← België

Arrest 157340 - - 04/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.340 Rolnummer: A. 171637/XII-4694 Zaak: Arrest 157340 - - 04/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-06 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 16:50 Fiche Arrest nr 157.340 van 4 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.340 van 4 april 2006 in de zaak A. 171.637/XII-

  1. In zake : Luc PEETERS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Robbroeckx, kantoor houdende te Antwerpen, Jules Moretuslei 374-376 tegen : de VZW WERK EN ECONOMIE, die woonplaats kiest bij advocaten S. Verbist en M. De Block, kantoor houdende te Antwerpen, Graaf Van Hoornstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc Peeters op 31 maart 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van de beslissing van 23 december 2005 van de raad van bestuur van VZW Werk en Economie tot aanwerving van Dirk Diels als directeur; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 april 2006, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Turkry, die loco advocaat J. Robbroeckx verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. Verbist, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; XII-4694-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de VZW Werk en Economie belast is met de voorbereiding en de uitvoering van het sociaal-economisch beleid van de stad Antwerpen; dat de raad van bestuur van de VZW op 15 november 2005 de functie van directeur open verklaart; dat verzoeker kandidaat is; dat de raad van bestuur op 23 december 2005 voorstelt Dirk Diels als directeur aan te werven; dat de arbeidsovereenkomst dezelfde dag wordt ondertekend; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is; Overwegende, met betrekking tot de derde voorwaarde, dat verzoeker uiteenzet dat het normale verloop van een procedure tot nietigverklaring van de bestreden benoeming en van de impliciete afwijzing van zijn kandidatuur ettelijke jaren duurt, waardoor hij niet meer in aanmerking zal komen voor de beoogde functie, onder meer omdat hij ondertussen geen relevante ervaring meer kan opdoen; Overwegende dat verzoeker er voor gekozen heeft niet een gewone vordering tot schorsing in te dienen, maar een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; dat hij bijgevolg aannemelijk dient te maken dat een schorsing, wil zij hem kunnen behoeden voor het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij vreest, zodanig hoogdringend is dat zij te laat dreigt te komen indien zij volgens de normale procedure werd uitgesproken; Overwegende dat de uiterst dringende noodzakelijkheid waarvan hij in de gegeven omstandigheden moet doen blijken, niet louter wordt afgemeten aan de hand van de inherente, intrinsieke hoogdringendheid van de zaak, maar ook aan de hand van de houding die de betrokkene aanneemt; dat wie claimt dat er van een XII-4694-2/4 uiterst dringende noodzakelijkheid sprake is, zich daar moet naar gedragen, op gevaar af van ongeloofwaardig te zijn; Overwegende dat verzoeker naar eigen zeggen al sinds 1 februari 2006 van de bestreden beslissing op de hoogte is; dat hij er pas de 58ste dag nadien de schorsing van vraagt; dat een dergelijk tijdsinterval in principe onverenigbaar is met het bestaan van een uiterst dringende noodzakelijkheid, en er zelfs de negatie van is; dat verzoeker tevergeefs probeert het grote tijdsinterval ter terechtzitting goed te praten; dat noch de noodzaak om de verwerende partij behoorlijk te identificeren, noch de vereiste om een dossier samen te stellen van aard zijn er een geldig excuus voor op te leveren; Overwegende dat verwerende partij terecht “het gebrek aan uiterst dringende noodzaak” doet gelden; dat een van de cumulatieve voorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet vervuld is; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. XII-4694-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier april 2006, door : de H. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-4694-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.340 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.772 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.