id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.303 Rolnummer: A. 171163/XII-4671 Zaak: Arrest 157303 - Overheidsopdrachten - 04/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-05 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 16:47 Fiche Arrest nr 157.303 van 4 april 2006 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.303 van 4 april 2006 in de zaak A. 171.163/XII-
- In zake : de NV ACLAGRO, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : de NV INFRABEL, naamloze vennootschap van publiek recht, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe en L. Schellekens, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- tussenkomende partij : de NV LAVATRA, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8B. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Aclagro op 20 maart 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van onbekende datum om de opdracht van diensten voor het lossen van met spoorwegwagens aangevoerde spoorwegmaterialen, afkomstig van diverse spoorwegwerven in het Vlaamse Gewest met aansluitend het afvoeren van betreffende materiaal buiten het terrein van de losplaats (Infrabel-terrein of privé-aansluiting) te gunnen aan Lavatra nv, zoals meegedeeld bij schrijven d.d. 23 februari 2006”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 maart 2006, om 11.00 uur; XII-4671-1/4 Gezien het op 27 maart 2006 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Lavatra vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat D. D’Hooghe, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. Ghysels, die loco advocaat D. Van Heuven verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij omtrent het nadeel betoogt dat de mogelijkheid om zelf een opdracht uit te voeren met een belangrijke financiële waarde en wat de referentie- waarde betreft, in een kleine markt, te dezen het vereiste nadeel uitmaakt; Overwegende dat de verzoekende partij aldus door de huidige procedure klaarblijkelijk beoogt een nieuwe kans te scheppen om zelf de opdracht alsnog toegewezen te krijgen; dat echter te dezen de verwerende partij bij brief, aangetekend ter post verzonden op 23 februari 2006 aan de tussenkomende partij, ervan kennis heeft gegeven dat haar offerte was goedgekeurd; dat aldus de overeenkomst betreffende de opdracht blijkt te zijn tot stand gekomen hetgeen tussen partijen niet wordt betwist; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet de schorsing zou meebrengen van de tot stand gekomen XII-4671-2/4 overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen; Overwegende dat bijgevolg het nadeel waardoor de verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partij is die de betrokken opdracht uitvoert; Overwegende dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen; Overwegende, wat de kosten betreft, dat bij aangetekende brief van 23 februari 2006 de verwerende partij aan de verzoekende partij meedeelde dat haar offerte niet was gekozen; dat echter tezelfdertijd met deze mededeling de verwerende partij, zoals hoger beschreven, de overeenkomst deed tot stand komen zonder dat zulks werd medegedeeld aan de verzoekende partij; dat in die omstandigheden de handelwijze van de verwerende partij ertoe leidde dat de voorliggende vordering in elk geval diende te worden afgewezen; dat het dienvolgens passend voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Lavatra in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XII-4671-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenk- omende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier april 2006, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4671-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.303 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.257 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.