id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.553 Rolnummer: A. 168334/IX-5159 Zaak: Arrest 156553 - - 20/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 14:14 Fiche Arrest nr 156.553 van 20 maart 2006 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.553 van 20 maart 2006 in de zaak A. 168.334/IX-
- In zake : Alfons VAN REUSEL, wonende te SINT-KATELIJNE-WAVER, Clemenceaustraat 199 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. tussenkomende partij : Dirk VAN DEN ABEELE, wonende te SINT-LIEVENS-HOUTEM, Kapellekouter
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Alfons VAN REUSEL op 29 november 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van het koninklijk besluit van 17 september 2005 houdende de bevordering van Dirk VAN DEN ABEELE tot industrieel ingenieur-directeur bij het Directoraat- generaal Maritiem Vervoer, Buitendiensten van de Directie Scheepvaartcontrole. Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 februari 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 27 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; IX-5159-1/10 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. MARTENS, die verschijnt voor verzoeker, van attaché L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij, en van de tussenkomende partij, die persoonlijk verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Dirk VAN DEN ABEELE met een verzoek- schrift van 23 december 2005 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Over de gegevens van de zaak. 1.
- Op 26 november 2004 wordt een oproep tot de kandidaten gedaan voor een betrekking van industrieel ingenieur-directeur bij de buitendiensten van de Directie Scheepvaartcontrole van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer. De oproep bevat het volgende kandidatenprofiel : “- hij beschikt over een uitgebreide kennis van de beroeps- en plezier- scheepvaartreglementering voor de binnenwateren en is tevens goed op de hoogte van de technische aspecten van de bouw en de uitrusting van binnenvaartuigen; - hij heeft voldoende inzicht in de informatica voor het realiseren van de operationele processen die met de vernieuwingsprogramma*s gepaard gaan; - hij is sterk organisatorisch aangelegd, heeft een grote zin voor verant- woordelijkheid en beschikt over een grote bekwaamheid om leiding te geven; - hij kan vlot communiceren met andere bevoegde overheidsinstellingen en met de betrokken beroepsorganisaties en kan op een gestructureerde wijze en in begrijpbare en grammaticaal correcte taal doelgerichte ideeën op schrift zetten; - aangezien de opdracht zich situeert in internationale context is een goede kennis van het Frans en een basiskennis van het Duits en het Engels een bijkomende troef”. 1.
- Verzoeker en Dirk VAN DEN ABEELE dienen hun kandidatuur in, samen met nog vier andere ambtenaren. IX-5159-2/10 1.
- Het directiecomité onderzoekt de kandidaturen in zijn vergadering van 11 maart
- Het vergelijkt de kandidaten volgens de criteria van kennis van de beroeps- en pleziervaartreglementering, inzicht in de informatica, organisatorische aanleg, zin voor verantwoordelijkheid, leiding geven, communicatie en kennis vreemde talen. De vergelijking tussen verzoeker en Dirk VAN DEN ABEELE wordt als volgt weergegeven in de notulen : “Kennis van de beroeps-en pleziervaartreglementering Gelet op zijn inderdaad jarenlange ervaring waarvan in zijn kandidatuur- stelling wordt gewag gemaakt, zowel op het domein van certificeren als op het domein van het tot stand komen van de regelgeving, beschikt de heer Alfons VAN REUSEL over een zeer uitgebreide en diepgaande kennis van de beroeps- vaartreglementering. Dat is minder het geval voor de pleziervaartreglementering maar hij beschikt zeker over de nodige kwaliteiten om indien dat nodig is zich ook snel daarmee sterk vertrouwd te maken. Vanuit de invalshoek van studiewerk ter zake heeft de heer Dirk VAN DEN ABEELE een zeer ruime kennis van zowel de beroepsvaart- als pleziervaart- reglementering kunnen opdoen, vooral op het theoretisch vlak, zoals uitvoerig blijkt uit het curriculum dat in zijn kandidatuurstelling is toegelicht. Inzicht in de informatica Op basis van de elementen in zijn kandidatuurstelling in zake ervaring met het toepassen van de informaticamogelijkheden worden aangereikt, beschikt de heer Alfons VAN REUSEL over voldoende inzicht om de informatica bij het realiseren van de processen zinvol aan te wenden. Blijkens zijn curriculum is de heer Dirk VAN DEN ABEELE sterk bedreven in een aantal informatica terreinen die zich vooral situeren in doorgedreven bureautica toepassingen. Op basis van de daarbij opgedane ervaring kan hij bogen op een ruim inzicht van wat de informatica te bieden hebben wat een goede aanloop is om zich ook te bekwamen in de mogelijkheden die ter zake voor het ondersteunen van het werken van operationele processen beschikbaar zijn. Organisatorische aanleg - zin voor verantwoordelijkheid - leiding geven Zoals aangegeven in zijn curriculum heeft de heer Alfons VAN REUSEL weliswaar veel zelfstandig gewerkt maar toch heeft hij behoorlijk wat werk- groepen en comités geleid, wat op het gebied van leiderschap en organisatie zijn grootste sterkte is. Hij manifesteert zich daarenboven ook als een spontane leider als het erop aan komt een groep medewerkers te organiseren en motiveren. Bij het uitvoeren van zijn taken getuigt de kandidaat immer van sterke verantwoor- delijkheidszin. In zijn loopbaan, blijkens de gegevens van zijn curriculum heeft de heer Dirk VAN DEN ABEELE, reeds ervaring opgedaan om behoorlijk leiding te kunnen geven aan een operationele groep medewerkers. Hij getuigt daarbij van een sterk ontwikkeld organisatorische aanleg, de heldere bevattelijke structuur van zijn kandidatuurstelling is daarvan een voorbeeld. Uit de initiatieven die de heer Dirk VAN DEN ABEELE neemt voor verbeteringen en waarnaar in zijn kandidatuur- stelling wordt verwezen blijkt dat hij over een goed ontwikkelde zin voor het nemen van verantwoordelijkheid beschikt die beantwoordt aan wat als profiel voor de betrekking wordt verwacht met toch enige aandacht nog voor het verruimen ervan naar alle aspecten die een leidinggevende functie met zich brengt. IX-5159-3/10 Communicatie Bij het uitoefenen van de diverse opdrachten die de heer Alfons VAN REUSEL uitvoerde heeft hij telkens aangetoond van vlot te kunnen contacten leggen en onderhouden met een grote variëteit van communicatiepartner. Ook schriftelijk verwoord hij zeer nauwkeurig en begrijpelijk zijn bevindingen en standpunten, ietwat meer bondigheid evenwel zou die profielkwaliteit nog kunnen versterken. Vooral schriftelijk communiceert de heer Dirk VAN DEN ABEELE gestruc- tureerd helder en bevattelijk, zoals blijkt uit de verschillende door hem opgestelde teksten waarnaar in zijn kandidatuurstelling wordt verwezen. Hij kan boeiend spreken en heeft geen problemen om contacten te onderhouden met andere overheidsinstellingen en beroepsorganisaties wat soms verassend afsteekt tegen een af en toe wat ontwijkend aanvoelende ingesteldheid bij directe contacten. Kennis vreemde talen De goede kennis van Duits is opvallend bij de heer Alfons VAN REUSEL naast die van tevens Frans en Engels. Die vaardigheid verstrekt de inbreng die hij levert op de internationale fora waarop hij het DGMV vertegenwoordigt. De heer Dirk VAN DEN ABEELE maakt regelmatig gebruik van Duits, Engels en vooral Frans, vreemde talen die hij terdege onder de knie heeft voor het vervullen van zijn opdrachten”. 1.
- Ingevolge die vergelijking maakt het directiecomité unaniem de volgende voordracht op :
- Dirk VAN DEN ABEELE
- Alfons VAN REUSEL
- (...) 1.
- Dit bevorderingsvoorstel wordt op 8 april 2005 meegedeeld aan verzoeker die op 14 april 2005 bezwaar indient en vraagt om te worden gehoord. 1.
- Het directiecomité hoort verzoeker op 10 juni 2005 en beslist unaniem dat de voordrachten ongewijzigd kunnen behouden blijven. De notulen geven de bespreking van verzoekers bezwaar als volgt weer : “In zijn uiteenzetting onderstreept de heer Van Reusel de technische ervaring die hij sinds 1972 heeft opgedaan alsook zijn vakkennis. Deze elementen waren in zijn sollicitatiebrief van 15 december 2004 vermeld en werden in aanmerking genomen door het Directiecomité tijdens zijn beraadslaging van 11 maart
- Tijdens de beraadslaging van 11 maart 2005 was het Directiecomité van oordeel dat ‘Gelet op zijn inderdaad jarenlange ervaring waarvan in zijn kandidatuurstelling wordt gewag gemaakt, zowel op het domein van certificeren als op het domein van het tot stand komen van de regelgeving beschikt de heer Alfons VAN REUSEL over een zeer uitgebreide en diepgaande kennis van beroepsvaartreglementering.(...)’. Op basis daarvan legt de heer Van Reusel de nadruk op zijn praktische ervaring die, volgens hem, belangrijk is terwijl dit element niet als dusdanig in de functiebeschrijving en in het kandidaatsprofiel voorkomt. IX-5159-4/10 De heer Van Reusel is van mening dat het belang van de informaticakennis moet worden gerelativeerd aangezien de FOD over een Stafdienst ICT beschikt en het DG over een informaticacel. Het profiel van de kandidaat stelt dat deze over een voldoend inzicht in de informatica moet beschikken. Voor het Directiecomité is het een van de beoordelingselementen. Bovendien betwist de heer Van Reusel niet dat de heer Van Den Abeele over een grotere kennis op dit gebied beschikt dan hijzelf. De heer Van Reusel vraagt dat de ervaring inzake pleziervaart wordt gerelati- veerd ten opzichte van die inzake beroepsvaart omdat deze, volgens hem, belangrijker is. Tijdens de beraadslaging van 11 maart 2005 herkende het Directiecornité dit punt en vermelde dat ‘(...) beschikt de heer Alfons VAN REUSEL over een zeer uitgebreide en diepgaande kennis van de beroepsvaartreglementering. Dat is minder het geval voor de pleziervaartreglementering maar hij beschikt zeker over de nodige kwaliteiten om indien dat nodig is zich ook snel daarmee sterk vertrouwd te maken.’ Bovendien ontkent de heer Van Reusel niet dat de heer Van Den Abeele over deze kennis beschikt. De heer Van Reusel benadrukt dat hij aan de VPA «Internationale wet- geving» heeft deelgenomen. Het profiel van de gewenste kandidaat legt de nadruk op het operationeel proces van de VPA’s aangezien de vacante betrekking niks te maken heeft met de wijziging van de reglementering. In dit opzicht is de ervaring van de heer Van Reusel inzake VPA’s minder relevant dan die van de heer Van Den Abeele. Na de argumenten aandachtig te hebben beluisterd, verwerpt het Directie- comité het beroep. Met eenparigheid van de door de aanwezige leden uitgebrachte geheime stemmen, is het Directiecomité van mening dat er geen relevante elementen zijn om op de beslissing terug te komen die tijdens zijn zitting van 11 maart 2005 werd genomen”. Dit wordt op 11 augustus 2005 aan verzoeker meegedeeld. 1.
- Bij koninklijk besluit van 17 september 2005 wordt de heer Dirk VAN DEN ABEELE dan bevorderd tot industrieel ingenieur-directeur bij het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer, Buitendiensten van de Directie Scheepvaart- controle. Dit is het bestreden besluit.
- Over de gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden IX-5159-5/10 en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde betreft, verzoeker in een enig middel aanvoert dat er geen afdoende vergelijking van de titels en verdiensten is gebeurd; dat hij, eerste onderdeel, uiteenzet dat de vergelijking niet is gebeurd op grond van alle op voorhand vastgelegde criteria en meer bepaald dat het criterium “op de hoogte zijn van de technische aspecten van de bouw en de uitrusting van binnenvaartuigen” waarin hij beter scoorde dan Dirk VAN DEN ABEELE, buiten de vergelijking gelaten is; dat hij deze kritiek reeds geuit heeft in het kader van zijn bezwaar maar dat het directiecomité dit naast zich heeft neergelegd en zijn technische kennis niet vergeleken heeft met deze van Dirk VAN DEN ABEELE; dat hij nochtans zeer goed scoort op dat aspect zoals uit zijn kandidatuur blijkt terwijl, volgens hem, Dirk VAN DEN ABEELE op dat vlak weinig of geen verdiensten kan voorleggen; dat het des te belangrijker is dat ook dat aspect in de vergelijking werd betrokken aangezien het verschil tussen beide kandidaten niet zeer groot was; dat de premisse dat beide kandidaten “zeer geschikt” zijn, volgens verzoeker, niet langer gehandhaafd kan worden wanneer ook het belangrijke criterium “op de hoogte zijn van de technische aspecten van de bouw en de uitrusting van binnenvaartuigen” in de vergelijking wordt betrokken; dat hij verder, tweede onderdeel, uiteenzet dat het als pluspunt ten voordele van Dirk VAN DEN ABEELE weerhouden element niet afdoende is om een voorsprong te funderen; dat het directiecomité de indruk wekt dat de toekomstige industrieel ingenieur-directeur eigenhandig de informatie- technische aspecten van de implementatie onder handen zal moeten nemen maar dit niet het geval is aangezien er daarvoor een ICT-cel en een ICT-dienst ter beschikking staat; dat aangezien ook van verzoeker wordt gezegd dat hij over voldoende inzicht beschikt om de informatica bij het realiseren van de processen zinvol aan te wenden, hierin geen afdoende onderscheidend criterium kan worden gezien; dat voorts, wat de ervaring inzake het verbeteringsproject (hierna : VPA) betreft, geoordeeld is dat beiden ervaring hebben maar dat die van Dirk VAN DEN ABEELE iets relevanter is omdat zij meer op het operationele proces van de VPA*s slaat; dat evenwel het directiecomité zich niet uitspreekt over de wijze waarop het VPA waarbij Dirk VAN DEN ABEELE betrokken was werd uitgevoerd, terwijl dit toch belangrijker was dan alleen het feit van eraan te hebben deelgenomen; dat aangezien dat element niet werd onderzocht er geen argument kan in worden gevonden om Dirk VAN DEN ABEELE boven hem te verkiezen; IX-5159-6/10 2.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat bij de beoordeling van de vergelijking die tussen de kandidaten werd gemaakt het redelijkheidsbeginsel moet betrokken worden en dat de Raad van State op de redelijkheid van een beslissing slechts een marginale controle uitoefent; dat zij hierbij stelt dat alle kandidaturen voor alle criteria werden vergeleken, dat het directiecomité is ingegaan op de argumenten die verzoeker in zijn bezwaar aanvoerde, dat het directiecomité zich tot tweemaal toe unaniem heeft uitgesproken voor Dirk VAN DEN ABEELE als eerst gerangschikte kandidaat en dat in het benoemingsbesluit, volledig in de lijn van het advies, het eerste, derde en vijfde criterium zijn verwerkt waarin Dirk VAN DEN ABEELE volgens het advies telkens even goed scoorde als verzoeker en voor het eerste zelfs beter; dat de overheid bijgevolg binnen haar discretionaire beoordelingsbevoegdheid is gebleven; dat, wat de concrete kritiek van de verzoeker betreft, een objectieve vergelijking impliceert dat aan de verschillende kandidaturen dezelfde aandacht moet worden besteed, dat de ene niet met meer welwillendheid mag behandeld worden dan de andere en dat de beoordelingscriteria voor alle kandidaten dezelfde moeten zijn; dat de benoemen de overheid bij de vergelijking over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt en rekening mag houden met vereisten die niet in de functieomschrijving zijn opgenomen, zelfs indien de criteria vooraf waren vast-gelegd; dat in casu alle kandidaten effectief en uitvoerig werden getoetst aan alle criteria en op basis daarvan met elkaar werden vergeleken; dat in die omstandigheden het bekritiseren van één criterium een onredelijke en niet- evenredige handelwijze is; dat voorts het verzoeker is en niet de benoemende overheid die het eerste criterium in twee onderscheiden onderdelen opdeelt; dat beide onderdelen betrekking hebben op de kennis van enerzijds de beroeps- en plezierscheepvaartreglementering en anderzijds de technische aspecten van bouw en uitrusting van binnenvaartuigen; dat er niet wordt gespecificeerd hoe deze kennis moet zijn verworven of waaruit zij precies bestaat; dat het verzoeker zelf is die ze in verband brengt met zijn “technische/praktische ervaring en vakkennis”; dat die praktische ervaring niet is, zoals ook het directiecomité reeds opmerkte, wat in het eerste criterium is bedoeld; dat ook volgens het profiel de kennis van de reglemente- ring uitgebreid moet zijn terwijl het voor de technische aspecten volstaat er goed op de hoogte van te zijn; dat, omdat Dirk VAN DEN ABEELE een uitgebreidere kennis van de pleziervaartreglementering heeft dan verzoeker, hij hier een voorsprong heeft op verzoeker; dat in het kader van de materiële motiveringsplicht het feit dat een motief niet zou zijn opgenomen in een beslissing nog niet betekent dat dit motief de beslissing niet zou schragen; dat het alleen een niet veruitwendigd motief is wat IX-5159-7/10 toegelaten is aangezien niet alle feitelijke en juridische elementen moeten worden aangeduid opdat een beslissing afdoende zou zijn gemotiveerd; 2.
- Overwegende dat bij een onderzoek op het eerste zicht uit de notulen van het directiecomité blijkt dat het directiecomité alleen aandacht heeft gehad voor de scheepvaartreglementering en geen enkele aandacht heeft gehad voor de kennis van de technische aspecten van de bouw en uitrusting van de binnen- vaartuigen zodat aan dat gedeelte niet speciaal aandacht is besteed; dat verzoeker in feite bedoelt dat naast de kennis over de vaartreglementering, alleen theoretisch verworven of ook door ervaring, ook rekening moet worden gehouden met de technische kennis van de scheepsbouw en scheepsuitrusting waarbij het niet van primordiaal belang is of die nu theoretisch of doorheen de praktijk is verworven; dat het profiel kennis vereist van enerzijds de scheepvaartreglementering en anderzijds de kennis van de technische aspecten van bouw en uitrusting van binnenvaartuigen; dat dit twee afzonderlijke kennisdomeinen zijn; dat dit niet alleen blijkt uit de tekst zelf, maar ook uit de kandidatuurstelling van verzoeker en van Dirk VAN DE ABEELE; dat beiden immers een afzonderlijke motivering gegeven hebben voor de twee aspecten van het eerste criterium; dat indien de overheid vooraf bepaalt aan welke criteria de kandidaten moeten voldoen -criteria die zij discretionair vaststelt-, diezelfde overheid, om consequent te blijven, de kandidaten volgens al die criteria met elkaar dient te vergelijken, zodat zij alsdan nog bezwaarlijk de criteria vrij kan kiezen volgens dewelke zij de kandidaten vergelijkt; dat het niet betrekken van het aspect van de technische kennis van de scheepsbouw en scheepsuitrusting waarbij het niet van primordiaal belang is of die nu theoretisch of doorheen de praktijk is verworven, in de vergelijking van de titels en verdiensten niet tot vernietiging moet leiden indien zou blijken dat verzoeker daarin niet beter scoorde dan Dirk VAN DEN ABEELE; dat het evenwel niet aan de Raad van State hoort om na te gaan wie daarin beter dan de andere scoort; dat het middel derhalve ernstig is; 2.
- Overwegende dat wat de voorwaarde betreft van het moeilijk te herstellen en ernstig nadeel, verzoeker aanvoert dat gelet op zijn leeftijd van zestig jaar een vernietiging na een gewone vernietigingsprocedure hem geen kans op benoeming meer zal bieden omdat hij op dat ogenblik hoogstwaarschijnlijk reeds gepensioneerd zal zijn of minstens zo dicht de pensioenleeftijd zal benaderen dat de overheid het niet meer wenselijk zal achten hem nog te bevorderen; dat het bijgevolg zijn laatste kans op bevordering is; dat hij hierbij verwijst naar ‘s Raads arrest nr. 145.136 van 30 maart 2005 waarin een dergelijk nadeel werd aangenomen voor een verzoeker die 59 jaar oud was; IX-5159-8/10 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat verzoeker er aldus van uitgaat dat een vernietiging pas binnen vier of vijf jaar zal tussenkomen; dat het echter al te hypothetisch is om voorspellingen te maken over de duur van de annulatieprocedure; dat de duur van de annulatieprocedure geen element is om te besluiten dat er een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel is en dat er evenmin kan rekening worden gehouden met een eventueel vervroegd op pensioen gaan van verzoeker aangezien hij dan door zijn eigen toedoen zijn kansen zou hebben verminderd; dat het ook “aannemelijk is dat (verzoeker) in de komende 4 tot 5 jaar andere bevorderingskansen kan krijgen”; dat “rekening houdend met de positieve evaluatie van zijn kandidatuur (het) onwaarschijnlijk lijkt dat hij bij een toekomstige bevordering niet meer zou worden voorgesteld”; dat zij ter zitting ook nog aanvoert dat binnenkort nog een betrekking zal te begeven zijn waardoor verzoeker, gelet op zijn uitstekende staat van dienen, nog bevorderingskansen zal hebben; 2.
- Overwegende dat, gelet op de gemiddelde duur van een annulatie- procedure, kan worden aangenomen dat een gewone vernietiging voor verzoeker de kans om nog benoemd te worden gering, zo niet verwaarloosbaar is; dat de verwerende partij geen enkel concreet gegeven aanbrengt waaruit zou kunnen blijken dat in de nabije toekomst nieuwe vacantverklaringen kunnen worden verwacht; dat het personeelskader, vastgesteld bij koninklijk besluit van 27 oktober 2000, van de zes betrekkingen van industrieel ingenieur-directeur één betrekking van industrieel ingenieur-directeur bij de Buitendiensten van het bestuur van Maritieme Zaken en Scheepvaart voorziet; dat dit gegeven bijgevolg de kans dat er voor verzoeker op nuttige wijze nog betrekkingen vacant zullen komen twijfelachtig maakt; dat wat de bevorderingskansen van verzoeker in de nabije toekomst betreft de te begeven functie op het eerste gezicht een functie betreft die een kwalificatie vereist van kapitein ter- lange-omvaart; dat verzoeker daaraan niet beantwoordt; dat de bestreden beslissing aldus voor verzoeker een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Dirk VAN DEN ABEELE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- IX-5159-9/10 Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 17 september 2005 houdende de bevordering van Dirk VAN DEN ABEELE tot industrieel ingenieur-directeur bij het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer, Buitendiensten van de Directie Scheepvaartcontrole. Artikel
- Dit arrest zal bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2000 en zes, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-5159-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.553 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.007 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.