← België

Arrest 156415 - - 15/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.415 Rolnummer: A. 159984/X-12209 Zaak: Arrest 156415 - - 15/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 13:40 Fiche Arrest nr 156.415 van 15 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.415 van 15 maart 2006 in de zaak A. 159.984/X-12.

  1. In zake : Hugo VANTHOURNOUT, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VAN WALLEGHEM, kantoor houdende te 8980 ZONNEBEKE, Ieperstraat 176 tegen :
  2. de gemeente ZONNEBEKE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
  3. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hugo VANTHOURNOUT op 14 februari 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 18 november 2002 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonnebeke waarbij aan de nv DESLEE WEAVING de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een productieruimte met burelen gelegen te Geluveld, Kasteelstraat 23, op een terrein kadastraal bekend Zonnebeke, vierde afdeling (Geluveld), sectie A, nrs. 467k en 467l; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 april 2005; X-12.209-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. VAN WALLEGHEM die verschijnt voor de verzoeker, van Advocaat S. LUST die loco Advocaat A. LUST verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat P. LOUAGE die loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. De feiten Overwegende dat de nv DESLEE WEAVING op 30 augustus 2002 aan het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonnebeke een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het bouwen van een productieruimte met burelen op een terrein aan de Kasteelstraat 23 te Zonnebeke, kadastraal bekend vierde afdeling, sectie A, nummers 467k en 467l; dat de aanvraag betrekking heeft op het uitbreiden van een bestaande productieruimte en het bouwen van een nieuwe kantoorruimte; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonnebeke op 18 november 2002 met het bestreden besluit de gevraagde vergunning geeft;
  6. De ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partijen een exceptie van niet- ontvankelijkheid opwerpen; dat in de huidige stand van het geding geen uitspraak over deze exceptie dient te worden gedaan nu, zoals hierna zal blijken, niet aan de schorsingsvoorwaarden ten gronde is voldaan;
  7. Beoordeling 3.
  8. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen X-12.209-2/4 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.2.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaarde betreft aanvoert dat zij er als buur met een rechtstreeks uitzicht op een landschappelijk waardevol agrarisch gebied belang bij heeft dat geen uitvoering wordt gegeven aan de bestreden beslissing die volgens het plan gebouwen van drie verdiepingen hoog met volledige insluiting van de verzoekende partij toelaat, dat het een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt omdat dergelijke grote bebouwing een ontzettend grote impact op de leefomgeving van de verzoekende partij heeft, dat het bewuste perceel naast de woning van de verzoekende partij nu nog onbebouwd en vrij van enige stoornis is, dat een ingreep in het landschap met afvoer van teelaarde, het aanbrengen van funderingen en beton en de hoogbouw van een industrieel complex met een maximum nokhoogte van 15 m moeilijk ongedaan zijn te maken, dat het een ernstige aanslag op de ruimtelijke ordening volgens het gewestplan vormt, dat het zeer nadelig is voor de woonkwaliteit van de verzoekende partij en dat het derhalve noodzakelijk is hieraan een halt toe te roepen via een schorsingsprocedure voor de Raad van State; 3.2.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij slechts op algemene wijze verwijst naar de grote impact op haar leefomgeving door de bouw van een industrieel complex vlak naast haar woning; dat uit het administratief dossier echter blijkt dat de omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote bedrijfsgebouwen, waarvan het bestaande complex van de vergunninghouder slechts één element vormt; dat het vergunde project bovendien een relatief beperkte uitbreiding vormt van het bestaande complex van de vergunninghouder; dat de eerste verwerende partij wijst op het feit dat de verzoekende partij de stedenbouwkundige vergunningen van de huidige vergunninghouder van 25 augustus 1998 voor het bouwen van een magazijn en productieruimte van tezamen meer dan 11.000 m² en een hoogte van meer dan 13 m, van 2 mei 2001 voor het bouwen van een productieruimte van meer dan 1.700 m² en van 25 maart 2002 voor het uitbreiden van een productieruimte met nogmaals 1.200 m² niet heeft aangevochten; dat de verzoekende partij niet met concrete gegevens aannemelijk maakt waarom de huidige uitbreiding haar wel een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou berokkenen; dat de verwijzing door de verzoekende partij naar een "ernstige aanslag op de ruimtelijke ordening" betrekking heeft op de eventuele ernst van een middel, doch niet op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel als dusdanig; X-12.209-3/4 Overwegende dat de verzoekende partij derhalve niet met voldoende concrete en precieze gegevens aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien maart 2006, door : de H. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. C. ADAMS. X-12.209-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.415 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.