← België

Arrest 156555 - - 20/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.555 Rolnummer: A. 96264/X-9828 Zaak: Arrest 156555 - - 20/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-04 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 14:16 Fiche Arrest nr 156.555 van 20 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.555 van 20 maart 2006 in de zaak A. 96.264/X-

  1. In zake :
  2. Herman DE CROO,
  3. Françoise DESGUIN,
  4. Michel DEMERLIER, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Jan VAN DER BRACHT, wonende te 9667 HOREBEKE, Broekestraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Herman DE CROO, Françoise DESGUIN en Michel DEMERLIER op 6 oktober 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 juli 2000 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende, eensdeels, inwilliging van het beroep van Jan VAN DER BRACHT tegen de stilzwijgende beslissing van de gemachtigde ambtenaar waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een kippenloods op een perceel gelegen te Brakel, Michelbeke, Lepelstraat 45, kadastraal bekend sectie B, nrs.171 h en l en 176 b, en, anderdeels, afgifte van bovengenoemde stedenbouwkundige vergunning; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 11 januari 2001 ingediend door Jan VAN DER BRACHT; Gelet op de beschikking van 7 februari 2001 die de tussenkomst van Jan VAN DER BRACHT toelaat; X-9828-1/4 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 5 januari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. DUYCK die loco Advocaat G. VERMEIRE verschijnt voor de verzoekende partijen en van Bestuurssecretaris M.-A. DEGEEST die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de tussenkomende partij een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 26 oktober 1999, strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een kippenloods op een perceel gelegen te Brakel, Lepelstraat 45, kadastraal gekend onder 5de afdeling, sectie B, nrs. 171 h en l en 176 b; dat, bij gebreke van een beslissing van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel binnen de termijn, de tussenkomende partij aan de gemachtigde ambtenaar heeft gevraagd om een beslissing te nemen; dat de gemachtigde ambtenaar evenmin een beslissing heeft genomen binnen de termijn; dat de tussenkomende partij tegen de stilzwijgende weigering beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie bij besluit van 27 juli 2000 het beroep heeft ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend, mits X-9828-2/4 voldaan wordt aan een aantal voorwaarden; dat dit besluit het voorwerp vormt van het voorliggende beroep; Overwegende dat de verzoekers verklaren in de omgeving te wonen van het betrokken perceel; Overwegende dat de verzoekers bij schrijven van 11 augustus 2004 de Raad van State ervan op de hoogte hebben gebracht, enerzijds, dat de bestreden vergunning niet is uitgevoerd en daardoor vervallen is, en anderzijds, dat een der partijen ondertussen eigenaar is geworden van de grond waarop de stal zou worden gebouwd; Overwegende dat uit het door het auditoraat uitgevoerde onderzoek is gebleken, enerzijds, dat het betrokken perceel bij notariële akte van 2 juli 2003 is verkocht aan de eerste en de tweede verzoeker, en anderzijds, dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning niet is uitgevoerd;
  7. Overwegende dat de verzoekers in hun laatste memorie aanvoeren "dat de vordering geen voorwerp meer heeft"; Overwegende, ambtshalve, dat de eerste en de tweede verzoeker, die eigenaar zijn geworden van het perceel waarop de bestreden vergunning betrekking heeft, zelf de gevolgen van die vergunning kunnen verhinderen; dat zij derhalve geen belang meer hebben bij het aanvechten van die vergunning; Overwegende dat, aangezien de eerste en de tweede verzoeker ervan uitgaan dat de bestreden vergunning vervallen is en zij erkennen dat het beroep zonder voorwerp is geworden, het duidelijk is, daargelaten of verzoekers' uitgangspunt in rechte verantwoord is, dat de vergunning niet meer ten uitvoer zal worden gelegd; dat derhalve ook de derde verzoeker geen belang meer heeft bij zijn beroep; Overwegende dat het beroep onontvankelijk is;
  8. Overwegende, wat de kosten betreft, dat de verzoekers vorderen, aangezien de vergunning reeds vervallen was voordat het betrokken perceel verkocht werd, dat de kosten ten laste gelegd zouden worden van de verweerster; X-9828-3/4 Overwegende dat artikel 68, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalt dat de kosten ten laste worden gelegd van de partij die in het ongelijk gesteld wordt; dat de verzoekers dan ook in de kosten verwezen worden; dat het belang van de verzoekers overigens teloorgegaan is ten gevolge van een omstandigheid die niet aan de verweerster toegeschreven kan worden; BESLUIT: Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9828-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.555 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.