer 120.900 en onder het bijzonder rolnummer 5961; dat deze procedure werd ingeleid in het Frans en dat het Auditoraat op 24 maart 2004 het dossier heeft overgemaakt aan de Franstalige kamers, “pour ordonnance de fixation en suspension” ; dat volgens de gegevens van het informaticasysteem van de Raad van state (PRO-ADMIN), de zaak nog niet werd vastgesteld; Overwegende dat tot op het tijdstip van een eventuele annulatie van de voornoemde beslissing van de vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, deze beslissing geacht wordt in overeenstemming te zijn met het recht in materiële zin, zodat de annulatie van de thans bestreden beslissing niets wijzigt aan de illegale verblijfstoestand van verzoekster; dat verzoekster bijgevolg niet getuigt van het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring te vorderen van het thans bestreden bevel, gelet op de bepaling van artikel 77 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, waaruit blijkt dat de vreemdeling die niet als vluchteling is erkend, het grondgebied van het Rijk moet verlaten; XIV-10.429-2/3 Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat de beroepen onontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en zes, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-10.429-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.