id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.870 Rolnummer: A. 171326/XIV-25068 Zaak: Arrest 156870 - - 24/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-29 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 15:09 Fiche Arrest nr 156.870 van 24 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 156.870 van 24 maart 2006 in de zaak A. 171.326/XIV-25.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J.-M. KAREMERA, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Huidevettersstraat130 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 10 oktober 1982 en van Rwandese nationaliteit, op 23 maart 2006 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken tot terugdrijving van 22 maart 2006; Gelet op de beschikking van 24 maart 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op vrijdag 24 maart 2006 om 14.15 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad C. BAMPS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. MANESSE, die loco Advocaat J.-M. KAREMERA verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-25.068-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de feiten van de zaak zich als volgt aandienen: De verzoekende partij is lid van de “Commission Justice et Paix de CYANGUGU” in Rwanda waar zij de functie van animatrice uitoefent. In die hoedanigheid werd zij uitgenodigd door de “Ecole de la Paix” van Grenoble in Frankrijk om deel te nemen aan een stage genaamd “Education et Politique de la paix” van 20 tot 25 maart
- Zij kwam aan te Zaventem op 22 maart 2006 met een vlucht van SN Brussels Airlines vanuit Kigali. In Zaventem zou zij naar eigen zeggen een vlucht nemen naar Parijs waar zij op 22 maart 2006 werd verwacht door de organisatoren van deze stage, die haar naar Grenoble zouden voeren.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de derde voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de verzoekende partij aanvoert dat ze lid is van de “Commission Justice et Paix de CYANGUGU” en dat de deelname aan deze stage voor haar een gelegenheid zonder voorgaande uitmaakt om haar kennis en ervaring te vervolmaken om op een efficiënte wijze haar betrokkenheid bij gerechtigheid en vrede in Rwanda verder te zetten; dat de uitvoering van de bestreden beslissing op een ernstige wijze haar missie in de schoot van de “Commission Justice et Paix de CYANGUGU” in het gedrang dreigt te brengen, en dat dit moeilijk te herstellen ernstig nadeel als aangetoond moet beschouwd worden; Overwegende dat de schorsingsprocedure gericht is op de bescherming van de rechtsonderhorige die, bij ontstentenis van en schorsingsmogelijkheid, lijdzaam de gevolgen van de uitvoering van een bestuursbeslissing zou moeten ondergaan en dat zij evenwel niet is bedoeld om nadelen te verijdelen die de betrokkene zelf gemakkelijk zou kunnen ongedaan maken; XIV-25.068-2/4 Overwegende dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij ingeschreven is voor een cursus van de “Ecole de la Paix” te Grenoble van 15 maart 2006 tot 28 maart 2006 en dat in het verzoekschrift door haar wordt gesteld dat zij tussen 20 maart 2006 en 25 maart 2006 deel zou nemen aan een stage “Education et Politique de la paix”; Overwegende dat uit het door de verzoekende partij aangevoerde feitenrelaas blijkt dat, ondanks de vaststelling dat de betreffende stage die, volgens verzoekende partij “een gelegenheid zonder voorgaande uitmaakt om haar kennis en ervaring te vervolmaken om op een efficiënte wijze haar betrokkenheid bij gerechtigheid en vrede in Rwanda verder te zetten”, en die georganiseerd werd -naar eigen zeggen- van 20 tot 25 maart 2006, deze stage door haar slechts zou worden bijgewoond vanaf 22 maart 2006; Overwegende dat door de verzoekende partij geen enkel element wordt aangevoerd waarom ze pas voor datum van 22 maart 2006 een vlucht naar Brussel boekte om vervolgens via Parijs naar Grenoble af te reizen; dat op die datum de betreffende stage voor meer dan de helft voorbij was; dat rekening houdende met de houding van de verzoekende partij, met name het zo laat aanvatten van de reis voor deelname aan een -naar eigen zeggen- voor haar zeer belangrijke stage, de verzoekende partij zelf de ernst van het door haar aangevoerde nadeel ondergraaft; Overwegende dat bovendien de schorsing van de tenuitvoerlegging uiteraard niet zal worden bevolen indien de schorsing niet op één of andere manier voor de verzoekende partij nog een nuttig effect kan hebben, en dat dit zich zal voordoen wanneer de vordering tot schorsing niet meer het door de verzoekende partij beoogde effect kan hebben, of wanneer een schorsing voor de verzoekende partij geen enkele baat brengt of geen enkel nadeel voorkomt; Overwegende dat naar eigen beweringen van de verzoekende partij haar stage eindigt op 25 maart 2006 en dat het niet deelnemen aan deze stage haar missie binnen de “Commission Justice et Paix” in het gedrang zal brengen; dat ook hier de houding van de verzoekende partij tot gevolg heeft dat bij een eventuele schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, het door haar aangevoerde nadeel, met name het niet kunnen bijwonen van de stage, niet meer kan worden voorkomen; dat immers in geval van schorsing van de bestreden beslissing dient aangenomen te worden dat de verzoekende partij rekening houdende met het voorziene reisschema, ten vroegste op datum van 25 maart 2006 in Grenoble zal kunnen aanwezig zijn, datum waarop de stage afloopt, zodat in casu dient te worden vastgesteld dat de schorsing van de tenuitvoerlegging geen nuttig effect meer kan hebben; XIV-25.068-3/4 Overwegende dat bijgevolg niet is voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten worden in beraad gehouden. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig maart tweeduizend en zes, door : de H. C. BAMPS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. C. BAMPS. XIV-25.068-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.870 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.