id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.258 Rolnummer: A. 167332/XII-4563 Zaak: Arrest 157258 - - 31/03/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 16:37 Fiche Arrest nr 157.258 van 31 maart 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.258 van 31 maart 2006 in de zaak A./XII-167.332/XII-
- In zake : Brigitte VAN DOORSSELAERE, wonende te Nukerke-Maarkedal, Rozenstraat 5 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Brigitte Van Doorsselaere op 14 oktober 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 29 juli 2005 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken dat Victor David op datum van 27 april 2004 dient ingeschreven te worden in het bevolkingsregister van de stad Gent aan de New-Orleansstraat 385, als een gezin vormend met haar; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 maart 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van verzoekster, en van attaché F. Verduyn, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; XII-4563-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel op 19 januari 2004 beslist Victor David, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Brakel op het adres Ruggebeekstraat 15, van ambtswege uit het bevolkingsregister te schrappen; dat met een brief van 24 maart 2004 de raadsman van Victor David bij de minister van Binnenlandse Zaken beroep aantekent tegen de weigering om zijn cliënt in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Brakel, op het adres Ruggebeekstraat 15; dat, na een onderzoek, de bevolkingsinspecteur op 7 december 2004 voorstelt betrokkene met ingang van 27 april 2004 in te schrijven te Gent, New-Orleansstraat 385, “als niet-verwant in het gezin van Brigitte Van Doorsselaere”; dat de bevolkingsinspecteur in een aanvullend onderzoeksverslag van 28 juni 2005, opgesteld “omdat betrokkene beweert dat de relatie met zijn vriendin Brigitte Van Doorsselaere verbroken is”, concludeert : “Gelet op bovenvermelde elementen, waaruit blijkt dat betrokkenes relatie met Brigitte Van Doorsselaere geenszins verbroken is, behoud ik mijn voorstel van beslissing”; dat op 29 juli 2005 de gemachtigde van minister van Binnenlandse Zaken beslist dat Victor David op datum van 27 april 2004 dient te worden ingeschreven in het bevolkingsregis- ter van de stad Gent aan de New-Orleansstraat 385, als een gezin vormend met Brigitte Van Doorsselaere; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan zou zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de eerste voorwaarde, dat verzoekster wezenlijk betwist dat Victor David bij haar verblijft; dat zij er op wijst dat hij nooit het voornemen heeft geuit om bij haar in te trekken, dat een relatie met hem onderhouden nog niet betekent dat hij ook bij haar inwoont, dat hij te Brakel een XII-4563-2/5 woning huurt, dat hij daar bij herhaling de wijkagent heeft ontmoet, dat hij vrijelijk zijn nachten mag doorbrengen waar hij wil zonder dat daaruit gevolgtrekkingen mogen worden gemaakt met betrekking tot zijn domiciliëring, dat hij te Brakel een gerechtelij- ke oproeping voor de vrederechter ontving die hij beantwoord heeft, en dat het voor de bepaling van de hoofdverblijfplaats onverschillig is of men er aanwezig dan wel tijdelijk afwezig is; Overwegende dat overeenkomstig artikel 1, § 1, 1/, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, onder anderen de Belgen worden ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd; dat artikel 3 bepaalt dat de verblijfplaats de plaats is waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwachtschap verbonden zijn; dat luidens artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemde- lingenregister “[d]e bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar”; dat artikel 16, § 3, nader voorschrijft dat het niet volstaat dat iemand enkel de bedoeling heeft om zijn hoofdverblijfplaats op een gegeven plaats te vestigen om voor het betrokken gemeentebestuur de inschrijving als hoofdverblijfplaats te rechtvaardigen; dat volgens artikel 17 de hoofdverblijfplaats niet wordt gewijzigd door een tijdelijke afwezigheid; Overwegende dat vooralsnog uit het voorgaande wordt besloten dat de vaststelling van de hoofdverblijfplaats een feitelijke aangelegenheid betreft, die wordt vastgesteld op grond van feitelijke, objectieve gegevens en niet bijvoorbeeld van wilsuitingen of voornemens van de betrokkene; Overwegende, te dezen, dat de bestreden beslissing lijkt te berusten op een zeer uitvoerig onderzoek, in de loop van verschillende maanden uitgevoerd door de politie van Brakel en een bevolkingsinspecteur van de federale overheidsdienst binnenlandse zaken; dat de formele motivering van de bestreden beslissing en het administratief dossier op het eerste gezicht een voldoende nauwkeurige beschrijving bevatten van de concrete feitelijke elementen die de beslissing dragen; dat, tenminste in de huidige stand van de procedure, verzoekster er niet in slaagt die feitelijke grondslag en de er op gesteunde conclusie dat Victor David per 27 april 2004 aan de XII-4563-3/5 New-Orleansstraat 385 moet worden ingeschreven, als een gezin vormend met haar, in het gedrang te brengen; Overwegende, immers, dat zoals gezien de intentie van Victor David om niet bij verzoekster in te trekken, niet ter zake doet; dat Victor David niet zomaar op haar adres is ingeschreven omdat hij met haar “een rel[...]atie” zou hebben; dat de huur van een woonhuis niet automatisch impliceert dat er ook daadwerkelijk gebruik van gemaakt wordt, laat staan nog als een hoofdverblijf; dat de vrijheid van Victor David om te overnachten waar hij wil, niet belet dat de wijze waarop hij die vrijheid gebruikt bij de vaststelling van zijn hoofdverblijfplaats wordt betrokken; dat zijn beweerde herhaalde ontmoetingen met de wijkagent te Brakel, door die wijkagent zelf worden tegengesproken; dat de agent aldus in zijn verslag van 21 oktober 2004 met betrekking tot de periode van 16 september 2004 tot en met 20 oktober 2004 vermeldt: “Bij 15 controles was David niet aanwezig. De enige keer die hij aanwezig was, was na een telefonisch onderhoud waarbij wij erop aangedrongen hadden dat hij zou aanwezig zijn”; dat de omstandigheid dat Victor David te Brakel in goede orde een oproeping voor de vrederechter heeft ontvangen, op het eerste gezicht niet aantoont -ook niet tezamen genomen met het feit dat hij op het betreffende adres een huis huurt- dat het onredelijk was zijn hoofdverblijfplaats bij verzoekster te bepalen; dat het om elementen gaat die, bekeken in het licht van het geheel van de feitelijke informatie waarover de verwerende partij beschikte, bezwaarlijk decisief lijken te kunnen zijn; dat, ten slotte, verzoekster weliswaar terecht er op wijst dat de tijdelijke afwezigheid zonder gevolgen is voor de hoofdverblijfplaats, maar daarmee nog niets is gezegd over de precieze plaats waar Victor David zijn hoofdverblijf heeft en behoudt, ook als hij er tijdelijk afwezig is; Overwegende dat het enig middel niet ernstig is; Overwegende dat aldus aan tenminste één van de grondvoorwaarden voor een schorsing niet is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-4563-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig maart 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4563-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.258 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.394 ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.570 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.