← België

Arrest 157361 - - 06/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.361 Rolnummer: A. 89306/XII-2426 Zaak: Arrest 157361 - - 06/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-10 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 16:54 Fiche Arrest nr 157.361 van 6 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.361 van 6 april 2006 in de zaak A. 89.306/XII-

  1. In zake : de NV BOUW & RENOVATIE, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coppens, kantoor houdende te Roeselare, Westlaan 358 tegen : de CVBA DE OOSTENDSE HAARD, die woonplaats kiest bij advocaat G. Ampe, kantoor houdende te Oostende, Kerkstraat 8, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Bouw & Renovatie op 28 januari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de CV De Oostendse Haard [...] dd. 26 mei 1999, waarbij de gunning van de overheidsopdracht voor de renovatie van 44 woningen in de Vuurtorenwijk te Oostende wordt toegewezen aan bvba Six uit 8870 Izegem en de inschrijving van de tijdelijke vereniging van verzoekende partij en de nv Hardy Bouw wegens abnormaal lage bedragen als onregelmatig en van rechtswege nietig wordt beschouwd ”; Gelet op het arrest nr. 131.122 van 6 mei 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-2426-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Mallien, die loco advocaat A. Coppens verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. Soete, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt geconcludeerd tot de verwerping van het beroep; dat weliswaar verzoekende partij een verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend, maar daarbij ook meteen stelt dat de Raad van State “gelet op de rechtspraak van het Hof van Cassatie in zijn arrest dd. 10 juni 2005” zich “daarbij [zal] moeten neerleggen”, en voorts enkel vraagt de gedingkosten ten laste te leggen van de verwerende partij; dat uit dit stuk -het laatste geschreven stuk vanwege de verzoekende partij- blijkt dat zij de voortzetting nog enkel vroeg met het oog op de regeling van de kosten, maar ten gronde geen belangstelling meer had om het beroep nog onderzocht te zien en daardoor haar actueel belang op dat ogenblik verloor; dat het feit dat ter terechtzitting de verzoekende partij bij monde van haar raadsman de indruk gaf toch nog een behandeling ten gronde te wensen, aan die vaststelling geen afbreuk doet; dat de behandeling van de zaken voor de afdeling administratie van de Raad van State immers krachtens artikel 22 van de voormelde gecoördineerde wetten, in principe schriftelijk geschiedt; dat, gelet op de houding van de verzoekende partij wat de grond van de zaak betreft, er geen reden is om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, XII-2426-2/3 BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes april 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2426-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.361 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.