← België

Arrest 157450 - - 10/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.450 Rolnummer: A. 129186/IX-3578 Zaak: Arrest 157450 - - 10/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 17:05 Fiche Arrest nr 157.450 van 10 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.450 van 10 april 2006 in de zaak A. 129.186/IX-

  1. In zake : Valère VANSIMPSEN, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt, gevestigd te BRUSSEL, François Sebrechtslaan 61 tegen : de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. LEMACHE, kantoor houdende te SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Valère VANSIMPSEN op 12 november 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de korpschef van de politiezone Sint-Truiden/ Gingelom/Nieuwerkerken waarbij hij met ingang van 10 september 2002 in disponibiliteit wegens ziekte geplaatst wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 29 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 18 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 maart 2006; IX-3578-1/9 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  4. Verzoeker treedt op 1 maart 1975 in dienst bij de politie van de stad Sint-Truiden. 1.
  5. Volgens de verklaring van verzoeker was hij op 7 november 1998, “tijdens de dienst en op het bureel, slachtoffer van een ongeval”, heeft hij op 8 januari 2001 een herseninfarct gekregen en was hij met ziekteverlof met ingang van 9 januari
  6. Blijkens de door de verwerende partij neergelegde ziektefiche, was verzoeker onafgebroken afwezig wegens ziekte vanaf 9 januari
  7. 1.
  8. In het Belgisch Staatsblad van 31 maart 2001 verschijnt het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: RpPol). Dat koninklijk besluit bepaalt onder meer : - Art. VIII.II.
  9. “Het personeelslid bevindt zich in één van de volgende administratieve standen: 1/ in dienstactiviteit; 2/ in non-activiteit; 3/ in disponibiliteit.” - Art. VIII.II.
  10. “Wat de vaststelling van zijn administratieve stand betreft, wordt het personeelslid altijd geacht zich in dienstactiviteit te bevinden, behoudens de formele bepaling die hem, hetzij van rechtswege, hetzij op beslissing van de bevoegde overheid, in een andere administratieve stand plaatst.” - Art. VIII.X.
  11. “Voor de gehele duur van zijn loopbaan en met uitzondering van het contractuele personeelslid, krijgt het personeelslid dat wegens ziekte verhinderd is zijn ambt normaal uit te oefenen, ziekteverlof tot maximum dertig dagen per twaalf maanden dienstanciënniteit [...].” IX-3578-2/9 - Art. VIII.X.
  12. “De dertig [...] dagen waarvan sprake is in artikel VIII.X.1 worden ver- minderd in evenredigheid met de tijdens de beschouwde periode van twaalf maanden niet verrichte prestaties, wanneer het personeelslid in de loop van die periode: [...] 2/ afwezig is geweest wegens ziekte, het verlof bedoeld in artikel VIII.X.6 uitgezonderd; [...].” - “Art. VIII.X.
  13. §
  14. In afwijking van artikel VIII.X.1, wordt het verlof wegens ziekte zonder tijdsbeperking toegestaan, naar aanleiding van : 1/ een arbeidsongeval; [...]. Behoudens artikel VIII.X.8, tweede lid, komen de verlofdagen toegestaan naar aanleiding van een arbeidsongeval, [...], zelfs na de datum van consoli- datie, [...], niet in aanmerking voor het bepalen van het aantal verlofdagen dat het personeelslid nog kan krijgen krachtens artikel VIII.X.1.” - Art. VIII.X.
  15. “Het personeelslid kan niet voorgoed ongeschikt worden verklaard wegens ziekte of invaliditeit, alvorens hij het totaal van het verlof waarop artikel VIII.X.1 hem recht geeft, heeft opgenomen. Onverminderd het eerste lid, worden de verlofdagen toegestaan ingevolge een arbeidsongeval, [...], slechts in aanmerking genomen vanaf de datum van consolidatie. [...].” - Art. VIII.XI.
  16. “Onverminderd artikel VIII.X.6, bevindt het personeelslid, met uitzondering van het contractuele personeelslid, dat wegens ziekte afwezig is, na het aantal dagen verlof dat krachtens artikel VIII.X.1 is toegestaan, te hebben bereikt, zich van rechtswege in disponibiliteit wegens ziekte. [...]” - Art. VIII.XI.
  17. “De indisponibiliteitsstelling wegens ziekte van de personeelsleden wordt betekend door de bevoegde overheid.” - Art. VIII.XI.
  18. “Het personeelslid heeft recht op een maandelijks wachtgeld dat gelijk is aan het bedrag van zijn laatste activiteitsloon indien de kwaal waaraan hij lijdt door de commissie voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten als een ernstige en langdurige ziekte wordt erkend. Dit recht heeft slechts uitwerking nadat het personeelslid in disponibiliteit wegens ziekte werd gesteld voor een ononderbroken periode van ten minste drie maanden. Dit recht heeft een herziening van de toestand van het personeelslid tot gevolg met geldelijke uitwerking op de dag waarop zijn disponibiliteit wegens ziekte een aanvang heeft genomen.” 1.
  19. Volgens de verklaring van verzoeker stelt geneesheer Geert LAMMENS op 22 april 2002 een medisch bundel op aangaande het door verzoeker op 8 januari 2001 opgelopen herseninfarct “waarbij gesteld wordt dat IX-3578-3/9 de aandoening een Post Traumatisch Stress Disorder betreft doordat het psychisch en fysieke letsel is ontstaan tengevolge van de plotse uitwendige gebeurtenis op 7 november
  20. In het begin was er een ontkenning of verdringing maar de psychologische weerslag begon zich te manifesteren vanaf 2000 omdat het ongeval van 7 november 1998 nog niet verwerkt was. De psychosomatische klachten namen naderhand in frequentie toe. Het waren voornamelijk hartklachten en hoge bloeddrukken. Dit ontspoorde in negatieve zelfbeleving en kwam tot een abrupt einde bij het ontstaan van het herseninfarct”. Eveneens volgens de verklaring van verzoeker, dient hij op 25 juli 2002 een aangifte in om het ongeval van 7 november 1998 alsnog te erkennen als arbeidsongeval. 1.
  21. Met een brief van 21 augustus 2002 deelt de personeelsdienst van de stad Sint-Truiden aan verzoeker mee wat volgt : “Arbeidsongeval van 07/11/1998 Geachte heer In verband met uw ongeval van 7 november 1998, aangegeven begin augustus 2002, delen wij u mede dat de verzekeringsmaatschappij geen tussenkomst meer kan verlenen door het feit dat de rechtsvordering tot betaling van vergoedingen verjaart na drie jaar. Deze termijn is hier ruimschoots over- schreden”. 1.
  22. Met een brief van 23 augustus 2002, uitgaande van het politie- secretariaat van de lokale politie Sint-Truiden/Gingelom/Nieuwerkerken, wordt aan verzoeker een “voorstel tot opname verlof en ziektedagen” en zijn ziektefiche bezorgd, met de vraag deze stukken (indien hij akkoord is) te ondertekenen en terug te bezorgen. Blijkens het “voorstel tot opname verlof en ziektedagen” liep het reserve-ziektecontingent van verzoeker tot en met 14 mei 2002, bedroeg zijn resterend verlof van 2001 en zijn verlof van 2002 in totaal 81,5 dagen, is op 9 september 2002 al het verlof opgenomen, en zal verzoeker vanaf 10 september 2002 in disponibiliteit vallen. Met een brief van 29 augustus 2002, uitgaande van de korpschef en op 30 augustus 2002 ter post aangetekend verzonden, wordt aan verzoeker nogmaals meegedeeld dat hij vanaf 10 september 2002 over geen reserve-ziekte- contingent meer beschikt, noch over verlofdagen en dat hij bijgevolg vanaf deze datum in disponibiliteit zal vallen. Hij wordt nogmaals verzocht de bijgevoegde docu- menten te ondertekenen en terug te sturen. IX-3578-4/9 Op 5 september 2002 ondertekent verzoeker zijn ziektefiche en het “voorstel tot opname verlof en ziektedagen”, met de vermelding: “Niet voor akkoord ingevolge de aanvraag tot erkenning van arbeidsongeval”. 1.
  23. Met een brief van 12 september 2002, op 14 september 2002 ter post aangetekend verzonden en op 15 september 2002 door verzoeker ontvangen, deelt de korpschef aan verzoeker mee : “Betreft: Bevestiging disponibiliteit. Beste Valère Zoals al eerder gemeld zal U vanaf 10/09/2002 in disponibiliteit vallen. U kreeg hierover zowel mondeling als schriftelijk al de nodige info. Wat betreft vragen inzake de aangifte/gevolg van uw arbeidsongeval dd. 07/11/1998, verwijzen wij U verder naar de Stad Sint-Truiden, gezien zij op dat tijdstip nog uw werkgever was. Hierbijgevoegd copy van de brief die Dhr. Lafosse van de personeelsdienst van de Stad Sint-Truiden naar U stuurde. Tot nader bericht handhaven wij dan ook de datum dat uw disponibiliteit ingaat”. In fine van de brief wordt gewezen op de mogelijkheid tot het opstarten van de procedure “ernstige en langdurige ziekte”. De beslissing van de korpschef om tot nader bericht de datum dat verzoekers disponibiliteit ingaat (10 september 2002) te handhaven, maakt het voorwerp uit van het onderhavig beroep. 1.
  24. Volgens de verklaring van verzoeker ontvangt hij op 15 september 2002, via een aangetekende brief van 10 september 2002 vanwege de burgemeester van de stad Sint-Truiden, tevens een afschrift “van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 23 augustus 2002 betreffende het arbeidsongeval van 7 november 1998". 1.
  25. Op 7 januari 2003 vraagt verzoeker, in toepassing van artikel VIII.XI.5 RpPol, dat de procedure van erkenning van zijn kwaal als een ernstige en langdurige ziekte zou opgestart worden. 2.
  26. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift uiteenzet waarom het bestreden besluit een eindbeslissing is die door de Raad van State kan vernietigd worden; dat hij in dat verband onder meer betoogt dat het besluit van 12 september 2002 een constitutief karakter heeft, aangezien de omstandigheid dat de reglementering voorziet in de overgang “van rechtswege” naar de stand disponi- IX-3578-5/9 biliteit niet verhindert dat dergelijke ingrijpende wijziging aan zijn rechtstoestand een uitdrukkelijke beslissing vereist waarin vastgesteld wordt dat de reglementaire voorwaarden vervuld zijn, dat die beslissing onmiddellijk zijn rechtstoestand bepaalt en dat zij geen rechtstreeks verband vertoont met de erkenning van subjectieve rechten die hij nastreeft in het kader van de erkenning van het ongeval van 7 november 1998 als arbeidsongeval; 2.
  27. Overwegende dat de verwerende partij onder meer aanvoert dat verzoeker zijn belang “omschrijft als verweven met de aanvraag tot erkenning van een arbeidsongeval waarvoor een procedure zou ingeleid worden voor de rechterlijke macht”; dat zij betoogt dat de grieven van verzoeker gericht zijn “tegen de beslissing tot afwijzing van vergoeding voor arbeidsongeval” en dat, in zoverre “de vergoeding voor arbeidsongeval alsnog wordt bestatigd, de disponibiliteitstelling per 10.09.02 zonder voorwerp (is)”, terwijl die disponibiliteit “volkomen wetmatig zal gelden” in zoverre verzoeker “afgewezen blijft van arbeidsongevallenvergoeding”; dat zij daar aan toevoegt dat verzoeker ook geen blijk heeft gegeven van de vereiste volgehouden belangstelling, aangezien hij na zijn in disponibiliteitstelling gevraagd heeft om zijn situatie als een ernstige en langdurige ziekte te erkennen; 2.
  28. Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie nog betwijfelt of de verwijzing in het bestreden besluit naar het handhaven van de datum van disponibiliteit “tot nader bericht”, wel betekent dat de korpschef die datum vastgesteld heeft “onder voorbehoud dat het ongeval van 7 november 1998 alsnog als een arbeidsongeval zou worden erkend”, dat hij zich afvraagt of die woorden geen verwijzing konden inhouden naar eender welke wijziging van de datum en dat hij daarbij bedenkt dat de korpschef die woorden zelf ook niet als een voorbehoud bedoeld kan hebben, aangezien hij zelfs van oordeel was dat er geen formele beslissing over de terbeschikkingstelling genomen diende te worden; 2.4.
  29. Overwegende dat verzoeker terecht stelt dat de omstandigheid dat de reglementering voorschrijft dat een personeelslid wiens ziekteverlofcontingent uitgeput is “van rechtswege” in disponibiliteit komt, niet verhindert dat het bestuur die wijziging in de administratieve toestand van de betrokkene formeel moet vaststellen; dat de omstandigheid dat het bestuur daarbij slechts uitvoering geeft aan een gebonden bevoegdheid, niet belet dat de administratieve rechter nagaat of het bestuur zijn bevoegdheid correct uitgeoefend heeft, met name of het de reglementaire voorschriften correct heeft toegepast; dat in dit geval verzoeker van oordeel is dat, in de mate dat zijn ziekteverlof verband houdt met een arbeidsongeval, het door de IX-3578-6/9 verwerende partij niet geïmputeerd mocht worden op het ziekteverlofkrediet dat het RPPol hem verleent; dat verzoeker aldus betoogt dat de verwerende partij bij de vaststelling van zijn rechtstoestand de bestaande reglementering niet correct heeft toegepast; dat dergelijke beslissing met een annulatieberoep bestreden kan worden; 2.4.2.
  30. Overwegende dat verzoeker zijn belang legt in het feit dat hij het ongeval van 7 november 1998 als een arbeidsongeval erkend wil zien en dat hij daaromtrent een procedure bij de arbeidsrechtbank kan inleiden, met het gevolg dat de rechterlijke beslissing dienaangaande “een rechtstreekse weerslag heeft op de berekening van zijn verlofdagen wegens ziekte”; dat hij van oordeel is dat de erkenning door de rechtbank van het ongeval als arbeidsongeval het declaratief feit zal vormen waarmee bewezen wordt dat -in tegenstelling tot wat de korpschef in zijn beslissing van 12 september 2002 met verwijzing naar het standpunt van de stad Sint- Truiden heeft vastgesteld- zijn ziekteverlof op 10 september 2002 niet uitgeput was; dat hij besluit dat, wanneer zijn ongeval als arbeidsongeval wordt erkend, het bestreden besluit van de korpschef steunt op een materieel onjuist motief en ingaat tegen de bepalingen van het RPPol; 2.4.2.
  31. Overwegende dat verzoeker zijn belang adstrueert vanuit de stelling dat de judiciële rechter zijn ongeval als arbeidsongeval erkent; dat daarover nog geen definitieve rechterlijke uitspraak bestaat en dat verzoeker niet betwist dat de Raad van State terzake geen enkele bevoegdheid heeft; dat de Raad van State dan ook op dit ogenblik enkel kan vaststellen dat het ongeval van 7 november 1998 door het bestuur niet als arbeidsongeval erkend is en dat de korpschef bij de berekening van het ziekteverlof terecht met dat aspect geen rekening gehouden heeft; 2.4.2.
  32. Overwegende dat de verwerende partij in een rechterlijke uitspraak over het bestaan van een arbeidsongeval en het ziekteverlof dat daar het gevolg van is, de juridische verplichting zal vinden om de aanrekening van het ziekteverlof van verzoeker op zijn ziekteverlofkrediet te herberekenen en desgevallend in functie daarvan een nieuwe beslissing te nemen over zijn in disponibiliteitstelling; dat overigens het bestreden besluit reeds rekening houdt met die mogelijke evolutie, aangezien de korpschef zich ‘tot nader bericht’ schikt naar het standpunt van de stad Sint-Truiden dat het ongeval van 7 november 1998 geen arbeidsongeval is; dat dergelijke beslissing, waarbij het bestuur zich conformeert aan een rechterlijke uitspraak, aan verzoeker het voordeel zal verschaffen dat hij met het onderhavige annulatieberoep beoogt; dat de vernietiging van het bestreden besluit nadat de justitiële rechter zich zal uitgesproken hebben over het bestaan van een arbeidsong- IX-3578-7/9 eval en het ziekteverlof dat daaraan verbonden is, aan verzoeker geen groter voordeel kan verschaffen; 2.4.
  33. Overwegende dat, in de geschetste omstandigheden, het annulatieberoep bij gebrek aan rechtstreeks belang niet ontvankelijk is; 3.
  34. Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie vraagt dat de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij gelegd zouden worden, om reden dat het bestreden besluit, waar het stelt dat de datum van in disponibili- teitstelling “tot nader bericht” gehandhaafd wordt, dubbelzinnig geformuleerd was zodat de verwerende partij ervoor verantwoordelijk is dat hij het beroep ingesteld heeft; 3.
  35. Overwegende dat verzoeker zelf de gevolgen moet dragen van zijn beslissing om een annulatieberoep in te stellen; dat uit niets blijkt dat de verwerende partij verzoeker op dat vlak misleid zou hebben; dat de verwijzing waarop verzoeker zinspeelt hem er integendeel had moeten toe aanzetten om de aangelegenheid nader te onderzoeken en aldus misschien tot het besef te komen dat ook de korpschef een definitief besluit over het uitputten van zijn ziektedagen wel degelijk wenste te laten afhangen van een definitieve beslissing over het aantal ziektedagen dat verbonden was met een arbeidsongeval, zoals de verwerende partij in haar memorie van antwoord uiteenzet; dat op de vraag van verzoeker niet wordt ingegaan, BESLUIT: Artikel
  36. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  37. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien april 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : IX-3578-8/9 de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3578-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.450 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.