← België

Arrest 156556 - - 20/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.556 Rolnummer: A. 97006/X-9848 Zaak: Arrest 156556 - - 20/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-31 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 14:16 Fiche Arrest nr 156.556 van 20 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.556 van 20 maart 2006 in de zaak A. 97.006/X-

  1. In zake : de naamloze vennootschap IMMO KWANTEN, die woonplaats kiest bij Advocaat B. EVERS, kantoor houdende te 3910 NEERPELT, Fabriekstraat 28 tegen : de gemeente NEERPELT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de naamloze vennootschap IMMO KWANTEN op 30 oktober 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 september 2000 van de burgemeester van de gemeente Neerpelt houdende tijdelijke onbewoonbaarverklaring van een appartement gelegen aan de Broesveldstraat 2 te Neerpelt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de beschikking van 3 februari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; X-9848-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. EVERS die verschijnt voor de verzoekster en van Advocaat S. KLOK die loco Advocaten G. KLOK en A. PELLENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. DE SOMERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekster eigenaar is van een appartement gelegen te Neerpelt, Broesveldstraat 2; dat dit appartement in 2000 verhuurd was; dat de burgemeester van de gemeente Neerpelt, op een verslag van de brandweer te Lommel, bij besluit van 7 september 2000 de bedoelde woning tijdelijk onbewoonbaar heeft verklaard "totdat de eigenaar aantoont dat de nodige werken aan deze woning zijn uitgevoerd zodat de toegelaten wettelijke CO-waarde niet meer overschreden wordt"; dat dit besluit het voorwerp vormt van het voorliggende beroep; Overwegende dat, gelet op een nieuw verslag van de brandweer te Lommel, de burgemeester de tijdelijke onbewoonbaarverklaring bij besluit van 7 november 2000 heeft opgeheven;
  3. Overwegende dat de verweerster een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt, afgeleid uit het gebrek aan belang in hoofde van de verzoekster; dat zij aanvoert dat het bestreden besluit is opgeheven; Overwegende dat de verzoekster antwoordt dat zij haar belang bij het beroep heeft behouden, niettegenstaande de opheffing van het bestreden besluit; dat zij er in de eerste plaats op wijst dat zij tegen de huurder een burgerlijke vordering heeft ingesteld tot betaling van huurachterstallen, dat de huurder betwist dat hij huur verschuldigd is voor de periode van onbewoonbaarverklaring, dat de Vrederechter te Neerpelt-Lommel bij vonnis van 6 januari 2003 beslist heeft dat de huurder gerechtigd is om de huur voor de betrokken periode volledig in te houden, nu hij in die periode het genot niet heeft gehad van de gehuurde woning, dat de betwisting thans nog aanhangig is, in hoger beroep, bij de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, waar de zaak bij vonnis van 22 december 2003 naar de bijzondere rol is verzonden in afwachting van de uitspraak van de Raad van State; dat de verzoekster voorts aanvoert dat zij het voorwerp is van een heffing op leegstand, X-9848-2/4 gesteund op het feit dat het betrokken appartement gedurende een bepaalde periode onbewoonbaar was, dat zij die heffing betaald heeft, maar bij de Vlaamse regering beroep daartegen heeft ingesteld; Overwegende dat het belang van een verzoeker bij een beroep tot nietigverklaring niet verloren gaat door het enkele feit dat het bestreden besluit vóór het sluiten van de debatten zijn volle uitwerking heeft gehad; dat de verzoeker in een dergelijk geval evenwel moet verantwoorden welk concreet voordeel de nietigverklaring van het inmiddels opgeheven besluit hem nog kan bijbrengen; Overwegende dat het belang dat erin bestaat om van de Raad van State een uitspraak te verkrijgen die aangewend kan worden tot staving van een vordering voor de burgerlijke rechter, geen belang is dat specifiek verbonden is met de nietigverklaring van het bestreden besluit of met het doen verdwijnen van dat besluit uit de rechtsorde; dat overigens, indien de beoordeling van de wettigheid van het bestreden besluit noodzakelijk zou zijn om over de burgerlijke vordering uitspraak te doen, de burgerlijke rechter zelf dat wettigheidsonderzoek kan doen, zonder afhankelijk te zijn van een voorafgaande uitspraak van de Raad van State; Overwegende dat het belang dat erin bestaat om van de Raad van State een uitspraak te verkrijgen die aangewend kan worden tot staving van een bezwaar tegen een heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen of woningen, evenmin een belang is dat specifiek verbonden is met de nietigverklaring van het bestreden besluit of met het doen verdwijnen van dat besluit uit de rechtsorde; dat de verzoekster overigens niet aanvoert dat de heffing alleen maar verschuldigd is indien het besluit tot onbewoonbaarverklaring wettig bevonden wordt; Overwegende dat de verzoekster geen andere concrete elementen bijbrengt ter verantwoording van het behoud van haar belang; dat in die omstandigheden besloten moet worden dat de verzoekster geen blijk meer geeft van een actueel belang; dat de exceptie gegrond is; BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. X-9848-3/4 Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9848-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.556 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.