← België

Arrest 157438 - - 10/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.438 Rolnummer: A. 121372/X-10966 Zaak: Arrest 157438 - - 10/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 17:01 Fiche Arrest nr 157.438 van 10 april 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 157.438 van 10 april 2006 in de zaak A. 121.372/X-10.

  1. In zake :
  2. Philippe VAN HYFTE,
  3. Marleen CLAEYS, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen :
  4. de gemeente GRIMBERGEN, die woonplaats kiest bij Advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN Antwerpsesteenweg 18,
  5. het VLAAMSE GEWEST. tussenkomende partijen (in de vordering tot schorsing):
  6. Robert DE CLERCQ,
  7. Hilda DE WIT, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DEKETELAERE, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Meir
  8. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philippe VAN HYFTE en Marleen CLAEYS op 22 mei 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 januari 2002 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen waarbij aan Robert DE CLERCQ en Hilda DE WIT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het afbreken van de bestaande woning, de uitbreiding van de bestaande loods en de nieuwbouw van burelen met conciërgewoning op een perceel gelegen te Grimbergen, Daalstraat 121, kadastraal bekend sectie a, nrs. 25c en 25e; Gelet op het arrest nr. 112014 van 29 oktober 2002 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen; X-10.966-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij en aan de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak op respectievelijk 30 oktober 2002 en 31 oktober 2002; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verwerende partij en aan degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4bis, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4bis, de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak; Overwegende dat noch de verwerende partij, noch de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak binnen de termijn van dertig dagen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend; dat, op grond van artikel 15bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; dat er reden is om de beslissing waarvan de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen nietig te verklaren; X-10.966-2/3 BESLUIT: Artikel
  9. Vernietigd wordt het besluit van 14 januari 2002 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen waarbij aan Robert DE CLERCQ en Hilda DE WIT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het afbreken van de bestaande woning, de uitbreiding van de bestaande loods en de nieuwbouw van burelen met conciërgewoning op een perceel gelegen te Grimbergen, Daalstraat 121, kadastraal bekend sectie a, nrs. 25c en 25e. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de vordering tot schorsing bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-10.966-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.438 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.112.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.