id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.467 Rolnummer: A. 169170/X-12639 Zaak: Arrest 157467 - - 11/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 17:09 Fiche Arrest nr 157.467 van 11 april 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.467 van 11 april 2006 in de zaak A. 169.170/X-12.
- In zake :
- Paul SIMON,
- Tamara BOLLAERTS, die woonplaats kiezen bij Advocaat S. CLOETENS, kantoor houdende te 3070 KORTENBERG, Brouwerijstraat 4 tegen : de gemeente ASSE. tussenkomende partijen :
- Bernard VANCASTER,
- Clara DE RIDDER, beiden wonende te 1730 ASSE, Gentsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul SIMON en Tamara BOLLAERTS op 4 januari 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 november 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse waarbij aan Bernard VANCASTER-DE RIDDER de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een atelier tot eengezinswoning op een perceel gelegen te Asse, Reiniersbos, kadastraal bekend sectie B, nr. 468 x3; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2006; X-12.639-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. CLOETENS die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat S. VYVERMAN die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Bernard VANCASTER en Clara DE RIDDER met een verzoekschrift van 26 januari 2006 hebben gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat Bernard VANCASTER en Clara DE RIDDER eigenaar zijn van een werkhuis en een gedeelte van een loods op een perceel gelegen te Asse, Reiniersbos; dat Paul SIMON en Tamara BOLLAERTS sedert juni 2005 eigenaar zijn van het achteraan aanpalende woonhuis met tuin en het andere gedeelte van voormelde loods; dat beide onroerende goederen van elkaar werden gesplitst naar aanleiding van de verkoop, waarbij de eigendomsgrens dwars door de genoemde loods loopt, dat in de verkoopakte dienaangaande is bedongen dat de scheiding "gematerialiseerd (zal) worden door het optrekken van een gemeenschappelijke muur (...) in gemeenschappelijk overleg en met gedeelde kosten"; dat de betrokken percelen volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse zijn gelegen in woongebied; dat ze niet zijn gelegen binnen een door de Vlaamse regering goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat Bernard VANCASTER en Clara DE RIDDER op 7 september 2005 een stedenbouwkundige vergunning hebben aangevraagd bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse voor het verbouwen van een atelier tot eengezinswoning en voor het optrekken van de scheidingsmuur waarvan sprake in de koopakte; dat verzoekers naar aanleiding van het openbaar onderzoek een bezwaarschrift hebben ingediend; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse bij het thans bestreden besluit van 7 november 2005 het bezwaarschrift van verzoekers heeft weerlegd en de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend aan Bernard VANCASTER en Clara DE RIDDER; X-12.639-2/5 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoekende partijen zich beperken te stellen dat doordat de termijn van 25 dagen voorzien bij artikel 114 van het decreet van 8 juni 1999 (vermoedelijk wordt bedoeld: het decreet van18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening) thans is verstreken de aanvragers vrijelijk met de voorziene werkzaamheden kunnen starten, dat eens de werkzaamheden gestart en de voorziene werken uitgevoerd hun privacy zal worden geschonden omwille van inkijk op het perceel en in hun woning, dat de bestaande erfdienstbaarheid zal worden geschonden, dat de contractuele bepalingen omtrent de wijze van inplanting van de gemene muur geschonden zijn, dat het nadeel ernstig en moeilijk te herstellen is, dat om een nieuw evenwicht tussen de erven te creëren nieuwe stedenbouwkundige vergunningen dienen te worden aangevraagd en de uitgevoerde werken opnieuw dienen te worden afgebroken en dat de aanvragers in het recente verleden het net aanschafte pand te koop hebben gesteld X-12.639-3/5 hetgeen doet vermoeden dat de bedoelingen van de aanvragers louter van speculatieve aard zijn; Overwegende dat de bepaling van artikel 114 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening voor de gemeente Asse nog niet van kracht is; dat in de overgangsbepaling van artikel 193, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 duidelijk is voorzien dat de stedenbouwkundige vergunningsprocedure blijft verder lopen volgens de procedurebepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 "in de plaats van overeenkomstig artikel 106 tot 126 van dit decreet" in die gemeenten die nog niet voldoen aan de vereisten opgesomd onder § 1 van hetzelfde artikel, te weten het beschikken over een eigen goedgekeurd ruimtelijk structuurplan, een gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, voltooide plannen- en vergunningenregisters en een register van onbebouwde percelen; dat de gemeente Asse op heden nog niet voldoet aan deze vereisten zodat de verzoekende partijen niet op nuttige wijze kunnen verwijzen naar desbetreffende decreetsbepaling; Overwegende dat een nadeel dat zoals in casu uitsluitend wordt geput uit de schending van een burgerlijk recht (namelijk schending van de erfdienstbaarheid en van de contractuele bepaling omtrent de wijze van inplanting van de gemene muur), voor de vaststelling waarvan de Raad van State niet bevoegd is, niet dienstig kan worden ingeroepen; dat voor het overige voormelde uiteenzetting in dermate algemene termen is gesteld dat zij niet toelaat in concreto de ernst en de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel te beoordelen; dat verzoekers' uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens bevatten die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.639-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Bernard VANCASTER en Clara DE RIDDER in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf april 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J.CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.639-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.467 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.397 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.