← België

Arrest 156414 - - 15/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.414 Rolnummer: A. 167494/X-12545 Zaak: Arrest 156414 - - 15/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-21 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 13:39 Fiche Arrest nr 156.414 van 15 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.414 van 15 maart 2006 in de zaak A. 167.494/X-12.

  1. In zake : Stefan BOLLEN, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VOLDERS, kantoor houdende te 3370 BOUTERSEM, Honsemsestraat 31 tegen : de gemeente BOCHOLT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stefan BOLLEN op 4 november 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 23 juni 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Bocholt houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan Danny WELTJENS voor het bouwen van een melkstal bij een bestaande stal op een perceel te Bocholt aan de Bloemenweg 1, kadastraal bekend sectie C, nrs. 152a, 178l en 178m; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. VOLDERS die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; X-12.545-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De procedure Overwegende dat de verzoekende partij als repliek op het verslag van het auditoraat op 30 januari 2006 een "memorie" indient, dat de verwerende partij na dat verslag op 2 februari 2006 eveneens een "memorie" indient en dat de verzoekende partij tenslotte op 8 februari 2006 een inventaris met stukken indient; dat dergelijke memories niet zijn voorzien in het procedurereglement betreffende de behandeling van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij de stukken niet bij het verzoekschrift tot schorsing had kunnen voegen; dat de kwestieuze memories en stukken daarom uit de debatten worden geweerd;
  3. De feiten Overwegende dat Danny WELTJENS op 10 mei 2005 een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het bouwen van een melkstal bij een bestaande stal op een terrein aan de Bloemenweg 1 te Bocholt, kadastraal bekend derde afdeling, sectie C, nummers 152a, 178l en 178m; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Bocholt met het bestreden besluit de gevraagde vergunning geeft;
  4. Beoordeling 3.
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.2.
  6. Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaarde betreft het volgende aanvoert : "Dat uit de goedgekeurde plannen blijkt dat de melkstal gebouwd zal worden vlak tegen de privé-weg, zoals hierboven omschreven. Dat het dagelijks X-12.545-2/4 meermaals gebruik van de melkstal telkens weer de belemmering en bemoeilijking van de enige doorgang naar het achtergelegen perceel van verzoeker zal betekenen, zulks in strijd met de kortgedingbeschikking dd. 15.04.2005, waarin de eigenaar van het perceel waarop de kwestieuze melkstal zal worden gebouwd, veroordeeld wordt vrije doorgang te verlenen, en dus ook impliciet de pachter en feitelijke gebruiker van het perceel, zijnde de heer Danny WELTJENS. Dat gelet op de concrete aard en de plaatsgesteldheid, verzoeker het aannemelijk maakt dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een ernstig nadeel kan berokkenen. Dat de omstandigheid dat het vergunde bouwproject in overeenstemming zou zijn met de in de onmiddellijke omgeving gebruikelijke stedenbouwkundige toepassingen, op zich niet uitsluit dat dit bouwwerk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van art. 17, § 2 van de gecoördineerde wetten van de Raad van State. Dat, gelet op het bepaalde in art. 19, derde lid van het Inrichtingsbesluit, het niet uitgesloten kan worden dat de concrete invulling van deze gewestplanbestemming door het vergunnen van een inrichting die niet in strijd is met de in het gewestplan bepaalde algemene bestemming een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan inhouden. Dat het uiteengezette nadeel, moeilijk te herstellen is, zelfs indien het herstel in de oorspronkelijke toestand kan worden gevorderd."; 3.2.
  7. Overwegende dat uit de feitelijke uiteenzetting in het verzoekschrift tot schorsing blijkt dat de kwestieuze melkstal is voorzien tot bijna aan de rand van een privé-weg, die eigendom is van de vader van de vergunninghouder, doch waarover de verzoekende partij een recht van doorgang zou hebben om haar eigen aanpalend bedrijf te bereiken; dat het voorgehouden nadeel uitsluitend betrekking heeft op de ongeoorloofde belemmering door de vergunninghouder bij het gebruik van de melkstal van het recht van doorgang dat de verzoekende partij over die privé-weg zou genieten; Overwegende dat het voorgehouden nadeel aldus niet wordt veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, maar door het niet respecteren van het zakelijk recht van doorgang over de bedoelde privé-weg, waarover de verzoekende partij blijkbaar beschikt; dat het aangevoerde nadeel bovendien reeds bestaat, vermits de verzoekende partij ter terechtzitting zelf aanvoert dat er reeds meerdere decennia een betwisting bestaat tussen haar eigen familie en de familie van de vergunninghouder over dat recht van doorgang, dat die doorgang herhaaldelijk werd belemmerd en dat zulks heeft geresulteerd in een procedure voor de burgerlijke kort gedingrechter; dat de verzoekende partij met de algemene verwijzing naar artikel 19, derde lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen evenmin enig concreet moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat wordt X-12.545-3/4 veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, aannemelijk maakt; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; 3.
  8. Overwegende dat de verzoekende partij aldus niet aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien maart 2006, door : de H. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. C. ADAMS. X-12.545-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.414 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.591 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.