id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.105 Rolnummer: A. 171222/X-12755 Zaak: Arrest 157105 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 29/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-03-31 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 15:52 Fiche Arrest nr 157.105 van 29 maart 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.105 van 29 maart 2006 in de zaak A. 171.222/X-12.
- In zake : de nv De Openbare Werken TAVERNIER, gevestigd te 9520 SINT-LIEVENS-HOUTEM, Bruisbeke 81 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv De Openbare Werken TAVERNIER op 20 maart 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "afbakening grootstedelijk gebied Gent", bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 januari 2006; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 maart 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van L. TAVERNIER en K. TAVERNIER die verschijnen voor de verzoekende partij, en van Advocaat P. AERTS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; X-12.755-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekster een bedrijfsactiviteit uitoefent te Sint-Lievens-Houtem, op een zonevreemde locatie; dat zij zich verplicht ziet om voor haar bedrijf een andere locatie te zoeken; dat zij met het oog daarop einde 2003 een terrein heeft aangekocht te Evergem, aan de Overdam; dat dit terrein op dat ogenblik gelegen was in een zone die volgens het gewestplan "Gentse en Kanaalzone", vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 september 1977, bestemd was als industriezone; Overwegende dat de verzoekster inmiddels een stedenbouwkundige vergunning heeft aangevraagd, met het oog op de oprichting van twee loodsen met kantoren en andere randaccomodatie; dat de vergunning geweigerd is door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Evergem, bij besluit van 21 september 2004; dat op beroep van de verzoekster de vergunning verleend is door de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, bij besluit van 23 december 2004; dat tegen dit besluit beroep is ingesteld door het college van burgemeester en schepenen en door de gemachtigde ambtenaar; dat dit beroep nog aanhangig is bij de Vlaamse minister bevoegd inzake ruimtelijke ordening; Overwegende dat de voorliggende vordering gericht is tegen het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "afbakening grootstedelijk gebied Gent"; dat het terrein van de verzoekster te Evergem deel uitmaakt van het deelproject 5, "randstedelijk groengebied Kalevallei"; dat dit gebied volgens de stedenbouwkundige voorschriften "is bestemd voor bos-, landschaps- en natuurbehoud, -herstel en -ontwikkeling met mogelijkheden tot zacht recreatief medegebruik (wandelen, fietsen, paardrijden, ...) en landbouw";
- Overwegende dat de verweerder een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van een belang, in zoverre de vordering strekt tot de schorsing van andere onderdelen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dan het enkele onderdeel inzake het voornoemde deelproject 5; X-12.755-2/5 Overwegende dat het niet noodzakelijk is om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat immers uit de hiernavolgende bespreking zal blijken dat aan een van de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering niet is voldaan, zodat de vordering om die reden in elk geval moet worden afgewezen;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat de uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, dat de verzoekster in het inleidend verzoekschrift aanvoert dat de "hoogdringendheid" wordt aangetoond door het bestaan van het negatief "advies" dat zou zijn verkregen "bij het BPA zonevreemde bedrijven Sint-Lievens-Houtem (beslissing van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening d.d. 3 juni 2005)", en dat "de ratio tot aankoop van de betrokken terreinen ... ook daarin (dient) gezocht te worden"; dat uit de uiteenzetting ter terechtzitting is gebleken dat de verzoekster hiermee bedoelt dat het sectoraal bijzonder plan van aanleg "zonevreemde bedrijven fase 2" van de gemeente Sint-Lievens-Houtem, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 3 juni 2005, geen oplossing biedt voor haar bestaande vestiging aldaar, nu het deelplan dat betrekking heeft op haar bedrijf uit de goedkeuring is gesloten, dat zij om die reden verplicht is om haar bedrijf elders te lokaliseren, en dat zij ervan uitgaat dat haar terrein te Evergem nu niet meer voor de realisatie van haar bouwplannen in aanmerking komt; Overwegende dat de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid een uitzonderlijke procedure is; dat voor het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid vereist is dat de gewone schorsingsprocedure niet zou volstaan om het door de verzoekende partij beoogde effect te bereiken; Overwegende dat noch uit de in het verzoekschrift aangehaalde omstandigheden, noch zelfs uit de overige gegevens van het dossier, kan worden afgeleid dat enkel een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de voor de verzoekster nadelige gevolgen van het bestreden besluit zou kunnen X-12.755-3/5 verijdelen; dat overigens, zoals de verweerder aanvoert, zo er al een uiterst dringende noodzakelijkheid zou bestaan, deze blijkens de aangehaalde uiteenzetting in het verzoekschrift eerder het gevolg lijkt te zijn van het ministerieel besluit van 3 juni 2005 dan van het bestreden besluit; dat het beroep op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet naar behoren wordt verantwoord;
- Overwegende dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. X-12.755-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-12.755-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.105 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.011 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div