id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.920 Rolnummer: A. 168700/IX-5174 Zaak: Arrest 156920 - - 27/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-03 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 15:24 Fiche Arrest nr 156.920 van 27 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 156.920 van 27 maart 2006 in de zaak A. 168.700/IX-
- In zake : Luc MARTIN, die woonplaats kiest bij advocaten A. VAN ROOSBROECK en B. VANHALLE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Tavernierkaai 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc Martin, bestuursassistent bij de FOD Financiën op 19 december 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - de beslissing van de opleidingsdirecteur van 20 oktober 2005 waarbij het door verzoeker gevraagde opleidingsverlof wordt geweigerd; - de beslissing van de opleidingsdirecteur van 28 november 2005 waarbij negatief wordt gereageerd op verzoekers vraag om de eerste beslissing te herzien; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 maart 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; IX-5174-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VANHALLE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op 14 september 2005 vraagt verzoeker opleidingsverlof voor het volgen, bij het Centrum voor Volwassenenonderwijs te Tongeren, van het vierde en laatste jaar van de cursus Engels die loopt van 6 september 2005 tot 30 mei
- Hij heeft voor de eerste drie jaren opleidingsverlof gevraagd en gekregen. 1.
- Verzoekers directe chef geeft een ongunstig advies. 1.
- Op 11 oktober 2005 weigert de opleidingsdirecteur het gevraagde verlof. Deze weigering wordt op 20 oktober aan verzoeker meegedeeld. 1.
- Op 27 oktober 2005 vraagt verzoeker met een omstandig gemotiveerde brief aan de opleidingsdirecteur om zijn beslissing te herzien. 1.
- Op 28 november 2005 schrijft de opleidingsdirecteur aan verzoeker dat zijn dossier opnieuw werd onderzocht maar dat, hoewel zijn uiteenzetting zeer uitgebreid was, hij het argument van zijn dienstchef niet heeft weerlegd. Bijgevolg beslist de opleidingsdirecteur dat de eerste beslissing niet herzien kan worden.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; IX-5174-2/4 3.
- Overwegende dat verzoeker als moeilijk te herstellen nadeel aanvoert dat indien hij het opleidingsverlof niet krijgt hij zijn vierjarige opleiding niet kan afmaken, dat daarbij te verwachten valt dat hij ook de komende jaren een ongunstig advies zal krijgen en aldus geen getuigschrift zal kunnen behalen van de opleidingscyclus die hij al voor drie vierde heeft volbracht, terwijl dergelijk getuigschrift hem in een betere positie stelt qua carrièremogelijkheden, nu hij zijn curriculum zou kunnen aanvullen met deze opleiding, die van een groot nut kan zijn in de dagelijkse uitoefening van zijn ambt; dat verzoeker stelt dat een vernietiging die pas na jaren tussenkomt voor hem ieder nut verloren zal hebben daar het schooljaar waarvoor hij verlof vroeg dan voorbij zal zijn en hij bijgevolg een volledig nieuwe aanvraag zal moeten indienen; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij terecht opmerkt dat het weigeren van het opleidingsverlof niet meebrengt dat verzoeker in de onmogelijkheid zou zijn om het vierde jaar te volgen: de lessen worden immers gegeven buiten de diensturen op dinsdag- en donderdagavond ter plaatse waar verzoeker werkzaam is zodat ze kunnen worden gevolgd zonder dat opleidingsverlof daarvoor noodzakelijk is; dat verzoeker ook niet aanneembaar maakt dat een opleidingsverlof absoluut noodzakelijk is om de cursus met goed gevolg te kunnen voorbereiden en volgen; dat hij trouwens zelf in zijn brief aan de opleidingsdirecteur verklaart dat hij niet van plan is het opleidingsverlof op te nemen om op de dagen dat er cursus is vroeger te stoppen met werken; dat evenmin zonder meer kan worden aangenomen dat de cursus hem in een betere positie stelt qua carrièremogelijkheden; dat, immers, wat verzoeker aanhaalt in verband met de mogelijke invoering van het Engels als economische eenheidstaal en de mogelijke eenmaking van de verschillende nationale belastingstelsels, dermate hypothetisch is, niet alleen naar de realisatie ervan als ook naar de invloed die dat op verzoekers huidige werk en latere carrière zou kunnen hebben, dat dit nadeel als onvoldoende reëel moet worden beschouwd; dat verzoeker geen moeilijk te herstellen nadeel in de zin van de wet aantoont, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. IX-5174-3/4 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart 2000 en zes, door : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-5174-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.920 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.413 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.