← België

Arrest 156361 - - 14/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.361 Rolnummer: A. 167801/X-12563 Zaak: Arrest 156361 - - 14/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 13:38 Fiche Arrest nr 156.361 van 14 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.361 van 14 maart 2006 in de zaak A. 167.801/X-12.

  1. In zake : Anne-Marie VANDERKELEN, die woonplaats kiest bij Advocaat R. DE ROUCK, kantoor houdende te 9400 NINOVE, Leopoldlaan 17 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te 9255 BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. tussenkomende partij : de NV AQUAFIN, die woonplaats kiest bij Advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anne-Marie VANDERKELEN op 15 november 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 31 augustus 2005 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Bever van openbaar nut wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 januari 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 24 februari 2006; X-12.563-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat R. DE ROUCK die verschijnt voor verzoekster, van Advocaat S. BEECKMAN die loco Advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat P. LONDERS die loco Advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de NV AQUAFIN met een verzoekschrift van 6 december 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur bij het bestreden besluit van 31 augustus 2005 de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Bever van openbaar nut heeft verklaard; dat deze rioolwaterzuiveringsinfrastructuur wordt voorzien onder meer op verzoeksters eigendom; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de X-12.563-2/5 aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat verzoekster wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan berokkenen, uiteenzet wat volgt : "De verzoekende partij dient in principe de gegevens aan te voeren die wijzen op de ernst van het nadeel dat zij ondergaat of kan ondergaan, en anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel. Zulks is in casu duidelijk het geval. Deze akte houdende de toelating van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur- werken zal leiden tot de onteigening, hetzij in der minne, hetzij gedwongen, waarbij op de meest korte termijn de kwestieuze infrastructuurwerken zouden worden uitgevoerd op het perceel van verzoekster. Het is duidelijk dat éénmaal deze werken zijn uitgevoerd, dit zal leiden tot een onherroepelijke situatie. Aangezien deze overstortconstructie bovendien op zichzelf een bron zal zijn voor overlast vermits het bestaan ervan precies verantwoord wordt door de ontlasting van de collectoren bij hevige regenval. Dat alwaar in de collectoren afvalwater opgevangen wordt, bovendien niet gegarandeerd kan worden dat deze overstortconstructie geen bron zou zijn van geur- en andere hinder. Dat verder de breedte van het overblijvende perceel zodanig eng wordt, dat verzoekster hierdoor tevens een bouwgrond dreigt te verliezen. Dat aan de hand van de onderhandelingen welke door AQUAFIN reeds gevoerd werden, bovendien blijkt dat deze geenszins rekening zal houden met de waardevermindering voor het overblijvend perceel, dat hierdoor als dusdanig niet meer verkoopbaar zal zijn, terwijl AQUAFIN de onteigening wenst te beperken tot de betrokken oppervlakte. Aangezien al deze omstandigheden aantonen dat het MTHN duidelijk aanwezig is."; Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak moet vinden in het aangevochten besluit; dat het bestreden ministerieel besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Bever tot voorwerp heeft; dat het door de verzoekende partij ingeroepen nadeel zijn oorzaak vindt in de onteigening en de uitvoering van de bedoelde infrastructuurwerken; dat het bestreden besluit evenwel niet toelaat dat de verzoekende partij uit haar eigendom wordt ontzet en dat de betrokken infrastructuur wordt opgericht; dat vooraleer tot onteigening kan X-12.563-3/5 worden overgegaan nog een machtiging tot onteigening dient te worden verleend en dat de verzoekende partij pas uit haar eigendom zal worden ontzet als de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan, dat de vrederechter deze onteigening slechts zal uitspreken nadat hij het machtigingsbesluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst; dat het bestreden besluit evenmin de vergunning inhoudt voor de oprichting van de betrokken rioolwaterzuiveringsinstallatie; dat derhalve de door de verzoekende partij aangevoerde nadelen die voortvloeien uit de onteigening en de bouw van de betrokken installatie hun rechtstreekse oorzaak vinden, niet in het bestreden besluit, maar in later nog te nemen beslissingen; dat zodanige nadelen niet dienstig kunnen worden ingeroepen; dat de verzoekende partij voorts niet concreet uiteenzet welk ernstig en moeilijk te herstellen nadeel de verklaring van openbaar nut van de rioolwaterzuiveringsinstallatie op zich voor haar tot gevolg heeft; dat de uiteenzetting van de verzoekende partij in de vordering tot schorsing geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van de NV AQUAFIN in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. X-12.563-4/5 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien maart 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.563-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.361 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.951 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.