id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.227 Rolnummer: A. 62560/IX-5126 Zaak: Arrest 156227 - - 13/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 13:19 Fiche Arrest nr 156.227 van 13 maart 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.227 van 13 maart 2006 in de zaak A. 62.560/IX-
- In zake : Leona VAN DAMME, die woonplaats kiest bij advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te ANTWERPEN, Justitiestraat 18A tegen : de Vlaamse Raad, thans het Vlaams Parlement, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Leona VAN DAMME op 7 februari 1995 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van : "1/ de beslissing van het bureau van de Vlaamse Raad dd. 7/12/94 zijnde de eindbeslissing waarbij aan verzoekster een tuchtstraf van berisping werd opgelegd, in vermindering van de eerder opgelegde tuchtstraf : 'waarschuwing met inschrijving'; (...) 2/ de beslissing van 12/10/94 waarbij eveneens het bureau besliste in eerste instantie een tuchtstraf van waarschuwing met inschrijving op te leggen"; Gelet op het arrest nr. 83.415 van de algemene vergadering van de Raad van State van 9 november 1999 waarbij de debatten worden heropend, de zaak wordt verwezen naar de IXe kamer van de afdeling administratie van de Raad van State en de beslissing over de kosten in beraad wordt gehouden; IX-5126-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 20 januari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 december 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. VAN DER MUSSELE, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat M. DE CLERCQ, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoekster is directieassistent bij de directie Studie, Documenta- tie, Archief en Voorlichting bij de Vlaamse Raad, thans het Vlaams Parlement. IX-5126-2/8 1.
- Bij dienstmededeling van 7 april 1994 van de bestuursdirecteur wordt onder meer verzoekster gevraagd de avond van 24 juni 1994 vrij te houden voor "de uitreiking van de gouden erepenningen 1994 aan drie verdienstelijke Vlamingen". 1.
- Bij dienstorder 408 van 22 juni 1994 van de griffier van de Vlaamse Raad wordt bepaald dat onder andere verzoekster haar medewerking zal verlenen aan voormelde uitreiking. 1.
- In een nota van 23 juni 1994 van de bestuursdirecteur aan verzoekster wordt "met klem" aangedrongen op haar aanwezigheid en medegedeeld dat, indien zij afwezig blijft, aan het Bureau "de nodige tuchtmaatregelen" zullen worden voorgesteld. 1.
- In een nota van 29 juni 1994 van de bestuursdirecteur aan de secretaris-generaal wordt voorgesteld verzoekster als tuchtmaatregel een berisping op te leggen wegens "onwettige afwezigheid". 1.
- Op 7 juli 1994 beslist het Bureau van de Vlaamse Raad de tuchtprocedure in te zetten tegen onder meer verzoekster. 1.
- Bij aangetekend schrijven van 30 september 1994 van de griffier van de Vlaamse Raad aan verzoekster wordt deze opgeroepen te verschijnen voor het Bureau van de Vlaamse Raad van 12 oktober 1994 om 10.00 uur, na haar te hebben medegedeeld dat "conform artikel 61 van het statuut van het personeel van de Kamer van Volksvertegenwoordigers" een berisping als tuchtmaatregel wordt voorgesteld wegens "onwettige afwezigheid" op bovenvermeld huldebetoon. 1.
- Op 12 oktober 1994 hoort het Bureau van de Vlaamse Raad onder meer verzoekster en beslist "als tuchtmaatregel de bij artikel 61, § 1, van het statuut van het personeel van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, dat mutatis mutandis IX-5126-3/8 toepasselijk is op het personeel van de Vlaamse Raad, bepaalde tuchtmaatregel 'waarschuwing met inschrijving' te nemen". Dit is de tweede bestreden beslissing. Bij aangetekend schrijven van 14 oktober 1994 van de griffier van de Vlaamse Raad wordt verzoekster op de hoogte gebracht van de op haar toegepaste tuchtmaatregel en wordt haar medegedeeld dat zij "conform artikel 61 van het statuut van het personeel van de Kamer van Volksvertegenwoordigers binnen een termijn van tien dagen na de betekening bij de voorzitter van de Vlaamse Raad in hoger beroep (kan) gaan". 1.
- Op 18 oktober 1994 dient verzoekster bij de voorzitter van de Vlaamse Raad een beroepschrift in tegen de beslissing van 12 oktober 1994 van het Bureau van de Vlaamse Raad en vraagt de procedure te heropenen. 1.
- Op 26 oktober 1994 beslist het Bureau de procedure van beroep in te zetten en een Commissie van Advies samen te stellen, die op 10 november 1994 door de voorzitter van de Vlaamse Raad geconstitueerd wordt verklaard. 1.
- Op 22 november 1994 hoort de Commissie van Advies verzoekster en haar raadsman en brengt bij geheime stemming het volgend verdeeld advies uit: "3 leden spreken zich uit voor vrijspraak ten voordele van de betrokkene ; 3 leden spreken zich uit voor omzetting van de door het Bureau genomen tuchtmaatregel 'waarschuwing met inschrijving' in de lichtere tuchtmaatregel 'berisping'."; Bij schrijven van 25 november 1994 van de griffier van de Vlaamse Raad wordt dit advies aan verzoekster overgemaakt en wordt haar medegedeeld dat het "Vast Bureau" optreedt als beroepsinstantie. IX-5126-4/8 1.
- Bij schrijven van 8 december 1994 van de griffier van de Vlaamse Raad aan verzoekster wordt haar medegedeeld wat volgt: "Het Bureau van de Vlaamse Raad nam op 7 december 1994 kennis van het advies dat de Commissie van Advies ter beoordeling van het beroep dat door u werd ingesteld tegen de te uwen opzichte genomen tuchtmaatregel, heeft uitgebracht. Het Bureau besliste de in eerste aanleg tegen u genomen tuchtmaatregel 'waarschuwing met inschrijving' om te zetten in de lichtere tuchtmaatregel 'berisping'. Dit wordt gemotiveerd door de vastgestelde weigering van dienst." De beslissing tot het nemen tegen verzoekster van de tuchtmaatre- gel "berisping" van het Bureau van de Vlaamse Raad van 7 december 1994 is de eerste bestreden beslissing.
- Over de gegrondheid van het beroep. 2.
- Overwegende dat verzoekster in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 86 van het Reglement van de Vlaamse Raad doordat een tuchtmaatregel wordt opgelegd zonder dat de plenaire vergadering van de Vlaamse Raad het administratieve statuut van het personeel van de Raad heeft vastgesteld, dat er bijgevolg geen regeling is uitgewerkt voor de tuchtprocedure en dat van het reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers "onwettig toepassing gemaakt" wordt; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord hiertegen inbrengt dat uit de algemene beginselen van personeelsbestuur volgt dat de overheid tuchtstraffen kan opleggen, zelfs indien nog geen personeelssta- tuut is uitgewerkt; dat het feit dat het in vooruitzicht gestelde statuut niet uitdrukke- lijk is vastgesteld, de bevoegde overheid niet belet persoonlijke maatregelen te nemen ten aanzien van ambtenaren en hen tuchtstraffen op te leggen; dat deze bevoegdheid aan de bevoegde overheid dient te worden toegekend om de goede werking van de instelling te verzekeren; dat in dergelijk geval de algemene rechtsbeginselen inzake tuchtrecht toepasselijk zijn op disciplinaire vervolgingen en beslissingen die de IX-5126-5/8 overheid ten aanzien van haar personeelsleden kan nemen en dat tot deze algemene rechtsprincipes alles behoort wat nodig is om aan de betrokkene een eerlijke en objectieve proceduregang te waarborgen; dat zij nog verduidelijkt dat de overheid die de bevoegdheid heeft personeelsleden te benoemen, ook de bevoegdheid heeft om, zelfs bij afwezigheid van wettelijke of statutaire bepalingen, tuchtrechtelijk op te treden tegen deze personeelsleden en dat krachtens artikel 46, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, het Bureau de personeelsleden van de Raad benoemt; 2.
- Overwegende dat artikel 45 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen voorschrijft dat elke Raad de personeelsformatie en het administratief en geldelijk statuut van zijn personeel bepaalt; Overwegende dat ten tijde van de bestreden beslissingen de Vlaamse Raad nog geen gebruik had gemaakt van de hem door artikel 45 van voornoemde bijzondere wet verleende bevoegdheid om het administratief statuut van het personeel vast te stellen; dat door partijen niet wordt betwist dat het reglement van de Vlaamse Raad, zoals het toen gold, bepaalde dat de plenaire vergadering de personeelsformatie, het administratieve en het geldelijke statuut van het personeel van de Raad vaststelt, op voorstel van het Bureau; dat evenmin wordt betwist dat het Vlaams Parlement, term vastgelegd bij bijzonder decreet van 2 april 1996 betreffende de benaming van de Vlaamse Raad, dergelijk statuut slechts heeft goedgekeurd op 15 december 1999 en dat dit statuut met terugwerkende kracht in werking is getreden op 1 januari 1999; dat kan worden aangenomen dat bij gemis van een volledig statuut tot inrichting van de tuchtregeling en tot vaststelling onder meer van tuchtstraffen, het hiërarchisch en tuchtgezag niet mag worden verlamd en dat het orgaan dat bevoegd is om personeel te benoemen en te ontslaan, bevoegd is om tuchtstraffen op te leggen; dat zulks evenwel slechts aanvaardbaar is binnen een tijdsduur die in redelijkheid is vereist voor het vaststellen van een statuut omdat zoniet de door de bijzondere wetgever gestelde eis van een statuut wordt genegeerd; dat de installatievergadering van de Vlaamse Raad plaatsvond op 1 oktober 1980; dat, zoals hiervoor is uiteengezet, het statuut werd goedgekeurd op 15 december IX-5126-6/8 1999; dat een termijn van meer dan negentien jaar om het administratief en geldelijk statuut vast te stellen niet kan worden beschouwd als zijnde een redelijke termijn; dat bijgevolg wegens het ontbreken van een bij artikel 45 van de voornoemde bijzondere wet van 8 augustus 1980 voorziene administratief statuut, geen tuchtmaatregel kon worden opgelegd en evenmin hiervoor toepassing bij analogie kon worden gemaakt van het statuut van het personeel van de Kamer van Volksvertegenwoordigers; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van het Bureau van de Vlaamse Raad van 12 oktober 1994 waarbij ten aanzien van Leona VAN DAMME als tuchtmaatregel een "waarschuwing met inschrijving" wordt genomen en de beslissing van het Bureau van de Vlaamse Raad van 7 december 1994 waarbij de ten aanzien van Leona VAN DAMME genomen tuchtmaatregel van "waarschuwing met inschrijving" wordt omgezet in de tuchtmaatregel "berisping". Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5126-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien maart 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-5126-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.227 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.72.464 ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.83.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.