id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.356 Rolnummer: A. 68489/XII-1383 Zaak: Arrest 157356 - - 06/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 16:53 Fiche Arrest nr 157.356 van 6 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.356 van 6 april 2006 in de zaak A. 68.489/XII-
- In zake : Christiane GHYSELINCK, wonende te Zedelgem, Torhoutsesteenweg 201 tegen :
- de STAD BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat A. Lust, kantoor houdende te Brugge, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
- de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE WEST- VLAANDEREN. tussenkomende partijen :
- Jean PIETERS,
- de NV P.D.S. INVEST,
- de NV IMMO PADOSTE, gevestigd te Brugge, Kalvariebergstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Christiane Ghyselinck op 10 april 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “De beslissing van de heer Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen van 29 maart 1996, waarbij hij stelt dat er geen reden is om tegen de beslissing van de Gemeenteraad op te treden, [...] evenals de goedkeuring gegeven door de Gemeenteraad van 27 februari 1996 aan de dading afgesloten tussen enerzijds de Stad Brugge en anderzijds de heer Pieters Jean, Kalvariebergstraat 12, 8000 Brugge; de N.V. Immo Padoste, burgerlijke vennootschap onder de vorm van een N.V., ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen te Brugge onder nr. 78, met zetel Kalvariebergstraat 12, 8000 Brugge; en de N.V. P.D.S.-Invest, met zetel Kalvariebergstraat 12, 8000 Brugge, in geschreven in het handelsregister te Brugge onder nummer 68.570, en de kwestieuze dading zelf”; Gelet op het arrest nr. 61.225 van 29 augustus 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden handelingen wordt verworpen; XII-1383-1/6 Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 9 oktober 1996; Gelet op de beschikking van 15 oktober 1996 die de tussenkomst van Jean Pieters, de NV P.D.S. Invest en de NV Immo Padoste toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur F. De Buel; Gelet op de beschikking van 18 juni 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van verzoeker; Gelet op de beschikking van 25 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Van Herreweghe, die loco advocaat I. Geers verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De feiten
- Overwegende dat verzoekster met de eerste tussenkomende partij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld; dat zij in het kader van die procedure beslag heeft gelegd op een bedrag van 20.000.000 frank dat, ten voordele van de eerste tussenkomende partij, in handen van de stad Brugge geblokkeerd is; dat de gemeenteraad van de stad Brugge op 27 februari 1996 zijn goedkeuring hecht aan de dading die de burgemeester en de secretaris op 7 februari 1996 met de XII-1383-2/6 tussenkomende partijen sloten en waarbij de stad zich ertoe verbond om het voornoemde bedrag met inachtneming van bepaalde modaliteiten, onder meer de vermindering met de sommen waarvoor derden in handen van de stad beslag hebben gelegd, ter beschikking te stellen van de derde tussenkomende partij; dat de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, in antwoord op het bezwaar van verzoekster, haar op 29 maart 1996 meedeelt geen reden te zien om op te treden tegen de beslissing van de gemeenteraad; Ten aanzien van het eerste voorwerp van het beroep
- Overwegende, met betrekking tot de “beslissing” van 29 maart 1996 van de gouverneur, dat de tweede verwerende partij in de memorie van antwoord betwist dat zij een vernietigbare administratieve rechtshandeling heeft gesteld door te laten weten dat een besluit van een onder toezicht staande overheid uitwerking mag hebben en dat zij dus geen gebruik maakt van haar schorsings- of vernietigingsbevoegdheid; Overwegende dat verzoekster in de memorie van wederantwoord repliceert dat, getuige haar stuk 19, ook de minister van Binnenlandse Zaken van oordeel is dat de Raad van State bevoegd is; dat zij tevens reageert dat de passiviteit van de gouverneur machtsafwending uitmaakt;
- Overwegende dat in genoemd stuk 19 geenszins wordt bevestigd dat ook de onthouding van de gouverneur om op te treden het voorwerp van een vernietigingsverzoek kan zijn; dat er juist het tegendeel in wordt meegedeeld; dat hoe dan ook de onthouding van de gouverneur om in het kader van de uitoefening van het facultatief algemeen toezicht op te treden, geen voor vernietiging vatbare beslissing is, ook niet wanneer die onthouding in een brief tot uitdrukking wordt gebracht; dat bijgevolg het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het strekt tot de vernietiging van de zogenaamde “beslissing” van de gouverneur; Overwegende dat hieruit volgt dat geen uitspraak hoeft gedaan over de middelen die alleen die “beslissing” betreffen; dat zulks, volgens het auditoraatsverslag, “duidelijk” het geval is voor het tweede, vierde en vijfde middel; dat verzoekster dat niet betwist; dat de Raad van State haar daarin volgt; XII-1383-3/6 Ten aanzien van het tweede voorwerp van het beroep
- Overwegende dat in de resterende middelen wordt aangevoerd, tegen de beslissing van 27 februari 1996 van de gemeenteraad tot goedkeuring van de dading, dat de eerste verwerende partij “geenszins rekening gehouden heeft met de rechten van mevrouw Ghyselinck”, doordat zij verzoekster niet bij de dading heeft betrokken niettegenstaande zij kennis had van haar procedures voor de beslagrechter uit hoofde van verschuldigd onderhoudsgeld (eerste middel), dat de gemeenteraadsbeslissing strijdig is met het algemeen belang “vermits door een dergelijke dading te nemen het Gemeentebestuur zich medeplichtig maakt aan valsheid in geschriften, alsmede aan het misdrijf van het niet-betalen van onder- houdsgeld” (derde middel), en dat verzoekster bij de dading ook moest zijn betrokken omdat het geld “niet noodzakelijk” een eigen goed van de eerste tussenkomende partij is, maar tot “de eventuele feitelijke gemeenschap tussen de echtgenoten” behoort (zesde middel); Overwegende dat de eerste verwerende partij in de memorie van antwoord onder meer tegenwerpt dat geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de (gewone) rechtbanken behoren en dat wanneer een beroep, hoewel schijnbaar strekkende tot vernietiging van een administratieve eenzijdige rechtshandeling, in werkelijkheid de erkenning en eerbiediging inroept van een burgerlijk subjectief recht, de Raad van State onbevoegd is; Overwegende dat verzoekster ter zake reageert : “Immers, door de rechten van konkluante te miskennen, heeft het College van Burgemeester en Schepen[en] en de Gemeenteraad zich plichtig gemaakt aan machtsoverschrijding en machtsafwending. Vermits konkluante geen partij was in de dading, is de daad gesteld door het gemeentebestuur en door de gemeenteraad niet te vergelijken met een burgerlijk subjectief recht in hoofde van konkluante. Huidige procedure is volledig vreemd aan de geldigheid van de beslagen, procedure die op verzet van de vrijwillig tussenkomende partijen hangende is voor de Beslagrechter”;
- Overwegende dat het auditoraatsverslag, in de lijn van de exceptie van de eerste verwerende partij, de Raad van State onbevoegd noemt om zich uit te spreken over het bestaan van verzoeksters rechten of over de medeplichtigheid van de eerste verwerende partij aan misdrijven en dienvolgens voorstelt het beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing te verwerpen bij ontstentenis van ontvankelijke middelen; XII-1383-4/6 Overwegende dat verzoekster geen laatste memorie indient en ter terechtzitting bevestigt de conclusies van het auditoraatsverslag niet inhoudelijk te willen betwisten; Overwegende dat ook de Raad van State daar geen reden toe ziet; dat de middelen niet-ontvankelijk zijn om de in het auditoraatsverslag aangehaalde reden; dat het beroep tegen de beslissing van 27 februari 1996 tot goedkeuring van de dading wordt verworpen bij gemis van ontvankelijke middelen; Ten aanzien van het derde voorwerp van het beroep
- Overwegende, aangaande de dading, dat de eerste verwerende partij in de memorie van antwoord doet gelden dat zij geen uitvoerbare eenzijdige administratieve rechtshandeling is, zodat de Raad van State niet vermag ze te vernietigen; Overwegende dat verzoekster dat in de memorie van weder- antwoord toegeeft, maar beklemtoont dat “wel een eenzijdige administratieve daad” is : de beslissing om tot een dading over te gaan;
- Overwegende dat het besproken derde voorwerp niet de beslissing is om een dading te sluiten, maar de dading zelf; dat de exceptie terecht is; dat het beroep tegen de dading als niet-ontvankelijk dient afgewezen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 223,11 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. XII-1383-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes april 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1383-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.356 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.61.225 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.