← België

Arrest 156222 - - 13/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.222 Rolnummer: A. 158200/IX-4724 Zaak: Arrest 156222 - - 13/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 13:16 Fiche Arrest nr 156.222 van 13 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.222 van 13 maart 2006 in de zaak A. 158.200/IX-

  1. In zake : Leo WALLEZE, wonende te GENT, Tarwestraat 4 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Leo WALLEZE op 8 december 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de op 11 oktober 2004 door het ministerie van Landsverdediging gehouden sollicitatieproef voor chauffeur bij de hoge autoriteit in Lissabon en van de daarmee verbonden beslissing om een kandidaat aan te wijzen; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 5 februari 2005 waarbij het voordeel van de kosteloze rechtspleging aan de verzoekende partij niet wordt toegekend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 november 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 20 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4724-1/6 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die persoonlijk verschijnt, en van kolonel-militair administrateur R. GERITS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoeker is beroepsvrijwilliger bij de landmacht en is bekleed met de graad van korporaal. 1.
  4. Bij ministerieel besluit van 10 augustus 2004 wordt kolonel van het vliegwezen Larbanois op 20 september 2004, voor de duur van zijn opdracht, aangesteld in de graad van brigade-generaal om de functie uit te oefenen van adjunct directeur “Joint Analysis and Lessons Learned Centre” (JALLC) te Lissabon. 1.
  5. Op 1 september 2004 doet de Algemene Directie Human Resources (hierna : DGHR) een oproep voor een betrekking intermachten voor vrijwilligers als chauffeur bij de Belgische Deelname in het JALLC te Portugal. Blijkens de oproep is er een interview na convocatie voorzien in de loop van de tweede week van oktober
  6. Op 21 september 2004 postuleert verzoeker voor de betrekking. Hij krijgt gunstige adviezen van zijn hiërarchische meerderen. 1.
  7. Op 6 oktober 2004 wordt de eenheid van verzoeker per fax op de hoogte gebracht van het feit dat de kandidaten voor de functie van chauffeur hoge autoriteit JALLC, onder wie verzoeker, opgeroepen worden om zich op 11 oktober 2004 aan te bieden bij de defensiestaf te Evere. Volgens de verklaring van verzoeker is deze oproep hem pas op 13 oktober 2004 overhandigd. IX-4724-2/6 1.
  8. Op 15 oktober 2004 wordt DGHR op de hoogte gebracht van het feit dat eerste korporaal-chef Hendrick met ingang van 18 november 2004 de functie chauffeur hoge autoriteit JALLC zal bekleden. Volgens de verklaring van de verwerende partij gebeurde zulks na een onderhoud op 11 oktober 2004 tussen brigade-generaal Larbanois en alle kandidaten die zich op die datum aanboden voor de functie. 1.
  9. Op 18 oktober 2004 richt verzoeker een brief aan DGHR, waarin hij meedeelt dat hij, buiten zijn wil om, niet aanwezig kon zijn op 11 oktober
  10. 1.
  11. Op 16 november 2004 wordt de kandidatuur van verzoeker door DGHR geweigerd. Die beslissing is gemotiveerd als volgt : “Na een vergelijkende analyse tussen de vereiste criteria voor de job en de individuele profielen van de kandidaten werd de voorkeur gegeven aan een andere kandidaat”. Op 8 december 2004 dient verzoeker zijn beroep tot nietig- verklaring en zijn vordering tot schorsing in. 1.
  12. Problemen in verband met de aanzegging van procedurestukken aan verzoeker hebben tot gevolg dat de nota met opmerkingen en het administratief dossier slechts op 11 oktober 2005 worden ingediend. Blijkens dat administratief dossier is de zaak inmiddels als volgt geëvolueerd : - op 27 september 2005 vraagt verzoeker een tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden (TAPA) voor de duur van 12 maanden vanaf 1 november 2005 aan; - uit een e-mail bericht van 5 oktober 2005 van de dienst Human Resources Organisation, Section International Organisations blijkt dat brigadegeneraal Larbanois vanaf 31 oktober 2005 naar MR wordt geaffecteerd, dat zijn post bij JALLC definitief verdwijnt en dat ook zijn chauffeur zal teruggeroepen worden. - uit een bericht 2905382 SEP05 uitgaande van HRG-C3/070505 blijkt dat eerste- korporaal Hendrick, aan wie de betrekking van chauffeur na het sollicitatiegesprek van 11 oktober 2004 was toegewezen, vanaf 31 oktober 2005 muteert naar “MRMP (J40030) - Post 1337”. IX-4724-3/6 2.
  13. Overwegende dat de verwerende partij het actueel belang van verzoeker bij de onderhavige vordering betwist, doordat hij zijn opzet om aangesteld te worden als chauffeur hoge autoriteit JALLC in Portugal niet meer waar zal kunnen maken, aangezien de functie van de organisatietabellen verdwijnt en de militair die de functie bezet op 31 oktober 2005 overgeplaatst is; 2.2.
  14. Overwegende dat uit de door de verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat zij met betrekking tot de aanwijzing van een chauffeur hoge autoriteit JALLC te Portugal een discretionaire bevoegdheid bezit; dat een vernietigingsarrest bijgevolg bij haar de rechtsplicht niet zal doen ontstaan om verzoeker alsnog met terugwerkende kracht in die functie aan te stellen; 2.2.
  15. Overwegende dat de verwerende partij een faxbericht van 5 oktober 2005 voorlegt waarbij de dienst Human Ressources Organisation - Section International Organisations verklaart dat de functie waarin kolonel Larbanois aangesteld was “onbestaande is in de Peacetime Establishment van JALLC”, dat de kolonel wegens zijn voordracht om in het organiek stelsel tot generaal-majoor bevorderd te worden, vanaf 31 oktober 2005 “bij MR wordt geaffecteerd”, dat de organisatietabellen (OT) “eerstdaags worden aangepast” en dat de post van special assistent van de director JALLC “en deze van zijn chauf Haut definitief (zullen) verdwijnen uit de OT en de betrokkenen zullen worden teruggeroepen”; dat uit stuk 11bis van het administratief dossier blijkt dat eerste korporaal Hendrick op datum van 31 oktober 2005 muteert van BE PART JALLC -chauffeur van generaal Larbanois- naar MRMP (J40030)-post 1337; 2.2.
  16. Overwegende dat uit de voormelde stukken blijkt dat er op 31 oktober 2005 een einde zou gesteld worden aan de functie van chauffeur van de Belgische opdracht JALLC te Lissabon; dat, mede gelet op de ontstentenis van de rechtsplicht om verzoeker in de functie aan te stellen, de verwerende partij hem niet meer zal kunnen aanstellen in de geambieerde functie; dat verzoeker niet bewijst dat hij van een vernietigingsarrest een ander tastbaar voordeel verwacht dat hem alsnog het wettelijk vereiste actueel belang verleent; dat aldus bezien de exceptie, hier betrokken op de bij het annulatieberoep aansluitende vordering tot schorsing, gegrond is; IX-4724-4/6 2.2.
  17. Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting vraagt dat de Raad van State zou nagaan of de organisatietabellen wel daadwerkelijk aangepast zijn en of de betrokken chauffeur wel daadwerkelijk naar België teruggekeerd is; dat de verwerende partij verwijst naar het dossier dat zij heeft overgelegd; Overwegende dat de stukken, overgelegd door de verwerende partij, inderdaad niet het formele bewijs bevatten dat de functie van chauffeur in Portugal van de organisatietabellen geschrapt is en dat zij dus niet meer bestaat, maar dat verzoeker geen enkele indicatie verschaft die erop wijst dat het bestuur zich in deze anders gedraagt dan het voorhoudt en dat er reden is om het bestuur te wantrouwen; dat voor het overige de verwerende partij wel bewijst dat eerste korporaal-chef Hendrick op 31 oktober 2005 gemuteerd is en er op die dag een einde is gekomen aan zijn aanstelling in Lissabon, terwijl het voor de onderhavige zaak van geen belang is of de betrokkene in feite, tegen dat besluit in, misschien nog steeds in Portugal aan de slag is; 2.2.
  18. Overwegende dat de hoger vermelde gegevens de Raad van State toelaten, in dit stadium van procedure, de exceptie gegrond te bevinden; dat de vordering tot schorsing bij gebrek aan actueel belang verworpen moet worden, BESLUIT: Artikel
  19. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4724-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4724-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.222 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.304 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.