← België

Arrest 156562 - - 20/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.562 Rolnummer: A. 59029/X-9360 Zaak: Arrest 156562 - - 20/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-12 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 14:20 Fiche Arrest nr 156.562 van 20 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.562 van 20 maart 2006 in de zaak A. 59.029/X-

  1. In zake :
  2. Paul MORTELMANS, wonende te 2540 HOVE, Rodenbachstraat 34,
  3. Luc ADAM, wonende te 2540 HOVE, Rodenbachstraat 36 tegen :
  4. de gemeente HOVE, die woonplaats kiest bij Advocaat Ch. VERGAUWEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27,
  5. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  6. tussenkomende partijen :
  7. Theodoor VOORSPOELS,
  8. Maria SOMERS, wonende te 2540 HOVE, Hugo Verrieststraat
  9. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul MORTELMANS en Luc ADAM op 20 juli 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
  10. "de impliciete beslissing van onbekende datum waarbij verzoekers geen inzagerecht werd verleend of later een onvolledig bundel werd voorgelegd in het bouw- en verkavelingsdossier op de gemeente Hove";
  11. "de impliciete weigeringsbeslissing van onbekende datum van de gemeente Hove, betekend door de Procureur des Konings, waarbij deze weigert het vonnis d.d. 13.12.1982 van de 12de Correctionele Kamer uit te voeren ongeacht bevel en machtiging";
  12. "de impliciete weigeringsbeslissing van onbekende datum van de gemachtigde ambtenaar, betekend door de Procureur des Konings, waarbij deze weigert het X-9360-1/8 vonnis d.d. 13.12.1982 van de 12de Correctionele Kamer uit te voeren ongeacht bevel en machtiging";
  13. "het advies d.d. 19.09.1990 (lees : 10.09.1990) dat een ‘herziening’ zou zijn van het advies van 12.03.1990 van de gemachtigde ambtenaar";
  14. "de beslissing d.d. 17.09.1990 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove waarbij een verkavelingsvergunning wordt verleend voor de gronden gelegen te Hove, Eikenstraat en Rodenbachstraat, sectie B, nrs. 12r2, 12m2, 12 en 12n2/d1 (lees : nrs. 13l2, 13r2 (deel), 13m2 (deel) en 13n2 (deel)), voor de percelen 1,2 en 5; wat de panden 3 en 4 betreft is afzonderlijke verkoop toegelaten na afbraak van de bestaande werkplaats";
  15. "de afwijkingsbeslissing van de gemachtigde ambtenaar d.d. 7.12.1993 inzake de verleende (herziene) verkavelingsvergunning";
  16. "de beslissing d.d. 21.02.1994 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove waarbij van de eerder verleende verkavelingsvergunning wordt afgeweken en een bouwvergunning wordt verleend aan de heer Theo VOORSPOELS mits slechts een gedeeltelijk slopen van de bestaande constructie en de nodige aanpassingswerken"; Gelet op het arrest nr. 54.285 van 5 juli 1995 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Theodoor VOORSPOELS en Maria SOMERS in het administratief kort geding wordt ingewilligd en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 7 december 1995 ingediend door Theodoor VOORSPOELS en Maria SOMERS; Gelet op de beschikking van 15 januari 1996 die de tussenkomst van Theodoor VOORSPOELS en Maria SOMERS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 29 november 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-9360-2/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 oktober 1995 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van de tweede verzoeker, van Advocaat F. SEBREGHTS die loco Advocaat Ch. VERGAUWEN verschijnt voor de eerste verwerende partij en die eveneens loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat P. HECHTERMANS die loco Advocaat P. GEUENS verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat eerste verzoeker bij brief van 8 december 2005 meedeelt niet langer belang te hebben bij de nietigverklaring van de bestreden beslissingen omwille van verhuis; dat deze brief niet anders dan als een afstand kan worden begrepen; dat er geen gegevens voorhanden zijn die zich tegen de inwilliging van de afstand verzetten; Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove op 5 december 1966 aan Theodoor VOORSPOELS een eerste bouwvergunning heeft verleend voor het oprichten van een werkplaats op een perceel gelegen te Hove aan de J. Fr. Gellyncklaan; dat hetzelfde college op 17 januari 1976 een tweede bouwvergunning heeft verleend aan Theodoor VOORSPOELS voor het oprichten van een stock- en bergruimte, aan te bouwen tegen de voormelde werkplaats; dat de Correctionele Rechtbank te Antwerpen bij vonnis van 13 december 1982, omwille van het niet conform de bouwvergunning uitgevoerd zijn van de werken, de aanpassing van het gebouw heeft bevolen overeenkomstig de bouwvergunning van 17 januari 1976, alsmede de afbraak van de zonder vergunning gerealiseerde uitbreiding van de werkplaats; dat Theodoor VOORSPOELS en Maria X-9360-3/8 SOMERS, samen met de erven LENAERTS, op 4 september 1989 een verkavelingsaanvraag hebben ingediend bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove, strekkende tot het verkavelen van percelen gelegen te Hove tussen de Eikenstraat, de A. Rodenbachstraat, de J. Mattheessensstraat en de J. Fr. Gellyncklaan, kadastraal bekend sectie B, nrs. 13 l2, 13 r2/deel, 13 m2/deel en 13 n2/deel; dat de verkavelingsaanvraag ertoe strekt deze percelen op te delen in vijf loten, waarvan één voor gesloten bebouwing en vier voor halfopen bebouwing, en een nieuwe straat aan te leggen; dat de gemachtigde ambtenaar op 12 maart 1990 een ongunstig advies heeft uitgebracht op grond dat de kavels 3 en 4 slechts in aanmerking komen voor verkaveling nadat de bestaande constructie (werkplaats) is gesloopt; dat de gemachtigde ambtenaar op 10 september 1990 een gunstig advies heeft uitgebracht op voorwaarde dat de stedenbouwkundige voorschriften worden toegepast en dat de kavels 3 en 4 slechts afzonderlijk mogen worden verkocht na het slopen van de bestaande constructie; dat dit advies het vierde bestreden besluit vormt; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove op 17 september 1990 de verkavelingsvergunning heeft verleend mits naleving van de voorwaarden opgelegd in het advies van de gemachtigde ambtenaar; dat deze verkavelingsvergunning de vijfde bestreden beslissing vormt; dat Theodoor VOORSPOELS op 30 maart 1993 bij het college van burgemeester en schepenen een aanvraag heeft ingediend tot afwijking van de voormelde verkavelingsvergunning, met toepassing van artikel 51 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; dat de gemachtigde ambtenaar hierover op 7 december 1993 als volgt heeft beslist : "De afwijking wordt toegestaan voor de samenvoeging van de kavels 2 t/m
  17. In verband met de voorgestelde aanpassingswerken kan ik akkoord gaan met het slopen volgens nrs. 2 &
  18. De bedekking van de noordelijke zijgevel met gevelsteenplaketten is aanvaardbaar; de ramen in de scheidingsgevel moeten evenwel verwijderd worden"; dat deze beslissing de zesde bestreden beslissing vormt; dat Theodoor VOORSPOELS op 28 januari 1994 een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor het oprichten van een woning en het verrichten van de nodige aanpassingswerken aan de bestaande werkplaats; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Hove bij besluit van 21 februari 1994 de gevraagde bouwvergunning heeft verleend; dat deze beslissing de zevende bestreden beslissing vormt; X-9360-4/8 Overwegende dat krachtens artikel 14, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals die bepaling van kracht was op het ogenblik dat het beroep tot nietigverklaring is ingesteld, de Raad van State uitspraak doet over de beroepen tot nietigverklaring van de akten en reglementen van de administratieve overheden; dat onder akte van een administratieve overheid bedoeld door deze bepaling moet worden verstaan de handeling die beoogt rechtsgevolgen tot stand te brengen of te beletten dat deze tot stand komen; dat dient te worden vastgesteld dat, wat de eerste bestreden beslissing betreft, de bewering van de verzoekers dat hen "geen inzagerecht werd verleend of later een onvolledige bundel werd voorgelegd in het bouw- of verkavelingsdossier op de gemeente Hove", betrekking heeft op een louter feitelijk handelen, en niet op een beslissing die rechtsgevolgen teweeg brengt of belet dat deze tot stand komen; dat hetgeen de verzoekers bestrijden geen voor vernietiging vatbare akte is; dat hetzelfde geldt voor de tweede en de derde bestreden beslissing; dat het nalaten van de gemeente Hove en van de gemachtigde ambtenaar om het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 13 december 1982 uit te voeren eveneens van louter feitelijke aard is, en niet doet blijken van enige administratieve rechtshandeling in de zin zoals hiervóór uiteengezet; dat die zogenaamde beslissingen evenmin voor vernietiging vatbaar zijn; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is wat de eerste, de tweede en de derde bestreden beslissing betreft; Overwegende dat de verzoekers aangaande de ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep in hun verzoekschrift tot nietigverklaring stellen dat zij, van zodra een bouwactiviteit werd vastgesteld op de kavels 3 en 4, zich in verbinding hebben gesteld met het gemeentebestuur van de gemeente Hove teneinde inzage in het bouwdossier te verkrijgen; dat hen aanvankelijk werd geweigerd het bundel in te zien en dat vervolgens bleek dat de voorgelegde bundels onvolledig waren zodat zij pas op 24 mei en in het bijzonder op 25 mei 1994 kennis hebben gekregen van de bestreden beslissingen; Overwegende dat de eerste en de tweede verwerende partij, alsook de tussenkomende partijen een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis opwerpen; dat zij stellen dat de uiteenzetting van de verzoekers niet op enige wijze natrekbaar is, dat er evenwel duidelijk een vermoeden van laattijdigheid is, dat wat het vierde en het vijfde bestreden besluit betreft, op geen enkele wijze wordt aannemelijk gemaakt hoe men slechts in 1994 kennis heeft gekregen van besluiten die X-9360-5/8 reeds in 1990 zijn genomen, dat wat het zesde en het zevende bestreden besluit betreft, uit de stukken blijkt dat de verzoekers reeds langer op de hoogte waren van de inhoud van het vonnis van 13 december 1982, dat immers uit een op 20 mei 1994 door de gemeente Hove aan de gemachtigde ambtenaar verzonden brief blijkt dat de verzoekers toen reeds hun intentie om een annulatieberoep in te stellen aan de eerste verwerende partij kenbaar hadden gemaakt, dat uit de inhoud van deze brief dan ook duidelijk blijkt dat de verzoekers de aan te vechten besluiten kenden, en dat zij minstens vanaf 20 mei 1994 kennis hadden van de voormelde beslissingen, dat de eerste verwerende partij en de tussenkomende partij ook nog opwerpen dat uit een door de administratie aangebrachte notitie op een brief van 4 april 1994 van tweede verzoeker waarbij om inzage van het dossier werd gevraagd, blijkt dat die inzage heeft plaatsgevonden op 10 april 1994, dat het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk ratione temporis is; Overwegende dat artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalt dat de beroepen bedoeld bij artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State verjaren zestig dagen nadat de bestreden akte, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend en dat, indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, de termijn ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad; dat, aangezien bouwgunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dienen te worden, de termijn waarbinnen belanghebbenden daartegen met een annulatieberoep kunnen opkomen, ingaat met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of er ten gemeentehuize kennis van hebben kunnen nemen, gebruik makend van de mogelijkheid die hen krachtens het destijds geldende artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw werd geboden om er aldaar inzage van te nemen; dat het niet in de macht van een potentiële verzoeker ligt, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van een bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven; Overwegende dat de verzoekers in hun verzoekschrift stellen dat, zodra zij de bouwactiviteit op de kavels 3 en 4 hebben vastgesteld, zij zich in verbinding hebben gesteld met de betrokken diensten op het gemeentebestuur te X-9360-6/8 Hove om inzage in het bouwdossier te verkrijgen, dat dit wordt bevestigd door het ter post aangetekend schrijven van 4 april 1994 van de tweede verzoeker waarin deze vraagt of hij inzage van de dossiers kan krijgen op 11 april 1994, dat op deze brief die deel uitmaakt van het door de eerste verwerende partij neergelegde administratief dossier, is genoteerd dat de tweede verzoeker werd verwittigd en dat hij maandagavond zou komen; dat de eerste verwerende partij stelt dat dit maandag 10 april 1994 was; dat de tweede verzoeker niet betwist dat hij op die dag kennis heeft gekregen van de bouwvergunning van 22 februari 1994; dat hij evenwel stelt alsdan geen inzage te hebben verkregen in een deel van de stukken met betrekking tot de verkavelingsvergunning en de afwijking hiervan, waardoor hij op dat ogenblik geen voldoende kennis had van de bestreden beslissingen; dat de tweede verzoeker niet concreet aantoont dat hij na de inzage van het dossier op 10 april 1994 het nodige heeft gedaan om binnen een redelijke termijn op voldoende wijze kennis te krijgen van de overige stukken; dat hij zelf integendeel toegeeft dat de raadsman van de verzoekers zich slechts op 24 en 25 mei 1994 naar het gemeentehuis heeft begeven om inzage te krijgen in de dossiers; dat tussen de inzage van de bouwvergunning op 10 april 1994 en de inzage door de raadsman op 24 en 25 mei 1994 meer dan één maand is verlopen; dat het beroep tot nietigverklaring is ingesteld op 20 juli 1994, d.i. 101 dagen nadat de tweede verzoeker kennis heeft gekregen van de bestreden bouwvergunning van 22 februari 1994; dat een termijn van meer dan 40 dagen om van het wettelijk geboden inzagerecht gebruik te maken niet meer als een redelijke termijn kan worden beschouwd; dat, wat de vierde, de vijfde, de zesde en de zevende bestreden beslissing betreft, de exceptie ratione temporis gegrond is; BESLUIT: Artikel
  19. De afstand van het geding in hoofde van de eerste verzoeker wordt ingewilligd. Artikel 2 Het beroep wordt, wat de tweede verzoeker betreft, verworpen. X-9360-7/8 Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 148,74 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-9360-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.562 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.