id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.583 Rolnummer: A. 168315/X-12595 Zaak: Arrest 157583 - - 14/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-24 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 17:26 Fiche Arrest nr 157.583 van 14 april 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.583 van 14 april 2006 in de zaak A. 168.315/X-12.595 In zake :
- Aimé VAN DER LINDEN,
- Tommy DE SCHRIJVER, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. COLPAERT, kantoor houdende te 9112 SINAAI, Hulstbaan é A tegen :
- de gemeente STEKENE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- tussenkomende partijen :
- Evelien AMTER,
- Erik DE BLOCK, die woonplaats kiezen bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Aimé VAN DER LINDEN en Tommy DE SCHRIJVER op 1 december 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van, eensdeels, het besluit van 3 oktober 2005 van het College van burgemeester en schepenen van Stekene waarbij aan Evelien AMTER en Erik DE BLOCK de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning op een perceel gelegen te Stekene, Prinsenstraat 34b, kadastraal bekend sectie C, nr. 962b, en anderdeels, van de beslissing van 22 september 2005 van de gemachtigde ambtenaar houdende toelating tot afwijking van de verkavelingsvergunning van 14 oktober 1991; X-12.595-1/11 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN, Gehoord de o p mer k ing en van Advo caat S. DE VLEESCHAUWER die loco Advocaat J. COLPAERT voor de verzoekende partijen verschijnt, van Advocaat J. VAN LOMMEL die loco Advocaat V. TOLLENAERE voor de verwerende partij verschijnt en van Advocaat E. RENTMEESTERS die loco Advocaat W. DE CUYPER voor de tussenkomende partijen verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Evelien AMTER en Erik DE BLOCK met een verzoekschrift van 20 december 2005 hebben gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat Evelien AMTER en Erik DE BLOCK eigenaar zijn van een perceel gelegen te Stekene, Prinsenstraat 34b; dat dit perceel deel uitmaakt van een verkaveling, oorspronkelijk vergund bij besluit van 14 oktober 1991 door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene en gewijzigd bij besluit van 14 juni 2004 van voormeld college; dat binnen dezelfde verkaveling eerste verzoeker eigenaar en bewoner is van de woning gelegen op een perceel te Stekene, Prinsenstraat 36, zijnde het oorspronkelijke lot 1 van de verkaveling, onmiddellijk links palende van het bouwperceel; dat het College van burgemeester en schepenen van Stekene bij besluit van 14 juni 2004 de vergunning heeft verleend om het oorspronkelijke lot 2 op te splitsen in twee loten; dat de X-12.595-2/11 vergunning tot wijziging van de verkavelingsvergunning is toegestaan onder volgende voorwaarden: "- de kroonlijsthoogte, de dakhelling en nokhoogte moet voor beide loten dezelfde zijn - de kroonlijsthoogte van de woningen zal 6 m bedragen. - de bouwdiepte op het gelijkvloers te beperken tot 16m en 12m op de verdieping. - de nok ligt op 6m achter de bouwlijn en evenwijdig ermede. - de dakvlakken hebben een helling van 40/ , zowel voor- als achteraan. - standvensters in het dak zijn niet toegelaten. - een verkavelingswijziging kan in overweging worden genomen, indien de aanvraag gezamenlijk gebeurt voor de 2 loten. • Verdere bebouwing is niet toegelaten"; dat de nieuwe loten 2a en 2b eigendom zijn van respectievelijk de tussenkomende partijen en de tweede verzoeker; dat de tussenkomende partijen op 2 juni 2005 bij het gemeentebestuur van Stekene een aanvraag hebben ingediend voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning op lot 2a; dat beide verzoekers naar aanleiding van het openbaar onderzoek een bezwaarschrift hebben ingediend; dat beiden zich beklagen over de kroonlijsthoogte van 6,75m die strijdig zou zijn met de mondeling overeen-gekomen kroonlijsthoogte van 4m; dat het college omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt heeft ingenomen: "Door afdeling Rohm Oost-Vlaanderen is bijkomend het volgende opgelegd: ‘verplicht te volgen gabarit: - de kroonlijsthoogte van de woningen zal 6 m bedragen - de bouwdiepte op het gelijkvloers te beperken tot 16m en 12m op de verdieping - de nok ligt op 6m achter de bouwlijn en evenwijdig ermee - de dakvlakken hebben een helling van 40/ , zowel voor- en achteraan - standvensters in het dak zijn niet toegelaten - een verkavelingswijziging kan in overweging worden genomen, indien de aanvraag gezamenlijk gebeurt voor de 2 loten’ Met deze voorwaarden wordt een harmonieus geheel voor beide woningen gecreëerd. Indien de bouwheren van beide half open woningen een kroonlijsthoogte van 4m hadden willen realiseren, hadden ze aldus gezamenlijk een verkavelingswijziging dienen aan te vragen, wat niet is gebeurd. De kroonlijsthoogte van 6,75 m is gelegen achteraan de woning en is een beperkte afwijking (75cm) van de opgelegde kroonlijsthoogte van 6m. Op lot 2b zal een woning met kroonlijsthoogte 5,9 m kunnen worden opgericht, of een beperkte afwijking hiervan voor de kroonlijsthoogte achteraan. (...)"; X-12.595-3/11 dat het college van burgemeester en schepenen op 8 augustus 2005 op grond van artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, heeft voorgesteld af te wijken van de bepalingen van de verkavelingsvergunning, met name de kroonlijsthoogte te nemen op 6,75 m (achteraan) en 5,9 m (vooraan) i.p.v. 6 m; dat de gemachtigde ambtenaar op 22 september 2005 de voorgestelde afwijking heeft toegestaan; dat dit de tweede bestreden beslissing is; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene bij het thans als eerste bestreden besluit van 3 oktober 2005 aan Evelien AMTER en Erik DE BLOCK de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat de tussenkomende partijen het belang van de verzoekende partijen betwisten; Overwegende dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat het in die omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen exceptie te onderzoeken; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoekers in een eerste middel de schending aanvoeren van de artikelen 2 en 3 van de wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, doordat er in casu een interne tegenstrijdigheid bestaat in de motivering van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 3 oktober 2005, dat ondanks het feit dat het college van burgemeester en schepenen poneert dat "indien de bouwheren van beide half open woningen een kroonlijsthoogte van 4 m hadden willen realiseren, (...) ze aldus gezamenlijk een verkavelingswijziging (hadden) dienen aan te vragen, wat niet is gebeurd", ze toch een afwijking op de stedenbouwkundige voorschriften van de goedgekeurde verkaveling van 14 juni 2004 X-12.595-4/11 voor lot 1 toestaat; dat gezien de motieven onderling niet strijdig mogen zijn en dat een kennelijke tegenspraak in de motieven gelijk staat met een gemis aan motivering dit een inbreuk inhoudt op de motiveringsplicht, dat verzoekers in een tweede middel de schending aanvoeren van artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat artikel 49, zoals het op de bestreden beslissing van toepassing was, bepaalt dat, op een met reden omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen, de minister of de gemachtigde ambtenaar afwijkingen kan toestaan van de voorschriften van een verkavelingsvergunning (en van de voorschriften van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg), enkel wat de perceelsafmetingen, de afmetingen en de plaatsing van de bouwwerken, alsmede de voorschriften in verband met hun uiterlijk betreft, dat op grond van deze bepaling de bevoegdheid van de overheid om afwijkingen van een verkavelingsvergunning toe te staan aan een dubbele restrictie is onderworpen, namelijk dat de afwijkingen enkel betrekking mogen hebben op de perceelsafmetingen, alsmede op de afmetingen, de plaatsing en het uiterlijk van het gebouw en dat geen afwijkingen mogen worden toegestaan die afbreuk doen aan de essentiële gegevens van de verkavelingsvergunning, dat wanneer een verkavelingsvergunning tot doel heeft het oprichten toe te laten van een bouwwerk met een uitdrukkelijke en nauwkeurig bepaalde architectuur, bestemming, bouwdiepte, -hoogte, dakhelling, inplanting en bouwdichtheid, dit als een essentieel gegeven van de verkavelingsvergunning is te beschouwen, dat de stedenbouwkundige voorschriften bij het verkavelingsdossier uitdrukkelijk bepalen dat het hier gaat om een half open bebouwing bestemd voor eengezinswoningen, waarvan de kroonlijsthoogte tussen de 3 en de 6 meter was bepaald en waarbij tevens vermeld staat dat "de kroonlijsthoogte voor beiden op dezelfde hoogte dient gehouden", dat de gemachtigde ambtenaar in zijn gunstig advies van 4 juni 2006 toen stelde dat de stedenbouwkundige voorschriften bij het dossier gevoegd, dienen te worden aangevuld en/of gewijzigd als volgt: "- verplicht te volgen gabarit: - de kroonlijsthoogte van de woningen zal 6 meter bedragen; - de bouwdiepte op het gelijkvloers te beperken tot 16m. en 12m. op de verdieping; - de nok ligt op 6m. achter de bouwlijn en evenwijdig ermede; - de dakvlakken hebben een helling van 40/, zowel voor- als achteraan; - standvensters in het dak zijn niet toegelaten. - een verkavelingswijziging kan in overweging worden genomen, indien de aanvraag gezamenlijk gebeurt voor de 2 loten. - Verdere verbouwing is niet toegelaten."; dat de verkavelingsvergunning van 14 juni 2004 dit verplicht te volgen gabarit overneemt en derhalve uitdrukkelijk stipuleerde dat een verkavelingswijziging in X-12.595-5/11 overweging kan worden genomen, indien de aanvraag gebeurt voor de 2 loten, dat verder in de verkavelingsvergunning nog wordt vermeld dat de kroonlijsthoogte , de dakhelling en de nokhoogte voor beide loten dezelfde moet zijn zodat een harmonieus geheel verkregen wordt, dat men in casu de verplicht te volgen stedenbouwkundige voorschriften van de verkavelingsvergunning van 14 juni 2004 omzeilt door ten onrechte gebruik te maken van artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat gelet op het bovenvermelde de kroonlijsthoogte o.m. als een essentieel gegeven van de gewijzigde verkavelingsvergunning is te beschouwen, zodat een "harmonieus geheel voor beide woningen wordt gecreëerd", dat deze afwijking van de kroonlijsthoogte met 75 cm aldus een essentieel gegeven van de verkaveling in het gedrang brengt, dat indien men een wijziging wenste aan te brengen aan de verkavelingsvergunning men conform de verkaveling van 14 juni 2004 voor beide loten samen een wijziging diende aan te vragen conform artikel 132 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en niet voor 1 lot apart, dat tweede verzoeker nu voor een voldongen feit wordt geplaatst, dat in zijn koopovereenkomst nochtans wordt verwezen naar de verkavelingsvoorwaarden van 14 juni 2004, dat om een harmonieus geheel te verkrijgen de tweede verzoeker nu eveneens genoodzaakt is om een kroonlijsthoogte te halen van 6,75 m, hetgeen betekent dat hij niet alleen zijn bouwplannen dient te herzien, doch ook een financiële meerprijs zal moeten betalen, dat een verhoging met 75 cm op 6 m neerkomt op een verhoging met 12,5% van het bouwwerk, hetgeen toch al een aanzienlijke verhoging is, temeer daar er in de onmiddellijke omgeving alleen woningen staan met een hoogte van 4 m, dat een afwijking op de verleende verkavelingsvergunning van 14 juni 2004 uitzonderlijk dient te blijven en op gewichtige en ernstige motieven dient te steunen, dat de vergunningverlenende overheid moet verantwoorden waarom de voorschriften van amper 1 jaar oud nu niet meer deugdelijk zijn en de afwijking de goede plaatselijke ruimtelijke ordening niet in het gedrang brengt, dat dit in casu niet is gebeurd; Overwegende dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepaalt dat elke eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen; dat hieruit volgt dat enkel met de in het bestreden besluit vermelde redengeving rekening kan worden gehouden; X-12.595-6/11 Overwegende dat naar luid van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen de opgelegde motivering 'afdoende' moet zijn; dat dit concreet betekent dat de opgegeven redenen het bestreden besluit moeten kunnen verantwoorden; dat aan de door voornoemde wetsbepaling voorgeschreven motiveringsplicht is voldaan, wanneer de stedenbouwkundige vergunning duidelijk de met de plaatselijke aanleg of ruimtelijke ordening verband houdende redenen opgeeft waarop de vergunningverlenende overheid haar beslissing steunt, derwijze dat het aanvrager of belanghebbende derden mogelijk is met kennis van zaken tegen de bestreden beslissing op te komen, en dat de Raad van State de hem opgedragen wettigheidscontrole kan uitoefenen, dat hij met andere woorden kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot het bestreden besluit is kunnen komen; Overwegende dat verzoekers in hun eerste middel een interne tegenstrijdigheid ontwaren in de motieven van het eerste bestreden besluit; dat de overweging van het college van burgemeester en schepenen in het eerste bestreden besluit waarin wordt aangegeven dat "indien de bouwheren van beide halfopen woningen een kroonlijsthoogte van 4m. hadden willen realiseren, hadden ze aldus gezamenlijk een verkavelingswijziging dienen aan te vragen, wat niet is gebeurd" betrekking heeft op de beoordeling en afwijzing van het door de tweede verzoeker ingediende bezwaarschrift waarin hij stelde dat een kroonlijsthoogte van 6,75 m in strijd is met de "mondelinge overeenkomst om de kroonlijsthoogte te beperken tot 4 m."; dat het college met zijn overweging heeft aangegeven dat indien beide eigenaars de intentie zouden hebben gehad om een gebouw met een kroonlijsthoogte van 4 m op te richten, zij hiertoe een wijziging van de verkavelingsvergunning hadden dienen aan te vragen, nl. voor een wijzing van de kroonlijsthoogte van 6 m zoals bepaald in de verkavelingsvoorschriften naar 4 m; dat het bestreden besluit echter geen wijziging van de verkavelingsvergunning betreft, maar de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning waarbij een afwijking wordt gevraagd van de verkavelingsvoorschriften in toepassing van artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; dat de overwegingen in het eerste bestreden besluit , nl. dat een kroonlijsthoogte van 4 m i.p.v. 6 m voor beide loten een wijziging van de verkavelingsvergunning veronderstelt en dat een kroonlijsthoogte van 6,75 m toelaatbaar is in toepassing van artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, niet tegenstrijdig lijken; dat het eerste middel niet ernstig is; X-12.595-7/11 Overwegende dat verzoekers in hun tweede middel de schending aanvoeren van artikel 49 betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; dat zij voorhouden dat de toelating om af te wijken van het verkavelingsvoorschrift met betrekking tot de kroonlijsthoogte achteraan afbreuk doet aan een essentieel gegeven van de gewijzigde verkavelingsvergunning met name "dat de kroonlijsthoogte, de dakhelling en nokhoogte dan voor beide loten dezelfde moet zijn zodat een harmonieus geheel verkregen wordt"; Overwegende dat artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 luidt als volgt: "Op met redenen omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen kan de Vlaamse regering of de gemachtigde ambtenaar afwijkingen toestaan (...) van de voorschriften van een verkavelingsvergunning, enkel wat de perceelsafmetingen, de afmetingen en de plaatsing van de bouwwerken, alsmede de voorschriften in verband met hun uiterlijk betreft"; dat de afwijkingsmogelijkheid van artikel 49 dus een uitzonderingsmaatregel is en derhalve restrictief moet worden geïnterpreteerd; dat een afwijking geen aanleiding kan geven tot een oneigenlijke wijziging van de voorschriften van de verkavelingsvergunning (indien de afwijkingsmogelijkheid tevens de wijziging met zich meebrengt van een ander voorschrift van de verkavelingsvergunning buiten de mogelijkheden van artikel 49), noch afbreuk doet aan de algemene strekking van de verkavelingsvergunning (de basisvisie achter de verkavelingsvergunning mag niet worden aangetast); Overwegende dat het besluit van 14 juni 2004 van het College van burgemeester en schepenen van Stekene waarbij de vergunning wordt verleend voor het wijzigen van de oorspronkelijke verkavelingsvergunning van 14 oktober 1991 bepaalt wat volgt: "(...) Overwegende dat de kroonlijsthoogte, de dakhelling en nokhoogte voor beide loten dezelfde moet zijn zodat een harmonieus geheel verkregen wordt; (...) Gelet op het voorgaande mag gesteld worden dat de goede ruimtelijke ordening van de onmiddellijke woonomgeving niet zal verstoord worden en kan gunstig geadviseerd worden, doch onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de kroonlijsthoogte, de dakhelling en nokhoogte voor beide loten dezelfde moet zijn zodat een harmonieus geheel verkregen wordt" en de vergunning verleent onder volgende voorwaarden: X-12.595-8/11 "* het advies van de gemachtigde ambtenaar na te leven * de volgende voorwaarden na te leven: - de kroonlijsthoogte, de dakhelling en nokhoogte moet voor beide loten dezelfde zijn - de kroonlijsthoogte van de woningen zal 6 m bedragen. - de bouwdiepte op het gelijkvloers te beperken tot 16m en 12m op de verdieping. - de nok ligt op 6m achter de bouwlijn en evenwijdig ermede. - de dakvlakken hebben een helling van 40/ , zowel voor- als achteraan. - standvensters in het dak zijn niet toegelaten - een verkavelingswijziging kan in overweging worden genomen, indien de aanvraag gezamenlijk gebeurt voor de 2 loten"; Overwegende dat uit het voormelde duidelijk blijkt dat de vergunning van 12 juni 2004 het verkrijgen van een harmonieus geheel tussen beide loten als essentieel heeft beschouwd; Overwegende dat het tweede bestreden besluit inzake de afwijking op het verkavelingsvoorschrift met betrekking tot de kroonlijsthoogte stelt wat volgt: "Het afwijkingsvoorstel is conform met de formele bepalingen van artikel
- Het afwijkingsvoorstel is inhoudelijk aanvaardbaar gezien ze voldoet aan de volgende criteria: 1.ze geeft geen aanleiding tot een oneigenlijke wijziging van de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg of de verkavelingsvergunning 2.de algemene strekking van het plan of de verkaveling blijft geëerbiedigd 3.de afwijking is niet strijdig met de goede ruimtelijke aanleg van het gebied De voorgeschreven type bebouwing wordt gerespecteerd. Het voorgeschreven profiel wordt grotendeels gevolgd. De nok ligt op 6m achter de voorbouwlijn en evenwijdig ermede. Het dakvlak vooraan en achteraan heeft dezelfde helling. Enkel de kroonlijsthoogte wijkt af van de stedenbouwkundige voorschriften nl. vooraan 5,9 m en achteraan 6,75 m ipv 6 m. Het aantal bouwlagen wordt niet gewijzigd. Aangezien de bouwdiepte op de verdieping slechts 11 m bedraagt ipv 12 m, is de kroonlijsthoogte achteraan iets hoger nl 6,75 m"; X-12.595-9/11 Overwegende dat het eerste bestreden besluit terzake bepaalt wat volgt: "(...) De kroonlijsthoogte van 6,75 m is gelegen achteraan de woning en is een beperkte afwijking (75 cm) van de opgelegde kroonlijsthoogte van 6 m. Op lot 2b zal een woning met kroonlijsthoogte 5,9 m kunnen worden opgericht, of een beperkte afwijking hiervan voor de kroonlijsthoogte achteraan (...)"; Overwegende dat verzoekers in de gegeven omstandigheden niet op grond van concrete gegevens verduidelijken hoe de vergunde beperkte afwijking op de kroonlijsthoogte achteraan de woning op zich de essentie van de verkavelingsvergunning van 12 juni 2004, zijnde een harmonieus geheel te verkrijgen tussen beide loten, onmogelijk zou maken; dat in tegenstelling tot hetgeen verzoekers beweren, de tweede verzoeker op het eerste gezicht niet gedwongen wordt om zijn eventuele bouwplannen te herzien; dat niets hem belet een woning op te richten conform de geldende stedenbouwkundige verkavelingsvoorschriften; dat hij er niet toe gehouden is een kroonlijsthoogte van 6,75 m na te streven; dat verzoekers op het eerste gezicht niet aantonen dat het bestreden besluit artikel 49 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, schendt; dat het tweede middel niet ernstig is; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Evelien AMTER en Erik DE BLOCK in het administratief kortgeding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. X-12.595-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2006, door: de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J.CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.595-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.583 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.590 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.