← België

Arrest 157463 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.463 Rolnummer: A. 165675/X-12459 Zaak: Arrest 157463 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-24 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 17:08 Fiche Arrest nr 157.463 van 11 april 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.463 van 11 april 2006 in de zaak A. 165.675/X-12.

  1. In zake : Lode VEREECKE, die woonplaats kiest bij Advocaat I. LIETAER, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Rooseveltplein 1 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Carlos DEPOORTERE, die woonplaats kiest bij Advocaat K. BOUVE, kantoor houdende te 8420 DE HAAN, Mezenlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lode VEREECKE op 1 september 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 30 juni 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende inwilliging van het beroep ingesteld door de bvba DEPOORTERE C.& F. schilderwerken tegen het besluit van 11 mei 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Harelbeke waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een eengezinswoning op een perceel gelegen te Harelbeke, Fazantenstraat 13, kadastraal bekend sectie D, nr. 1433a2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.459-1/5 Gelet op de beschikking van 18 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 december 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. LIETAER die verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur S. VANPARYS die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat K. GROUWELS die loco Advocaat K. BOUVE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat Carlos DEPOORTERE met een verzoekschrift van 22 september 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat, zonder dat er aanleiding is om in deze stand van de rechtspleging na te gaan of de verzoeker tot tussenkomst wel over het rechtens vereiste belang beschikt, er grond is om het verzoek in te willigen;
  4. Overwegende dat de tussenkomende partij op 28 februari 2003 een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van de wijziging van een verkavelingsvergunning van 3 december 1980, met betrekking tot een perceel gelegen te Harelbeke, Fazantenstraat 13, kadastraal bekend onder de 3de afdeling, sectie D, nr. 1433 a2; dat de aangevraagde wijziging betrekking heeft op de kroonlijsthoogte en de nokhoogte, de mogelijkheid van dakoversteken en van een plat dak, en de mogelijkheid tot het bouwen van een tuinhuis; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen bij besluit van 10 maart 2005 de gevraagde wijziging heeft toegestaan; dat de verzoeker tegen dit besluit een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing heeft ingesteld (zaak A. 162.417 / X%12.302); dat de vordering tot schorsing, bij gebreke van ernstige middelen, is verworpen bij arrest nr. 154.413 van 25 januari 2006; dat het beroep tot nietigverklaring nog aanhangig is; Overwegende dat de bvba DEPOORTERE C. & F. schilderwerken ondertussen een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 18 april 2005, tot het X-12.459-2/5 verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning op het genoemde perceel; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Harelbeke de vergunning bij besluit van 11 mei 2005 heeft geweigerd; dat de bestendige deputatie, op beroep van de aanvragende vennootschap, de gevraagde vergunning bij besluit van 30 juni 2005 heeft verleend; dat dit besluit het voorwerp vormt van de voorliggende vordering tot schorsing;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
  6. Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoeker wijst op de inkijk vanuit de hogere bouwlagen van de ontworpen woning op zijn tuin en zijn terrassen, en op het verlies aan privacy dat daarvan het gevolg zal zijn; dat hij voorts wijst op een aantal andere nadelige effecten, die eveneens het gevolg zijn van de toegestane bouwhoogte en de toegestane bouwvolumes, met name de aantasting van het visuele aspect en het homogene karakter van de omgeving, het insluitend effect op de woning van de verzoeker, het teloorgaan van het zijdelings zicht vanuit die woning en de terrassen, de verminderde bezonning en het ontstaan van schaduwschade voor het terrein van de verzoeker, in de late voormiddag; dat hij "louter volledigheidshalve" ook nog wijst op de onduidelijkheid en de dubbelzinnigheid van de bestemming van de vergunde gebouwen en lokalen, waardoor op het perceel een bedrijfsactiviteit uitgeoefend zal kunnen worden, die onder meer geluidshinder met zich zal brengen; Overwegende, wat betreft het aangevoerde nadeel ten gevolge van de toegestane bouwhoogte en de toegestane bouwvolumes, dat dit nadeel zijn rechtstreekse oorzaak vindt in de stedenbouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning, en met name uit de voorschriften die gewijzigd zijn bij het besluit van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 10 maart 2005; dat de bestendige deputatie in dat besluit trouwens uitdrukkelijk is ingegaan op de bezwaren die de verzoeker had gemaakt tegen de wijziging van de verkavelingsvergunning, welke bezwaren in grote mate reeds steunden op het nadeel dat de verzoeker ook thans inroept; dat de vordering tot schorsing van de X-12.459-3/5 tenuitvoerlegging van het genoemde besluit van 10 maart 2005 is verworpen bij arrest nr. 154.143 van 25 januari 2006; dat de verzoeker thans niet met goed gevolg nadelige gevolgen kan inroepen die hun rechtstreekse oorzaak vinden in de gewijzigde verkavelingsvergunning; Overwegende, wat betreft het aangevoerde nadeel ten gevolge van de bedrijfsactiviteit in het vergunde gebouw, dat in de motieven van het bestreden besluit wordt vastgesteld dat de verkavelingsvergunning voorziet in de mogelijkheid tot oprichting van eengezinswoningen, dat de vergunde constructie een eengezinswoning is, en dat er geen bedrijfsactiviteit zal plaatsvinden; dat in die motieven voorts wordt overwogen dat het ontwerp waarvoor een vergunning wordt verleend weliswaar ook voorziet in een bureau, een archiefruimte, een garage voor voertuigen en een berging voor materiaal, maar dat die ruimtes niet voor bijkomende hinder zullen zorgen; dat, met name wat betreft de garage en de berging, wordt vastgesteld dat die enkel bedoeld zijn voor het stallen van een aantal voertuigen en het bergen van wat ladders en schildersgerief, naast een beperkte hoeveelheid verfproducten; dat de verzoeker niet aannemelijk maakt dat hij, in tegenspraak met de bedoelde vaststellingen en overwegingen van het bestreden besluit, een nadeel zal ondervinden dat als ernstig beschouwd moet worden; Overwegende dat het bestaan van een ernstig nadeel ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit dan ook niet bewezen is;
  7. Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  8. Het verzoek tot tussenkomst van Carlos DEPOORTERE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. X-12.459-4/5 Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf april 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. P. LEMMENS. X-12.459-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.463 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.