← België

Arrest 156688 - - 22/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.688 Rolnummer: A. 146737/VII-31457 Zaak: Arrest 156688 - - 22/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 14:33 Fiche Arrest nr 156.688 van 22 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 156.688 van 22 maart 2006 in de zaak A. 146.737/VII-31.457 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. LAUWERS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Opperstraat 95 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Bengaalse nationaliteit, op 8 januari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de minister van Binnenlandse Zaken van 5 november 2003, waarbij aan de verzoekende partij het bevel wordt gegeven om het grondgebied van het Rijk te verlaten, op 29 december 2003, met een nieuwe termijn verlengd tot 9 januari 2004 middernacht; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 26 januari 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 2 februari 2006 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 8 maart 2006; VII-31.457-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die, loco advocaat S. LAUWERS, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. De feiten. 1.
  2. XXX, van Bengaalse nationaliteit, kreeg op 5 november 2003 kennis van het bevel om het grondgebied te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde. Verzoeker diende geen beroep in tegen dit bevel. 1.
  3. Op 29 december 2003 werd aan verzoeker een nieuwe termijn van 29 december 2003 tot 3 januari 2004 middernacht toegestaan om gevolg te geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten. "Bericht uitgaande van de Dienst Vreemdelingenzaken. Gelieve de genaamde XXX van INDIA nationaliteit, opgesloten sedert 05.11.2003 vrij te stellen: 1) zonder meer 2) met ontslagbewijs 5 dagen 3) met bijlage 26 4) met een bevel om het grondgebied te verlaten uiterlijk 5) een nieuw termijn van 29.12.2003 tot 03.01.2004 om middernacht wordt hem toegestaan om het grondgebied te verlaten. Deze vermelding moet aangebracht worden op de vordering tot opsluiting.". Dit is de bestreden beslissing.
  4. Beoordeling. In het verslag stelt de auditeur de toepassing voor van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit. De auditeur stelt hierin vast dat de minister van Binnenlandse Zaken reeds op 5 november 2003 een bevel gaf om het grondgebied te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde, dat verzoeker dit bevel niet heeft bestreden met een annulatieberoep, dat het VII-31.457-2/4 bestreden “bevel” aan verzoeker louter een nieuwe termijn geeft om het grondgebied te verlaten, dat er ten aanzien van verzoeker een uitvoerbaar bevel bestaat om het grondgebied te verlaten, dat er gelet op dit uitvoerbaar bevel dient te worden vastgesteld dat verzoeker uit een eventuele vernietiging van het bestreden “bevel” geen voordeel kan halen en verzoeker bijgevolg geen belang heeft bij huidig beroep, waardoor het niet ontvankelijk is. Verzoeker weerlegt dit niet. De Raad van State kan zich derhalve aansluiten bij het standpunt van de auditeur.
  5. Het door verzoeker ingestelde beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. Er is derhalve grond om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit zodat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  6. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-31.457-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig maart tweeduizend en zes, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-31.457-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.688 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.