← België

Arrest 157237 - - 31/03/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.237 Rolnummer: A. 163743/XII-4480 Zaak: Arrest 157237 - - 31/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 16:30 Fiche Arrest nr 157.237 van 31 maart 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.237 van 31 maart 2006 in de zaak A. 163.743/XII-

  1. In zake : Wesley DEMEESTERE, die woonplaats kiest bij advocaat F. Delporte, kantoor houdende te Kuurne, Koning Albertstraat 13 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Wesley Demeestere op 27 juni 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 april 2005 van de minister van Binnenlandse Zaken om hem geen identificatiekaart uit te reiken voor het uitoefenen van bewakingsactiviteiten; Gelet op het arrest nr. 151.196 van 10 november 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 28 november 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-4480-1/3 Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 151.196 van 10 november 2005 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoeker geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig maart 2006, door : de HH. J. LUST , wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, XII-4480-2/3 F. BONTINCK. J. LUST. XII-4480-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.237 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.196 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.