id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.580 Rolnummer: A. 171426/XII-4682 Zaak: Arrest 157580 - Overheidsopdrachten - 13/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 17:26 Fiche Arrest nr 157.580 van 13 april 2006 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.580 van 13 april 2006 in de zaak A. 171.426/XII-
- In zake : de NV BURO INTERNATIONAL, die woonplaats kiest bij advocaat F. Van Belleghem, kantoor houdende te Izegem, Ommegangstraat 8 tegen : de GEMEENTE PITTEM, die woonplaats kiest bij advocaten K. Creyf en S. Voet, kantoor houdende te Brugge, Predikherenrei
- tussenkomende partij : de NV JOYE KANTOORINRICHTING, die woonplaats kiest bij advocaat J. Leysen, kantoor houdende te Kortrijk, Koning Albertstraat 24/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Buro International op 27 maart 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “het Besluit dd. 15/3/06 van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Pittem, waarbij in het kader van een algemene offerteaanvraag de opdracht voor de uitbreiding van het gemeentehuis te Pittem ivm lot 12 (meubilair) overeenkomstig de voorwaarden van het goedgekeurd bestek werd gegund aan de NV Joye, Gentsesteenweg 186 te i 8530 Harelbeke voor een bedrag van 158.867,93 (exclusief BTW)”, en om een dwangsom te horen opleggen indien de schorsing wordt bevolen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 april 2006, om 10.30 uur; XII-4682-1/4 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Verschuere, die loco advocaat F. Van Belleghem verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaten K. Creyf en S. Voet, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat J. Leysen, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de NV Joye Kantoorinrichting met een verzoekschrift van 5 april 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen aangezien zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij omtrent het nadeel betoogt dat zij de “definitieve onmogelijkheid om zichzelf de opdracht gegund te zien” met haar schorsingsvordering wil tegengaan; Overwegende dat de verzoekende partij aldus door de huidige procedure klaarblijkelijk beoogt een nieuwe kans te scheppen om zelf de opdracht alsnog toegewezen te krijgen; dat echter te dezen de verwerende partij bij aangetekende brief, gedateerd 23 maart 2006, aan de tussenkomende partij ervan kennis heeft gegeven dat haar offerte was goedgekeurd; dat aldus de overeenkomst betreffende de opdracht blijkt te zijn tot stand gekomen hetgeen tussen partijen niet wordt betwist; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden XII-4682-2/4 beslissing niet de schorsing zou meebrengen van de tot stand gekomen overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen; Overwegende dat bijgevolg het nadeel waardoor de verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partij is die de betrokken opdracht uitvoert; Overwegende dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen; dat dienvolgens de vordering tot het opleggen van een dwangsom eveneens wordt verworpen; Overwegende, wat de kosten betreft, dat bij brief gedateerd 17 maart 2006 de verwerende partij aan de verzoekende partij de toewijzings- beslissing meedeelde waaruit bleek dat haar offerte niet was gekozen; dat echter reeds bij brief van 23 maart 2006 de verwerende partij, zoals hoger beschreven, de overeenkomst deed tot stand komen hoewel in de kennisgeving aan de verzoekende partij melding werd gemaakt van artikel 21bis van de wet van 23 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en van de daarin bepaalde wachttermijn van tien dagen; dat in die omstandigheden de handelwijze van de verwerende partij ertoe leidde dat de voorliggende vordering in elk geval diende te worden afgewezen; dat het dienvolgens passend voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Joye Kantoorinrichting in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- XII-4682-3/4 De vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het opleggen van een dwangsom worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien april 2006, door : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-4682-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.580 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.749 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.