id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.227 Rolnummer: A. 135141/VII-36462 Zaak: Arrest 157227 - - 31/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-18 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 16:28 Fiche Arrest nr 157.227 van 31 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.227 van 31 maart 2006 in de zaak A. 135.141/XIV-14.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. MANDELBLAT, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, A. Reyerslaan 41, bus 8 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 7 april 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 14 maart 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 22 november 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 15 april 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het voorlopig advies opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 7, §2 van het hoger genoemde koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit voorlopig advies aan de partijen; XIV-14.556-1/3 Gelet op de beschikking van 12 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 maart 2006; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. DELGOUFFRE, die loco advocaat M. MANDELBLAT verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché D. HANOULLE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat naar luid van artikel 3, tweede lid, 4/ van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de vordering tot schorsing onder meer een “uiteenzetting van de feiten en de middelen die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen rechtvaardigen” dient te bevatten; dat de uiteenzetting van een rechtsmiddel vereist dat zowel de rechtsregel of het rechtsbeginsel wordt aangeduid die zou zijn geschonden als de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden; Overwegende dat de verzoekende partij het volgende aanvoert: “Dat verzoekster op 04.04.2003 verzoekschrift in hoger beroep heeft ingediend tegen de beslissing van de commissaris-generaal van 14.03.2003 zoals blijkt uit de hierbij gevoegde kopie. Dat verzoekster vraagt, dat in afwachting dat beslist zal worden over de gegrondheid van het verhaal bij de Raad van State, de beslissing van 14.03.2003 zou worden geschorst.”; Overwegende dat een loutere verwijzing in het verzoekschrift tot schorsing naar het verzoekschrift tot nietigverklaring niet voldoet aan de voorschriften van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 3, tweede lid, XIV-14.556-2/3 4/ van het voornoemd koninklijk besluit van 9 juli 2000; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénendertig maart tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-14.556-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.227 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.